logo
logo
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor

VITESSE, VIOS,
SPORTCLUB GENEMUIDEN

 

Vitesse, VIOS, Sportclub Genemuiden

Veel semi-profclubs in Nederland kunnen zich financieel alleen maar handhaven door af en toe een 'gouden aankoop' te doen. Voor f 6.000, wordt ergens een amateur op de kop getikt, een speler die enkele seizoenen later tonnen waard blijkt te zijn. Zo heeft FC Groningen bijvoorbeeld handenwrijvend Koeman aan PSV verkocht en zo ging bijna het hele Go-Ahead van Fahdronc over de toonbank.

Teruggebracht naar de toenmalige maatstaven stelde een groep Genemuider voetballers op Hemelvaartsdag 1928 een 'gouden' daad. Toen namelijk speelde Vitesse ter gelegenheid van de opening van een nieuw voetbalveld in Blokzijl een wedstrijd tegen Wit Blauw uit die plaats. Op zich niet zo spectaculair, maar vijf jaar later verzocht het bestuur van Wit Blauw de Genemuider voetbalvereniging, inmiddels omgedoopt tot Sportclub Genemuiden, een jubileumwedstrijd in Blokzijl te komen spelen. De uitslag van deze wedstrijd was voor ons niet meer te achterhalen u bent de uitslag van de 'afscheidsmatch' van Johan Cruyff toch zeker ook al vergeten? maar het batig saldo schudde oud-voorzitter Age Blom ruim twintig jaar later zo uit de mouw: 'We waren de koning te rijk met de 25 gulden die deze wedstrijd opleverde!' Een standbeeld hadden de Vitesse jongens, die door middel van die eerste wedstrijd voor de winstgevende lustrummatch gezorgd hebben eigenlijk wel verdiend. Helaas kostte dat ook in 1933 al meer dan f 25,-, daarom volstaan we met een foto.

Patat, kroketten, frikadellen, de Genemuider voetballers van het eerste uur kenden ze nog niet. Gretig aftrek vonden in die jaren dan ook de roggen, die Jan Willem Huisman, meenam uit de bakkerswinkel van zijn vader. Op deze manier het nuttige met het aangename verenigend, had Jan Willem dan ook steeds voldoende en tevreden klanten.Woensdag 21 oktober 1930: Maarten Visscher, 11-jarige vijfde klasser van de Hervormde School in Genemuiden maakt het in de klas zo bont, dat hij de gang opgestuurd wordt. Maarten gaat echter niet bij de pakken, in casu de kapstokken neerzitten. Integendeel, hij kiest de vrijheid, dat wil zeggen hij ontvlucht de school.
De volgende morgen, die van de 22e oktober 1930 dus, arriveert Marten met loden schoenen op school, alwaar zijn onderwijzer hem toevoegt: 'Reken er op Visscher, dat ik vanavond bij jullie thuis kom'.

Uiteraard neemt de boosdoener zich op dat moment voor dat bezoek niet thuis af te wachten. Hij hangt 's avonds tegen half acht besluiteloos bij zijn ouderlijk huis rond, als de meester het gangetje tussen het huis van Visscher Sr. en dat van de buren instapt. Marten drukt zich in datzelfde gangetje op dat moment tegen de muur en in volledige duisternis passeert zijn onderwijzer hem rakelings, zonder dat deze dat doorheeft.
Vervolgens stuurt Marten op zijn klompen roffelend weg en arriveert enige tijd later in het Weeshuis, waar die avond precies de oprichtingsvergadering van Sportclub Genemuiden gehouden wordt, de vereniging, waarvan hij later eerste elftalspeler wordt, waarvan hij ongeveer twintig jaar penningmeester zal zijn en waarin zijn nakomelingen ook hun rol zullen spelen.

1933 Het toenmalige Sportclub Genemuiden

Vlnrstaand: Gait Kolk, Wim Huisman, Jan Eenkhoorn, Berend Jan (de kuif} van der Steeg, Rients (van meester) de Groot, {lange) Cor Heutink, Aart (van Piete) Visscher; Jan (de biete) Tuinman, scheidsrechter Jorna; zittend: Gerrit (de poes) Timmerman, Appien (van Lute) Visscher; (scheve) Hendrik Jan Siebert, Karst Kolk, Appien Klasen.

