logo
logo
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor

1930-1943 DE AANLOOP

De voorlopers

Vijftig jaar Sportclub Genemuiden betekent niet, dat Genemuiden pas een halve eeuw geleden met het verschijnsel 'voetbal' kennismaakte. Integendeel zelfs.Ook voor 1930 werd er al druk gevoetbald. Er bestond in die tijd een groot aantal clubs en klubjes. Gezien de organisatie zouden we ze nu straatvoetbalklubs noemen. Bij de verhalen uit die dagen duiken steeds vier namen op:

VlOS: een club van jongens van een jaar of dertien. Ze kwamen via hun school in Zwolle in aanraking met de voetbalsport. De jongens mochten op zaterdagmiddag bij ZAC trainen. Ze voetbalden in rode shirts, waarvoor het geld bijeengebracht werd na een knapenreisje naar het Gooi. Na het ontstaan van Sportclub werden de shirts doorverkocht aan Vollenhove.

Vitesse: de burgerklub, met wat oudere jongens van voornamelijk de Achterweg. Deze hadden een geel-zwart shirt.

 

Een van de eerste voetbalclubs in Genemuiden Genemuider Boys

Een van de eerste voetbalclubs in Genemuiden was Genemuider Boys.
Hier op de kiek na een optocht op Koninginnedag, voorin de jaren twintig; vlnr staand: voerman Japien (van Peter) van Rees, Klaas van Harm van Regteren, Jan Altena (fietsenmaker), Jan (van Sander) Heutink, Jan (van Piet) Blom, Jan Willem Huisman, Harm (van Katien) van Dalfsen, lochem (van Piet) Blom, Berend (pinkien) van Dalfsen; op de knieën: Jentinus (van Piet) Blom, Jan Huisman, Willem (van Jaap) van de Wetering, Bert Bakker:

Genemuider Boys: de arbeidersclub, die speelde in zwart tenue. De leden gingen ook trainen in Zwolle, maar waren het meest op PEC georiënteerd. Spelers waren o.a. tweemaal Gait Timmerman (poes en puddekien) en Gait Kolk. Ook was er een Genemuider Boys, dat als voorloper van VlOS kan worden beschouwd.

Stormvogels: de jongste lichting van d'Overkant. De jongens speelden in blauwe kiel en hadden een blauw randje laten breien dat voor de wedstrijd boven de gebruikelijke zwarte kousen werd bevestigd. Lid waren o.a. Cor van Dijk, Bertus Roeten, Harm en Wiecher Bennink en Berend Beens. Daarnaast waren er nog clubjes op 't Einde, de Kaai enz, maar die hadden geen eigen shirts en spraken blijkbaar ook minder tot de verbeelding.

Voetbalbroekjes werden gemaakt van meelzakken. Uit het linnen moesten eerst de letters gewassen worden. Voetbalschoenen waren een grote luxe. Je kon ze verdienen met het vlechten van biezen: Jan Koopies betaalde 20 cent per honderd meter. Jan en Jan Willem Huisman waren erg bevoorrecht. Vader Chrissien was als bakker grootverbruiker van margarine. Op de Zeelandia bonnen bestelde hij een paar schoenen. De broers deden samen met het eerste paar: als de één de linkerschoen gebruikte, kreeg de ander de rechter en omgekeerd. Beiden waren dan ook tweebenige voetballers. Via de margarinebonnen kwam ook de eerste leren bal.
Geen van deze klubs kwam uit in een kompetitie. Ook speelden ze geen wedstrijden tegen elkaar. Althans, daar hoor je niets over, terwijl zoiets toch wel zou blijven hangen. Nu was dat geen wonder. Elke klub bestond uit jongens, die ongeveer even oud waren, maar tussen de diverse groepen bestonden aanmerkelijke leeftijdsverschillen. Wat mogelijk ook een rol speelde was de rivaliteit tussen de buurten en het standsverschil. De scheiding tussen boeren en middenstand aan de ene kant en arbeiders aan de andere, was in die jaren heel scherp. Zo accepteerden de zangvereniging de Lofstem beslist geen arbeiders als lid.
Deze richtten toen, ten einde raad, een eigen vereniging op, Excelsior, en zo bleef zangminnend Genemuiden in twee kampen verdeeld. Bij de sport, dus ook bij het voetbal, had deze tweedeling (gelukkig) weinig invloed, zo krijg je de indruk.

 

Het VIOS elftal

 

Het VlOS-elftal, dat ondanks invallers won van Rode' met 8-2; vlnr staand:
Willem Groothuis, Berend (de panne) Beens (?), Henk (de kuper) van Dalfsen, Jan Willem Groothuis, Dirk (de witte) Naberman; op de knieën: Harm (de koster) van Dijk, Jan (van Arend) Booi, Willem Huisman; zittend/liggend: Jentinus (van Piet) Blom, Jan Willem Blom (van de Kruisstraat), Jan Huisman. Enkele bekende VlOS-leden ontbreken op deze foto, zoals Jan Eenkhoorn, Cor Heutink en Rients (van meester) de Groot.

Partijtjes

avond wel één. Aanvankelijk hanteerde men een uniek systeem om tweebenige voetballers te kweken: na de pauze wisselde je wel van doel, maar je bleef aan dezelfde kant van het veld. Zo werd de rechtsback van voor de rust in de tweede helft linksback, de linksbuiten werd rechtsbuiten, enzovoorts. Maar al spoedig gingen de voetballers over op het meer gebruikelijke systeem.
Hoogtepunten vormden uitdagingwedstrijden tegen clubs uit plaatsen in de omgeving en een enkel toernooi (dat heette toen nog in goed Nederlands seriewedstrijden).
Je had toen al derby's tegen Zwartsluis, die echt op het scherp van de snede werden uitgevochten. Veel voetballers gingen met een stuk slang als slagwapen over de 'Sluziger diek'! En dat bleek ook nodig als Genemuiden in Zwartsluis gewonnen had.Andere tegenstanders uit die periode: Blauw-Wit van de Zwolse Hoogstraat, W Blauw uit Blokzijl, Hasselt en Grafhorst. Soms kwam je voor verrassingen. Zo stond bij Kampen ene Tibbe onder de lat. Hij keepte echter ook in Grafhorst en IJsselmuiden. Zo iemand zou je nu een voetbalgek noemen.

Touw als dek lat

Voor elke thuiswedstrijd moest er weer worden uitgekeken naar een veld. Dat we dan gehuurd of zomaar gebruikt als geen boer zijn land ter beschikking wilde stellen, of als de centen op waren. Sommige wedstrijden moesten dan ook voortijdig worden afgebroken, omdat de politie ingreep.
Voor de wedstrijd werden doelpalen in de grond geslagen, een touw gespannen als deklat en je was in feite klaar. Zo werd over alom Genemuiden gespeeld.
Vitesse speelde op de Maten, VlOS had voorkeur voor een veld op de Greente en een stuk land aan de Kamperdijk. Dat had de goede afmetingen. 'Wel liep er een greppel door, maar daar sprong je dan maar overheen'. Stormvogels voetbalde het meest op de zogenaamde Werkverschaffing, een stuk grond langs de Buitenhaven, nu industrieterrein.
'De bal lag dan wel van tijd tot tijd in het water, maar er lagen ook nog punters, die we ongevraagd - ongeweigerd konden gebruiken. Omdat Wiecher Bennink bij ons voetbalde namen we meestal de boot van diens vader, maar als die dat merkte, kreeg Wiecher een ongenadige afstraffing', zo vertelt Cor van Dijk.

Comité

Zo was de situatie aan het eind van de twintiger jaren. Om de zaak wat meer struktuur te geven stak een aantal voetballiefhebbers de koppen bij elkaar en vormde een soort comité. Daarin zaten: Age Blom, Harm Klasen, Harm Post (toentertijd kassier van de Boerenleenbank, hij woont nu in Voorthuizen) en 'postmeister' Jaap Hammer. Geen van vier was lid van één van de bestaande clubs. Ze waren ook wat ouder dan de gemiddelde voetballer van die tijd, die nu bij de junioren zou worden ingedeeld. Begin 1929 klopte dit 'seniorencomité' aan bij het gemeentebestuur om een veld.
De onderhandelingen verliepen niet al te vlot. Men zat dan ook vaak met de handen in het haar. Er volgde intern overleg, meestal bij SDAP- raadslid Johannes van der Haar thuis. Deze gaf menig waardevol advies. Het comité versaagde niet. Uiteindelijk, zo krijg je de indruk, stond bijna elke dag een lid op de blauwe stoep voor het oude gemeentehuis om de burgemeester of een wethouder te spreken. En de aanhouder won ook nu weer.

Een van de elftallen uit de beginjaren van Sportclub Genemuiden

 

Vitesse, zoals dat in 1928 in Blokzijl speelde; vlnr staand: Jaap Hammer Henk van Dalfsen (Stutien, later verhuisd naar het westen van het land), Jan Willem Huisman, Harm (de kuper) van Dalfsen, Harm (de Billy Visscher Berend Jan van der Steeg (slager), lochem (van Piet) Blom, Jan
Huisman en Aart (van Piet) Visscher; op de knieën: Harm (van Katien) van Dalfsen, Berend Jan van der Steeg (tentebok), Jan Altena(fietsenmaker),Jentinus (van Piet) Visscher Berend Jan van der Steeg (kuif); zittend: Jan (van Piet) Blom, J.R. Damen (een Duitse gastarbeider kapper), Jan (van Sander) Heutink.
 

Oprichting

Toen de zaak een goede keer leek te nemen, inmiddels was het al 1930, schreef het comité een vergadering uit in het Weeshuis, waarvoor alle Genemuider voetballers via mond-tot-mondreclame werden uitgenodigd. Wanneer die vergadering was, weten we niet precies, maar we nemen aan, dat het 22 oktober 1930 was, omdat Sportclub op die vergadering werd geboren.
Een enkeloud stuk noemt 14 oktober als oprichtingsdatum.
Het werd geen gemakkelijke bevalling: de vergadering was nogal roerig, elk voorstel werd beantwoord met een tegenvoorstel, maar uiteindelijk kwam de nieuwe club er. Het voorbereidingskomitee werd bestuur, vanuit de vergadering werd daar de zeventienjarige Jaap Siebert aan toegevoegd, een Vitesseman wiens talenten vooral op het bestuurlijke en organisatorische vlak lagen. Hij werd secretaris, Age Blom voorzitter en Harm Klasen penningmeester. De contributie werd gesteld op 60 cent per maand voor de senioren, junioren betaalden de helft. Het bestuur stelde uitdrukkelijk, dat het een algemene vereniging werd. Iedereen kon lid worden, ongeacht rang of stand. Dat is altijd zo gebleven.
Wel heeft de vereniging een aantal jaren een ballotagecommissie gekend, omdat dat nu eenmaal in de conceptstatuten van de Bond stond. Maar gewerkt heeft die commissie nooit.

Naam

Een naam stelde de oprichtingsvergadering niet vast. Het bestuur hield aanvankelijk het oude vertrouwde 'Vitesse' aan. Zo meldde de nieuwe club zich ook bij de Bond. Maar deze aanduiding voldeed niet, onder andere omdat die geen recht deed aan het fusiekarakter van de vereniging. Dit vereiste een naam, die op geen enkele manier verband hield met die van de al bestaande clubs. Uiteindelijk bedachten de jongens in de eerste 'skure' -Klaas Fuite was net begonnen met de eerste kokosfabriek -de naam Sportclub. De Bond voegde daar Genemuiden aan toe om verwarring met clubs met dezelfde naam te voorkomen. De eerste ledenlijst vermeldt geen club tenue. Maar in 1932 was er al het nu zo vertrouwde verticale groen-wit met zwarte broek. Het shirt van PEC heeft daarvoor model gestaan. Er waren in de beginperiode namelijk nogal wat relaties met deze Zwolse club.