Boven Sportclubs eerste ledenlijst prijkt de naam Vitesse. Onder die naam speelden de groen-witten ook hun eerste kompetitie. Natuurlijk deed deze naam weinig recht aan de fusie tussen Vitesse en VlOS.
Toen de eerste oud-VlOS-leden doordrongen in het eerste elftal werd de naam Vitesse dan ook al gauw als bezwaarlijk ervaren. Ook de Bond stelde een naamsverandering op prijs. Er was namelijk al een Vitesse in Hoogeveen. De eerste VlOS-er met een vaste plaats in het eerste, te weten Jan Eenkhoorn, herinnert zich het allereerste Genemuider competitiedoelpunt: die goal werd gescoord tegen M J V. Jan zelf hierover: 'Veel plezier hadden we er niet van, want we verloren de wedstrijd met 10-1 '.

Ook wat het voetbal betreft wordt er door oudere mensen vaak met weemoed gesproken over die goede, oude tijd. Voor hen is er nooit een betere voetballer dan Bakhuis geweest en een confrontatie tussen het Nederlands elftal van toen en dat van nu zou volgens hen een ongelijke strijd opleveren. Zonder nu direct al deze verhalen te geloven, kunnen wij ons toch wel voorstellen, dat het voetbal van toen aantrekkelijker was.
Veel meer dan op het ogenblik was het voetballen van toen een open spel, waarin tactiek nog een zeer ondergeschikte rol speelde. In het spelpatroon van lange ballen voor de pot moet het koppen en zeer belangrijk onderdeel van het spel geweest zijn. Desondanks werden we bij het 25-jarig jubileum van Sportclub geconfronteerd met de volgende uitspraak van Henk (de kuper) van Dalfsen:
'Jan Booi van 't Einde, die de hoogste ballen kopte, wat toentertijd een zeer grote prestatie was'.Hieruit valt op te maken, dat althans de Genemuider voetballer weinig op had met koppen. De angst voor hoofdpijn met de vroegere veterballen, die bovendien nog vaak in het water laten ook, zal hier niet vreemd aan geweest zijn.

Bij het straatvoetbal van toen was het koppen zeker geen vergeten onderdeel. Ook toen probeerde de jeugd het balletje hoog te houden. De leerlingen van de ambachtsschool in Zwolle gebruikten hun pauze vaak om wat dat betreft nieuwe records te vestigen. (lange ) Cor Heutink en de Zwollenaar Meyerink brachten het een keer tot ruim 500 keer koppen zonder dat de bal de grond raakte!
Om het verhaal af te maken: ze kwamen veel te laat op school. Mogelijk dat de straf die ze daardoor opliepen een nieuwe record verbetering in de weg stond.

In de 50 jaren van Sportclubs bestaan hebben de bestuurders niet altijd zo groot kunnen denken als anno 1980. In verband met de kantinebouw is de leden dit jaar een begroting voorgeschoteld, waarin met duizenden guldens gegoocheld wordt. in de jaren dertig Jagen de bedragen, waarover gedacht en gesproken werd wel even iets anders: zo was er in die beginfase niet eens geld voor wat een voetbalvereniging in de allereerste plaats nodig heeft, nl. voor ballen.
De toenmalige 'postmeister' Jaap Hammer, aan de voetbal verbonden als bestuurslid, als vurig supporter en als zingend artiest en voordrachtskunstenaar tijdens het opsteken bij uitwedstrijden, zorgde er via een renteloos voorschot voor, dat er toch ballen kwamen. Toen het Jaap te lang duurde, voordat Sportclub tot aflossing van de schuld overging, uitte hij zijn ongenoegen door op een ledenvergadering iedere keer te interrumperen met de kreet: 'Pang, de ballen!'.

Zoals de voetbalclub geldzorgen kende, zo kenden ook de individuele spelers hun financiële problemen. Na een wedstrijd van Sportclub in Vollenhove staken spelers en begeleiders op bij café De Noorde.
Twee spelers bleven in de bus zitten, om de eenvoudige reden dat ze geen geld hadden. Gelukkig hadden bestuursleden een en ander in de gaten en werden de twee toch binnen geroepen voor een flesje bier.
Een van de 'zittenblijvers' 45 jaar na dit voorval: 'Destijds was er een groot verschil tussen arbeiders en burgers, tussen rijk en arm. Bij de voetbal ontmoetten beide groepen elkaar, terwijl bij andere bezigheden de kloof bleef bestaan. Daarbij kun je aan de Genemuider zangverenigingen de Lofstem en Excelsior denken'.