Dertig leden

Sportclub begon met zo'n dertig leden. Twintig staan er vermeld op de ledenlijst van 1931, maar dat is waarschijnlijk zuinig geteld. Zo ontbreken bijvoorbeeld de namen van de bestuursleden. In 1932 gaf Sportclub maar vijftien leden op -één elftalgroep. Ieder lid meer kostte tenslotte extra bondscontributie.
Bestuurslid Jaap Hammer schreef in een aanbeveling voor een lijstcollecte, dat door de voetbalvereniging '50 jongelui in de gelegenheid worden gesteld ene goede ontspanning te genieten'. Je mag echter aannemen, dat deze telling wat al te optimistisch was. Dat maakte het collectedoel alleen maar aantrekkelijker. Het ledental bleef de eerste jaren vrij constant, zelfs in 1938 betaalde nog maar een dertig man contributie, zo herinnert Marten Visscher zich.

Combinatie

Bekijk je de ledenlijsten dan was het eerste Sportclub een versterkte combinatie van Vitesse en VlOS. Aanvankelijk werd voor het eerste geput uit de wat oudere Vitesse groep, de VlOS-groep leverde de reserves. Doelman B.J. v.d. Steeg van VlOS keepte de eerste wedstrijden. Al spoedig werd hij vervangen door Vitesse man B.J. Altena, die in een toernooi in Hasselt zijn kunnen bewees. Na ongeveer een halfjaar veroverde de toen vijftienjarige Jan Eenkhoorn als eerste oud-VlOS-lid een vaste plaats. Na hem volgden er snel meer. Stormvogels bleef voorlopig aan de kant staan. De mannen in het blauw waren namelijk allen jonger dan twaalf jaar en mochten niet in de kompetitie uitkomen. Wel in seriewedstrijden en dat deden ze dan ook, maar onder hun eigen naam. In 1932 ging de club in zijn geheel over en kwam toen als tweede elftal uit in de kompetitie. Bij deze groep behoorde ook het huidige lid van verdienste 'ome' Cor van Dijk. Het begin van Sportclub luidde niet het eind van de andere club in. Integendeel zelfs. Weliswaar kwamen de beste voetballers in het groen-wit, maar het straatvoetbal bleef bestaan en bloeide zelfs tot in de zestiger jaren. Zij het, dat oude clubs verdwenen, nieuwe doken op. Er werden zelfs volledige kompetities gehouden en veel voetballers van naam pikten de eerste beginselen van het spel op van de straat.

Bestuur

Het bestuur bestond in de beginperiode uit vijf man en dat was niet veel, gezien de berg problemen. Er was een taakverdeling. Voorzitter Age Blom, die voor zijn werk tussen Genemuiden en Hasselt pendelde, zorgde voor het persoonlijk contact met de clubs uit omringende plaatsen. Secretaris jaap Siebert begeleidde het eerste elftal op het mentale vlak. De elftalgroep kwam daartoe bijeen op de zolder van de fabriek van zijn vader, die deze juist had gebouwd. De zolder deed ook dienst als ruimte waar de nazorg van de geblesseerden plaats vond.
Harm Klasen was elftalleider-coach en maakte tot in de oorlog elke week de opstellingen van alle elftallen. Ook was hij de 'verbindingsman' tussen de voetbal en de mensen in Fuite's fabriek, in de beginfase de harde kern van de toen nog kleine supportersschare. Klasen was ook de eerste penningmeester, maar hij droeg het beheer van de penningen al gauw over aan jaap Hammer.

Hammer was in die beginperiode van onschatbare waarde. Hij fungeerde min of meer als sponsor. Hij organiseerde dadelijk na de oprichting een lijstcollecte. Die leverde in totaal f 31,50 op Hammer opende de lijst met een gift van maar liefst f 5, (zo ongeveer een half arbeidersweekloon!) Verder schonk hij Sportclub de doelpalen voor het terrein aan de Veerweg en vaak schoot hij het geld voor bij grote uitgaven, zoals huur, of geld voor de aanschaf van ballen. Af en toe schoot hij het geld er zelfs bij in .De spelers overtuigden hem er dan van dat hij z'n lening maar moest omzetten in een gift.
De postmeester bleef tot zijn dood supporter en benoemde zichzelf tot het eerste erelid van de voetbal. Hij beweerde namelijk steevast deze titel te bezitten, hoewel geen enkele vergadering hem deze verleend had. Hammer bedankte in 1937 schriftelijk voor het lidmaatschap. Zelfs deze brief eindigde hij met zijn gebruikelijke kreet 'Lang leve Sportclub'.
Als penningmeester werd hij opgevolgd doorjan Willem Groothuis, die na een jaar de clubkas overdroeg aan Marten Visscher. Deze nam de functie gedurende twintig jaar waar. Voorwaar een indrukwekkende periode, die echter nog werd overtroffen door jan Eenkhoorn. Deze werd in 1934 tot bestuurslid gekozen. Daarna diende hij Sportclub 34,5 jaar als bestuurslid, meestal als commissaris. Tweemaal nam hij het voorzitterschap waar. In het begin vergaderde het bestuur eenmaal per week in de gastvrije woning van de Klasens. Later kwam men wat minder druk bijeen. Ter tafel kwamen onvermijdelijk steeds twee punten, die voor alle sportverenigingen van het grootste belang zijn, maar voor de jonge Sportclub wel bijzonder nijpend: de accommodatie en de financien.

Veld Veerweg

De accommodatie was, zeker vanuit deze tijd bezien, uiterst schamel. De gemeente had Sportclub een terrein aangewezen langs de Veerweg, ongeveer waar nu de zuiveringsinstallatie staat. De voetbalvereniging was onderhuurder, dat wil zeggen, dat een boer het land huurde van de gemeente en Sportclub huurde het dan weer van de eerste pachter. Tenslotte was het land goed voor een vijftal pinken en die waren er door de week dan ook de baas. Het schijnt wel eens voorgekomen te zijn, dat de boer het land ook op zaterdag nodig meende te hebben. Dan konden de heren voetballers de doelpalen meenemen en elders hun heil zoeken. Ze gingen dan naar de Top of naar de ijsbaan. Buiten dat, was het veld op zich niet zo erg geschikt om er op te voetballen. Het lag nogal laag en was dus drassig; langs de lijn liep een soort verhard pad; het liep sterk af naar één kant. Met vereende krachten probeerde men daar wat aan te doen. Wethouder Evert Schaapman, zelf grondwerker, kwam vaak kijken en gaf dan advies. Desondanks bleef het een moeilijk terrein. 'Alleen als de zon tenminste vijf dagen in de week wilde schijnen was het veld goed, anders was het modder wat de klok sloeg. Later is het veld echter verschillende malen opgeknapt en konden we ons er mee redden', zo blikte Harm Klasen terug bij het 25-jarig jubileum. En even verder: 'Er waren zaterdagen dat we met angstige spanning naar de scheidsrechter stonden te gluren, wat zou hij doen, afkeuren of laten spelen? En als dan de tegenpartij eens mopperde over de modder, dan was het meestal de scheidsrechter die zei: 'Jongens jullie zijn hier nu eenmaal, jullie moeten dan maar spelen ook'. Einde citaat.
Door het drassige veld en omdat hij van tijd tot I:tijd in de sloten rond hel: veld verdween werd de bal loodzwaar. In de beginperiode kende Sportclub dan ook weinig kopspecialisten. 'Je paste wel op, want wie veel kopte ging met hoofdpijn van het veld', aldus Jan Huisman, tweebenig midvoor en hardschietend goalgetterter uit die tijd.

Huur

Sportclub had dus een terrein en niets stond het voetballen meer in de weg. Dat was maar betrekkelijk, want: de huur en subsidie was er niet bij. Klasen daarover: 'Het lag natuurlijk ver boven onze begroting de huur op te brengen. Maar we dachten als we er maar eenmaal zijn, dan komt dat wel in orde. En het kwam in orde. We hebben er het lopende jaar zoveel afgepingeld, dat we onze schulden konden voldoen'.

Dat ging zolang goed, totdat de crisis door begon te knijpen en de contributie niet zo vlot meer binnenkwam. De huur kon er niet meer af en Sportclub ging weer her en der spelen rond Genemuiden. Een dergelijke noodmaatregel was in die dagen blijkbaar niet geheelongebruikelijk. Zo berichtte ook het Meppeler MJV in die dagen de Bond, dat het geen terrein meer had.
In Genemuiden had de noodsprong het beoogde effect en nog meer. De boeren waren de situatie al gauw zat. Weliswaar bleven ze het zonde vinden van het weiland, maar van felle tegenstanders werden ze gematigde voorstanders voor een voetbalveld. Op die manier was je van overlast elders verlost. Sponclub werd nu zelfs hoofdhuurder van het terrein voor f 50, per jaar.

Kleedkamer

Een kleedkamer was aanvankelijk een ongekende luxe. De spelers kleedden zich om in twee bovenzaaltjes van het café Schippers Welvaren aan de Kaai. Vandaar liepen ze, al dan niet in konvooi, maar in ieder geval in tenue, naar het veld. En na afloop uiteraard weer terug. Het café stond dan ook boven de ledenlijst als clublokaal. Dat was in die tijd minder ongebruikelijk dan nu. Meer clubs hadden een bijzaal van een café als kleedlokaal, zoals Giethoorn en MSC Meppel. In Oldebroek kleedde men zich zelfs
om in de woonkamer van een boerderij.Kastelein Siebren Groothuis had veel hart voor de voetbal. Zijn zaal was min of meer een clubhuis en zijn zaak lag uiterst gunstig op de weg van een dorstig supporter. Zijn betekenis was echter groter: hij leverde drie voetballende zoons, gaf nogal eens goede adviezen en bleef niet altijd doof bij financiële hulpkreten. Toch gingen de zaken voor het meisje. Zoon Willem, succesrijk voorhoede speler, weet zich namelijk te herinneren dat hij en zijn broer Jan Willem om de beurt corvee hadden. Ze moestep dan bedienen en konden pas op het laatste moment naar het veld. De dorstige kelen van de supporters moesten eerst worden gesmeerd.
'We bedienden dan in de voetbalplunje, anders konden we niet op tijd op het veld zijn en dan moesten we nog draven'.
De eerste echte kleedkamer kwam pas in 1942. Sportclub kocht toen met medewerking van B en Ween keet van de zwemverenging. Die stond bij Bestevaer, aan het Zwartewater, halverwege het Veer en de Ketting. De keet werd met gezamenlijke krachten afgebroken. Het transport naar de Veerweg was blijkbaar een hachelijke zaak, want Sportclub verloor daarbij bijna een bestuurslid, Jan Eenkhoorn.
De keet werd namelijk met behulp van een bok overgebracht. Als volleerde zeelui manoeuvreerden de bestuursleden Siem Bakker en Jan Eenkhoorn de bok vanuit het Zwartewater de Bermsloot in, via het sluisje bij het Veer. Door de sterke stroom schoot de bok op een gegeven moment tegen de sluismuur en een gedeelte van de keet, alsmede roerganger Jan Eenkhoorn verdwenen overboord... Kleedkamer en Jan Eenkhoorn werden met vereende krachten uit het water gehaald en bleven gelukkig beschikbaar voor Sportclub Genemuiden.
De keet telde slechts één vertrek, waarin beide elftallen en de scheidsrechter zich moesten omkleden. Ook ontbrak elk sanitair. Je moest je thuis maar wassen. Toch was het de eerste opstal die de vereniging bezat en als zodanig was men er niet weinig trots op.