Moest Sportclub in haar eerste wedstrijd tegen Giethoorn diep buigen, al vrij snel was er tussen deze rivalen nog nauwelijks sprake van krachtsverschil. in een volgend treffen tussen Giethoorn en Sportclub konden de inwoners van 'Hollands Venetië' dan ook alleen maar de leiding,' nemen door en erg , gelukkig doelpunt: Gait (de Poenie) Eenkhoorn, een breker van de eerste soort, kreeg een bal tegen zijn hoofd geschoten en deze caramboleerde in het doel. Genemuiden probeerde furieus de gelijkmaker tot stand te brengen, maar het lukte niet. Een van de oorzaken was de grensrechter van Giethoorn, een man met een zeer betrouwbaar uiterlijk: hij liep in PTT-uniform (inclusief pet) langs de lijn. Zijn vlaggen was echter bijzonder eenzijdig. Vooral middenvoor Jan Huisman werd nogal eens ten onrechte teruggevlagd.
De schilderende voetballer nam echter in het café waar de spelers zich moesten verkleden op rake wijze revanche. Daar tekende hij ineen paar lijnen een karikatuur van de vlaggende postbode, die door bijna iedereen hogelijk gewaardeerd werd. Door bijna iedereen..., want onder bulderend gelach stormde de PTT'er met pet, maar zonder vlag het kantine uit.

Onder de scheidsrechters die Sportclub in de beginperiode leidden, bevond zich ook ene Van den Berg uit Kampen. Hij had bepaald een slechte naam in Genemuiden: men vond dat hij nogal eens beslissingen nam ten nadele van de groen-witten.

Een gelegenheids elftal van Sportclub Genemuiden tijdens de mobilisatie

Een gelegenheidselftal tijdens de mobilisatie met maar tien spelers; vlnr staand: Reint Bergman, Harm (hiep-hoi) Bennink, Siem Siebert, Joop (de muske) van Dijk, Gait (van Eb) Beens; midden: Gaitien Roeten, Harm Last, Jaap (van Jan Willem) Siebert; zittend: Henk (van Piet) Blom, Hendrik Jan de Lange, Willem (van Jan) Brouwer.

Eens had deze Van den Berg een wedstrijd in Steenwijk gefloten en was hij op zijn reis naar Kampen gestrand in Giethoorn, omdat hij daar de laatste bus gemist had. Sportclub speelde in Giethoorn en Van den Berg vroeg een lift naar Genemuiden. Vandaar zou het voor hem gemakkelijker zijn om zijn reis naar Kampen te vervolgen.
De reis Giethoorn-Genemuiden heeft de goede man waarschijnlijk nooit vergeten: zodra hij was ingestapt, pakte Jaap Siebert zijn mondharmonica en begon één van de hits uit die tijd te spelen, nl.; 'Als ik jou zie, moet ik huilen'. Volovergave zong de bus het lied, telkens weer. Pas toen Van den Berg, de opluchting scheppen volop zijn gezicht, uitstapte, stokte het gezang, en dat alleen nog maar, omdat de bus het eindpunt van de reis bereikt had. Toen Van den Berg weer eens een keer in Genemuiden leidde, was het lied nog steeds een topper.

Sportclub Genemuiden anno 1938

Sportclub anno 1938 -de foto is genomen op een Bondsdag in Almelo.
Vlnr staand: Willem Groothuis, Hendrik jan (van jaap) van de Wetering, Henk (de kuper) van Dalfsen, Harm (de koster) van Dijk, Harm (de krieze) Beens, Harm Kolk; midden: Marten Visscher; Cor van Dijk, jan Eenkhoorn, Appien Roeten (of jan Willem Groothuis); voor: Berend Beens, Hendrik jan de Lange.