Wedstrijd Genemuiden-IJsselmuiden

Zomaar een groep uit de beginjaren van Sportclub; vlnr staand: Marten(de pieuwe) Visscher; Appien (van Lute) Visscher; Hendrik de Kuper; Berend (pinkien) van Dalfsen, Hein Polman; zittend midden.' Willem Groothuis, Dirk (de pierik) Beens; zittend onder: Berend (de poppe) van Dijk, Lange Marten van Dijk, Helmich Visscher (broer van Marten), Egbert Beens (van Arend van Ep),

 

Financiën

De financiën bleven steeds een teer punt. De inkomsten bestonden voornamelijk uit donaties, een gulden per jaar, en contributies.
De recettes stelden niet zo veel voor. Veel supporters waren er in de beginjaren nooit. Zo af en toe ging iemand met de pet rond om het dubbeltje entree op te halen. Er waren natuurlijk uitschieters. Een vriendschappelijke wedstrijd tegen Blokzijl op Hemelvaartsdag leverde een saldo op van f 25,-. 'We waren de koning te rijk', aldus voorzitter Age Blom.

Voor de penningmeester was het natuurlijk sneu, dat het veld zo dicht bij de Veerweg lag. Wie wilde, kon het voetbalgebeuren ook vanaf de openbare weg bekijken en daar kon je moeilijk entree heffen. Ook daar probeerde het bestuur wat aan te doen. Bij seriewedstrijden hing het hele veld af met dekkleden. Die werden in Hasselt gehuurd en per schuit afgeleverd.
De oplossing werkte echter niet: de huur van de kleden bedroeg f 30, en die rekening kon net voldaan worden met wat de club beurde aan entreegelden.
Bij de matige inkomsten moest ook het uitgavenpatroon aangepast worden. Huur en reiskosten vergden al genoeg. Wat de leden zelf konden doen, deden ze. Terrein knechten waren onbekend, de spelers kalkten zelf de lijnen en zorgden ervoor dat het veld speelklaar was op zaterdagmiddag.
Verder had iedereen zijn eigen taak: schilder Jan Huisman zorgde voor de aanplakbiljetten, Willem Groothuis pompte de ballen op enz.
De crisisjaren drukten ook duidelijk hun stempel op het zakgeld van de spelers. Age Blom herinnert zich dat na een jeugdtoernooi geen van de spelers geld had om op te steken. 'Het bestuur kocht toen wat haringen en die werden in de bus verdeeld'. De clubkas had het ook niet vet. Eind 1936 was er zelfs een tekort van 145,5 cent, in die tijd nogal wat. Men nam geen halve maatregelen. De contributie ging naar f 1, in de maand. Toen Marten Visscher in 1937 de clubkas overnam was er al weer een over schot van 38 cent.

De Bond

Sportclub meldde zich in 1930 aan bij de Noord-Centrale Voetbalbond. Bij deze bond waren veel klubs uit de omgeving aangesloten. Voorzitter was burgemeester Honkoop van Hattem. In 1931 kwam één team uit in de kompetitie. Tegen standers in deze eerste kompetitie waren o.a. Blankenham, Blokzijl, Vollenhove, ZSV Zwartsluis, Giethoorn, MSC en Alcides uit Meppel. Veel van deze clubs voet balden op zondag of gingen op die dag voetballen. In Genemuiden was dit onmogelijk.
Men zei bereid te zijn tegen Genemuiden te voetballen op zaterdag, maar dat gaf toch veel problemen. Daarom zocht men al gauw aansluiting bij de Christelijk Nederlandse Voetbalbond met -uiteraard -alleen zaterdag clubs, zoals Be-Quick en CSV uit Zwolle, Oldebroek; Olympia Hasselt en weer ZSV uit Zwartsluis.
Blijkens de uitspraken in twee strafzaken voetbalde men al in 1933 in de CNVB met tenminste twee elftallen. In de wedstrijden Sportclub I Be-Quick en Sportclub II H VV was telkens een speler van het veld gezonden.
Naar uitwedstrijden ging men steeds per bus. Alleen naar Zwartsluis en Hasselt trok ken de spelers in konvooi per fiets.

Zwaar begin

Volgens de overlevering won Sportclub het eerste toernooi waar ze aan deel nam. Kastelein Siebren Groothuis had in een overmoedige bui een vat bier in het vooruit zicht gesteld als de eerste prijs zou worden behaald.
Nou ja, overmoedig, geen mens had dit resultaat verwacht. Blijkbaar inspireerde het vooruitzicht van het geestrijk vocht de voetballers in hoge mate. Ze wonnen in Vollenhove de eerste wedstrijd met 4-2. De finale, tegen de organiseren de vereniging, werd ook gewonnen. Veertien dagen later werd dit in een zaaltje van Schippers Welvaren uitbundig gevierd.
Een goed begin is het halve werk, maar het duurde nog wel even voor dit succes een vervolg kreeg. Vooral het eerste jaar in de Christelijk Nederlandse Voetbalbond was erg zwaar. Als nieuwkomer hoorde Sportclub in de tweede klasse thuis, maar het werd in de eerste geplaatst. En dat was duidelijk te hoog gegrepen. Nederlagen van 8-1 en 7-1 logen er niet om. CSV was de enige tegenstander die aan dubbele cijfers toekwam: 17-1. Sportclub kwam desondanks niet op de laatste plaats. Ze won namelijk de derby tegen Zwartsluis, ook al een debutant en zwakke broeder in deze kompetitie. Beide gingen naar de tweede klasse.

Prima geest

Maar, zo noteerde secretaris Jaap Siebert trots in het wedstrijdboek:
'Ondanks de vele nederlagen was de geest steeds prima in dit voor Sportclub veel te zware seizoen'. In een terugblik 25 jaar later stelt hij zelfs: 'De morele winst die wij toen hebben behaald, met de lessen die de toen beter spelende clubs ons gaven, wierpen later hun vruchten af, want na enkele jaren was Sportclub een gevreesd tegenstander. Dat ondervond Go-Ahead uit Kampen, dat met nog twee wedstrijden te spelen ongeslagen was. Aan één punt hadden zij genoeg om de kampioensvlag te hijsen. De eerste van de twee laatste wedstrijden was Sportclub -Go-Ahead. Dit werd een wedstrijd, die nog lang in het geheugen zou blijven hangen. De Kampenaren brachten de feestmutsen en vlaggen mee. Het was een prachtwedstrijd, die Sportclub won met 2-0. De Kampenaren konden een week later wel de vlaggen uitsteken, toen werden ze kampioen.
Een bijzondere herinnering zal Harm Klasen altijd houden aan deze wedstrijd, het was nog maar goed en wel aan de gang, of hij werd opgehaald; de ooievaar kwam op bezoek en Herman maakte zijn opwachting! Later zei Harm nog: 'Dat dit nou net onder zo'n wedstrijd moest gebeuren'. Einde van dit citaat.

1936 -Een spelmoment uit de wedstrijd tegen Rivaal IJsselmuiden, op het KHC-terrein. Sportclub in de aanval; schot van Jan Huisman.

Enthousiasme

Ook de leden zelf werkten hard om het voetballen onder de knie te krijgen. Twee man, Jan Willem Huisman en Jan Eenkhoorn, trokken eenmaal per week 's avonds om vijf uur naar Zwolle. Ze trainden dan op een veld bij Genne en Streukel mee met de lagere elftallen van PEC onder leiding van de Engelse oefenmeester Sid Castle. Zo benutten ze een contact, dat eerst door Gait (puddekien) Timmerman was gelegd en door Jaap Siebert 'herontdekt'.
Wie in Zwolle of Kampen werkte of naar school ging kwam ook wel bij een club onderdak. Ook in Genemuiden zelf werd er druk geoefend; elke avond waren er groepjes bezig op het veld. De conditie vijzelde je op door rondjes om het veld te lopen, tot je niet meer kon. 'We staken een zakdoek in de mond, tussen de tanden. ]e kon het dan langer volhouden', aldus]an Eenkhoorn.Die gedrevenheid, het enthousiasme, dat toen aan de dag werd gelegd noemt Age Blom nu 'de basis waarop Sportclub werd gebouwd'.
Het enthousiasme blijkt ook uit een ander verhaal. Jan Willem Huisman en Gerrit (poes) Timmerman lagen onder dienst in Arnhem. Ze kwamen naar huis om te voetballen, waar juist bekend was geworden, dat er door verschuiving in het competitierooster 's middags moest worden gespeeld tegen Olympia. Bij het 25-jarig jubileum vertelde .Jaap Siebert wat er gebeurde:
'Persoonlijk vind ik het nog altijd het mooiste: stukje clubliefde dat ]an Willem en 'Gait' te zien gaven toen ze als soldaat van Arnhem kwamen fietsen en ik hen op de motor tegemoet ging om hen te zeggen, dat ze in Hasselt moesten voetballen. Ik was eerst bij hen aan huis geweest om de spullen op te halen. Dat zat nog niet zo glad. Moeder Annechien had nogal wat bezwaren, maar vader Chris, resoluut als altijd, zei kort en bondig: 'Schei uut te ouwoeren, die jongens mun voetballen en doarmee afgelopen'. Eén van de meisjes van Chris (voor mij toen nog een onbekende) smeerde gauw een paar roggen en daar ging het heen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was sloegen ze bij het Vosje rechtsaf op Hasselt aan en speelden hun spelletje, alsof ze helemaal geen fietstocht van Arnhem af in de benen hadden'.
Nog een derde verhaal over die inzet in de beginperiode. Berend ]an Altena, Hein Tuinman en mogelijk nog wat anderen waren werkeloos, wat in die tijd betekende, dat je ook zonder inkomen zat. Ze besloten gezamenlijk een omheining rond het veld te zetten. Halverwege deze klus kregen ze een baan aangeboden. Ze sloegen deze echter af; de omheining moest eerst klaar!!!

Elftal foto rond 1937

Ca. 1937 - vlnr achter: Willem Groothuis, Jan Willem Huisman, Henk van Dalfsen, Jan Willem Groothuis; midden: Willem van Dijk, Bertus Roeten, Berend van Dijk; voor: Jan Eenkhoorn, Bertus Keppel, Berend Beens.

 

Willem Groothuis

Willem Groothuis op de bumper van de bus, waarmee in 1937 naar de Bondsdag in Almelo werd gereden.

 

Trainer

Daarnaast bleek ook de aanstelling van een trainer positief te werken. Sportclubs eerste trainer kwam in 1933 of een jaar later, precies is dat niet vast te stellen. Het was Schemmekes uit Kampen, een speler van KHC, die ook bij de selectie zat voor het Oost-Nederlands elftal. Voor de oorlog kwamen ook nog Pinter, een Oostenrijker, en Van der Kamp (speelde in Alcides en ook al bij de oostelijke selectie) bij Sportclub (mogelijk kwamen ze niet in deze volgorde bij de club).
Daarna was Doorneweert, oud-speler van PEC, jarenlang Sportclubs technische man. Van der Kamp had ook nog negotie: hij verkocht voetbalschoenen. Volgens Cor van Dijk kostten die 12,99 per paar en 'je deed er jaren mee'. Met zulke schoenen konden successen natuurlijk niet uitblijven. Sportclub manifesteerde zich steeds nadrukkelijker bij seriewedstrijden, waaronder de Bondsdagen van de CNVB, die elk jaar werden gehouden. De Genemuider ploeg werd bijvoorbeeld eerste op de Bondsdag in Groningen ( 1938), door Meppel (MJV?) in de finale terug te wijzen.
De prijzenkast, aangeboden door Siebren Groothuis, raakte aardig vol. Buiten het sportieve aspect zat er ook een positieve kant aan deze toernooien voor de clubkas. Je won er namelijk prijzen, die je kon verkopen of gebruiken (soms werden daar van te voren al afspraken over gemaakt). Zo liet de kas niet toe, dat de al erg afgetakelde doelnetten werden vervangen. Het eerste loste dit simpelweg op, door nieuwe te winnen.
Ook in de kompetitie ging het steeds beter. Het eerste kampioenschap kwam in 1935. Het tweede elftal van aanvoerder Hendrik Jan Siebert zorgde voor dit succes. Het jaar daarop werd het eerste ook kampioen. Het versloeg Stormvogels uit Nunspeet in een harde beslissingswedstrijd in Zwolle met 4-1(?) en vond zo de weg terug naar de eerste klasse.
De drie Sportclubelftallen schreven daarna nog wel meer kampioenschappen op hun naam. Marten Visscher, voetballer en penningmeester in die tijd, meent zelfs, dat men zevenmaal kampioen werd in tien jaar. Cor van Dijk herinnert zich drie kampioenschappen van het eerste elftal tot en met 1942. Precieze gegevens ontbreken ons echter.

Het gelegenheids elftal bestaande uit bestuursleden

 

 
Het 'bestuurselftal: een gelegenheidselftal, dat door het bestuur van Olympia werd uitgedaagd en zo smadelijk verloor; vlnr staand: Jan (van Jan) Booi, Jaap Hammer; Harm (de nesse) Klasen, Remmeltien Beens, Dirk (de krikke) Hoekman, Jaap Pierik, Cor (de keie) van Dijk; zittend: Dirk Jan Beens Sr:, Harm Post (bestuurslid van het eerste uur) maar verhuisde al spoedig), Koop (van Anton) Bakker; Willem Bennink.

Spelverruwing

De spelverruwing sloeg ook toe in de Sportclubgelederen. Zo weten we nog, dat een aantal spelers uit het veld is gezonden en door de strafcommissie werd gestraft. De vonnissen werden de club meestal per briefkaart meegedeeld.
Helemaal bont schijnt het toegegaan te zijn in de wedstrijd Go-Ahead -Sportclub, in oktober 1936. Twee spelers, van elke club één, konden voortijdig de kleedkamer op zoeken in een wedstrijd, die veel op 'totaaloorlog' leek, al ruim voordat Michels de term uitvond.
Sportclub stelde in haar rapport, dat de wedstrijd 'een ruw karakter droeg, wat veelal uitging van de Go-Aheadzijde en dat steeds erger werd, naarmate de score van Sportclub omhoog ging. De scheidsrechter liet veel te veel toe'. (Hebben we dit excuus al niet veel vaker gehoord?). Sportclub had het voorval niet op het wedstrijdformulier gezet en dat kostte haar f 1 ,-.
De betrokken speler, Marten Visscher, kreeg vier wedstrijden. Scheidsrechter Binnendijk had het in deze periode ook al eens moeilijk in Genemuiden. Hij rapporteerde de CNVB namelijk, dat de Genemuider grensrechter zich nogal eens liet meeslepen door zijn enthousiasme voor de ploeg. De Bond adviseerde Sportclub dan ook deze man, wiens naam overigens niet wordt genoemd, de functie niet meer te laten uitoefenen.
I)c Zwartsluziger Hoen tenslotte, wilde ZSV Zwartsluis, één van de voorlopers van DESZ, niet mer latcn voetballen tegen Sportclub. De derby's gaven toch altijd maar moeilijkheden; één van de wedstrijden eindigde zelfs voortijdig, doordat de spelers (van welke club staat er niet bij) het veld verlieten!

Supporters

Met het stijgen van de prestaties kwamen ook de supporters. In de beginperiode moesten de jongens het doen met het meeleven van familieleden, vrienden en een enkele andere fanatiekeling, zoals wat jongens uit de 'skure'. (oud-voorzitter Age Blom formuleert het misschien wat overdreven, maar wel heel treffend zo: 'Het was allemaal niet zo eenvoudig in de jaren dertig. We hadden te kampen met veel wanbegrip, met veel vooroordeel en vijandschap en hadden weinig medewerking. We moesten die eerste jaren niet alleen leiding geven aan de club als zodanig, maar ook aan het publiek. Ook zij moesten gewonnen worden voor de sport'.
Dat laatste lukte langzamerhand. Steeds meer mensen kregen interesse voor wat de jongens in het groen-wit presteerden. Er ontstond een 'harde kern' van supporters, die zelfs meeging naar uitwedstrijden. Felle aanhangers waren te vinden onder de jongens, die werkten aan de dijk van de Noordoostpolder. Op zaterdagmiddag gingen ze op de fiets naar huis. Mannen, zoals Remmelt Beens, hadden er een omweg van vele kilometers voor over om hun favorieten aan het werk te zien! Bij een overwinning staken ze samen op met de spelers en er konden dan meerdere rondjes af.

 

Voetbal toernooi 1943 te Zwartsluis

 

Toernooi (1943) in Zwartsluis. Dit elftal werd in 1946 kampioen; vlnr staand: Harm Kolk, Roelof Klaver; Jan Willem Groothuis, Henk van Dalfsen, Willem Brouwer; Gaitien Roeten, Siem Bakker; Jan Eenkhoorn; midden: Jan van der Haar; Cor van Dijk; voor: Berend Beens, Dirk de Lange, Marten van Dijk, Marten Visscher:

Atletiek

In 1938 kreeg Sportclub er een loot bij. Cor van Dijk, Henk (de kuper) van Dalfsen en Willem Groothuis kwamen onder dienst in aanraking met de atletiek en besloten de moeder van de sporten ook thuis te beoefenen. Samen met nog wat mannen gingen ze enthousiast van start met een aantalonderdelen: speer en discuswerpen, kogelstoten, hardlopen, ver en hoogspringen. Dat laatste zelfs met een polsstok. Natuurlijk waren er geen speciale faciliteiten. Alles vond plaats op het voetbalveld. Bij het springen moest je maar zien hoe je neerkwam op de klei veenbode. Cor meldt als topprestatie een tijd van 12.02 over 4100 meter hardlopen. Deze tijd werd geklokt tijdens een hardloopwedstrijd bij een volksfeest.
Al spoedig bleek echter de animo voor deze tak van sport te gering voor een gezonde atletiekafdeling. Bovendien kwamen de drie initiatiefnemers in verband met de mobilisatie minder thuis, waardoor de hele zaak verwaterde. Diskus en speer verdwenen naar de zolder boven de kleedkamer. Ze werden zuinig bewaard: nog jaren later werd de speer ( ongetwijfeld al roestig) op de inventaris opgevoerd. Tot in 1948 noemde Sportclub zich, blijkens het briefhoofd, Atletiek en Voetbal vereniging.

 
 
 
 

Tweede Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog overviel ook Nederland. Voor Sportclub hadden de eerste oorlogsjaren relatief weinig gevolgen. Alleen in de organisatie plaatselijk en in de Bond veranderde nogal wat: voorzitter Age Blom trad in 1940 terug, de verschillende voetbalbonden werden samengevoegd. Ook in sportief opzicht veranderde er in de oorlogsjaren niet veel. Sportclub bleef een toonaangevende club in de regio. De jongens die her en der in Nederland gelegerd waren geweest, kwamen terug en waren dus meer beschikbaar. Een typisch probleem uit die jaren vormden de ballen. Nieuwe waren praktisch niet te krijgen. De oude werden dan ook pas weggedaan als het beslist niet anders kon. Daardoor kon het voorkomen, dat in de wedstrijd Alcides-Sportclub maar liefst drie ballen werden lek getrapt.
Harm Bonthuis loste dit probleem voor Genemuiden op. Hij zat nog wel niet officieel in het bestuur, maar was toch zeer druk aan de organisatorische kant van de vereniging. Hij kende een adresje, waar hij aan nieuwe ballen kon komen. Hij hield dat geheim, maar Sportclub kwam nooit in 'ballennood'.
In 1942 viel een nieuw hoogtepunt te noteren. Sportclub werd algemeen kampioen van de Afdeling Zwolle. De Genemuider voetballers werden eerste in hun eigen klasse, daarna veroverden ze het algemeen zaterdagkampioenschap door de kampioen van de andere klasse, MJV uit Meppel, te verslaan. Sportclub won het treffen op het MSC-veld met 3-1. Daarna kon men zich voorbereiden op de wedstrijd tegen zondag kampioen Ommen.

Het had nogal wat voeten in de aarde voordat beide clubs tot overeenstemming kwamen waar en wanneer de kampioenswedstrijd moest volgen. Ommen bleef namelijk lang eisen, dat er op zondag moest worden gespeeld. Sportclub peinsde daar niet over en uiteindelijk kwam er een compromis: het werd een zaterdagavond in Zwolle. Hoe belangrijk men die wedstrijd in Genemuiden vond moge blijken uit twee achtergrondverhalen.
Supporter Johannes (hompel) Visscher trok, toen hij geen enkel ander vervoer kon organiseren op een fiets met houten (!) banden langs de Mastenbroeker grintwegen naar Zwolle.
In de week voor het treffen liep Willem Groothuis, erkend vedette bij Sportclub, een bloedvergiftiging aan de voet op. Dokter Provo Kluit schreef hem absolute rust voor. De dokter kende zijn pappenheimers en stuurde broer Jan Groothuis naar Zwolle, om Willem vlak voor de wedstrijd aan het speelverbod te herinneren. Willem luisterde onbewogen, pakte het been in met watten en speelde toch!
Met zulke spelers kun je alleen maar winnen. Ommen zorgde nog voor een extra prikkel door veel te laat te verschijnen.
Voor een groot publiek ontregelde Sportclub het gevreesde Ommer middenveld en won de wedstrijd erg overtuigend met 4-1. Na afloop gingen de kersverse kampioenen op de schouders en reken maar dat er gefeest is.
De wedstrijd tegen Ommen leverde Genemuiden ook een nieuw bestuurslid op, Siem Bakker. Hij had het voetballen geleerd in Kolhom, waar hij in de kost was. In 1942 keerde hij weer terug naar Genemuiden en 'spioneerde' in Ommen. Hij gaf nuttige tips voor het tactisch concept. Dat leverde hem een benoeming tot secretaris op, hoewel hij niet eens lid was. Hij en de overige bestuursleden Jan Eenkhoorn, Marten Visscher en Jan Willem Groothuis) kregen trouwens een steeds moeilijker taak. Veel jongens moesten naar Duitsland, waardoor vaak nog maar net een elftal op de been kon worden gebracht en soms dat zelfs niet.
Het vervoer werd steeds moeilijker. De mensen die achterbleven hadden nog steeds de kans opgeroepen te worden. Aanvankelijk loste het bestuur dit op, door op de wedstrijdformulieren namen in te vullen van jongens die in Duitsland werkten.
Maar al gauw moest het competitievoetbal helemaal stop worden gezet. Het laatste optreden van Sportclub in de oorlogsjaren was in 1943. Het eerste deed toen mee aan seriewedstrijden in Zwartsluis. Vervoer was niet te krijgen, daarom maakte men er een gezellige dag van. De spelers en hun dames, sommigen met de kinderwagen, trokken te voet over de 'Sluziger diek' naar het veld van ZSV.
In Genemuiden zelf bleef de sport op volle toeren draaien. In de eerste plaats natuurlijk door het straatvoetbal, waarin de jeugdige talenten werden gescherpt. Zij hielden Sportclubs naam zo hoog in de vijftiger jaren.
Daarnaast lieten ook de ouderen zich niet onbetuigd. Ze hielden bijvoorbeeld in 1944 nog een soort bedrijfsvoetbaltoernooi.

Drievoudig kampioens elftal van 1942

 

Het elftal dat in 1942 drie kampioenschappen veroverde: het kampioenschap van haar klasse, het zaterdagkampioenschap en de algemene titel van de afdeling. Vlnr staand: Willem Groothuis, Siem Siebert, Henk (de kuper) van Dalfsen, grensrechter Harm Kolk (toen al. ..!) Jan Willem Groothuis, Willem (van Jan) Brouwer; midden: Henk (van Jan van Annechien) van Dijk, Cor van Dijk, Marten Visscher; zittend: Berend Beens, Bertus Keppel, Harm (de koster) van Dijk.


Zaterdag 5 augustus 2017
Oefenwedstrijd
DVS '33 - SC Genemuiden
 
 
Sportpark "DVS '33"
Ermelo

Aanvang 14.30 uur