De met levensgevaar van Bestevaer gehaalde kleedkamer, die later door de KNVB zo verguisd zou worden, heeft in de oorlog ook nog een rolletje gespeeld. Zo vertelde Marten Visscher, dat hij en Willem en Jan Willem Groothuis zich daar een keer voor de Duitsers verscholen hebben.
Meer spektakulair is in dit verband wat Harm (de nesse) Klasen en Jan (de biete) Tuinman eens meemaakten. Beide heren waren enthousiaste stropers, om preciezer te zijn peurders. Vaak verschalkten ze 's nachts een palinkje, daarmee zorgend voor de broodnodige aanvulling op de karige oorlogskost.
Op een keer, terugkerend van hun nachtelijke strooptocht, werden ze opgemerkt door Duitse soldaten die de kolenopslag bij de Buitenhaven in de gaten hielden. Harm en Jan gebruikten een zaklamp om de boot vast te leggen en werden prompt aangezien voor seinende spionnen. De bezetters openden zelfs het vuur. Beide Sportclubaanhangers namen de vlucht en verborgen zich op de zolder van de kleedkamer van Sportclub. Meer dan alle voetballers die ooit op de Veerweg gevoetbald hebben, hebben zij toen de WC gemist.

Hoe benard Sportclubs financiële positie was, moge ook blijken uit brieven, die het bestuur in 1934 uit deed gaan. Daarin werd namelijk aan scheidsrechters uit de omgeving gevraagd op te geven wat ze in rekening brachten voor het leiden van een seriewedstrijd. Zorgvuldig werd daarna uitgeplozen welke scheidsrechters het goedkoopst waren; de kwaliteit van de arbiter bleef buiten beschouwing!
Een buitenkansje wat dit betreft had Sportclub overigens drie jaar later. Toen trouwde ene heer Volkers, een bekend scheidsrechter in deze kontreien. Hij was daarmee zo in de wolken, dat hij besloot gratis een wedstrijd voor Sportclub te leiden!
Overigens willen wij de bestuursleden van toen vanuit deze tijd nog een zekere troost aanbieden met de vaststelling, dat ze vast cn zeker niet in de verleiding gekomen zijn scheidsrechters en tegenstanders om te kopen. En dat is ook wat waard!

Penningmeester van een sportvereniging zijn betekent vaak, dat je de touwtjes nauwelijks of niet aan elkaar kunt knopen. Nu is het zo, vroeger was dat misschien nog meer zo. Elke cent moest omgedraaid worden, voordat hij uitgegeven kon worden.
Geen wonder dan ook, dat Sportclubs penningmeester Jan Willem Groothuis zich in het jaar 1936 doodongelukkig voelde, toen hij op een gegeven moment bemerkte, dat hij in z'n kas een tekort van f 15, had. Jan Willem piekerde zich suf, hoe dat nu wel zat met die vijftien piek. Echter tevergeefs, althans tot zondagmorgen elf uur ongeveer: toen, gezeten op het kerkorgel en geïnspireerd door de preek (?) schoot het hem te binnen, dat hij had vergeten een rekening van garage Schaftenaar te boeken. Nog nooit is Jan Willem zo gelukkig uit de kerk gekomen!
Wel zat de schrik hem zo in de benen, dat hij 's maandags kas en kasboek inleverde.
Met Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren werden er door de CNVB vaak Bondsdagen, voetbaldagen die met gebed en psalmgezang geopend werden, georganiseerd. Eén van die Bondsdagen, om precies te zijn die van Hemelvaartsdag 1935 in Almelo, werd door het tweede team, in de praktijk Sportclubs jeugdteam, gebruikt om het juist behaalde kampioenschap nog meer glans te geven. Hoe kon het ook anders met de schutters die de ploeg bezat.
Het toernooi was zo goed bezet, dat er voor de ploegen geen gelegenheid was om zich op een veld in te spelen. Sportclubs jonge garde loste dit simpel op: op een vrij hoekje van het parkeerterrein werden de spieren wat losgewerkt, ook door wat met een bal te jongleren. Eén van de spelers, Harm (van Miene van pad) van Dijk, zocht het wat meer in ferme uithalen en het duurde dan ook niet lang, of de linker koplamp van één van de geparkeerde bussen werd door Harm getroffen. Nog niet bekomen van de schrik en eigenlijk nog niet weer meester over z'n spieren kwam Harm even later weer in het bezit van de bal en... Juist, een moment later lag de rechter koplamp ook aan diggelen. Hoe en zelfs of de schade geregeld is, weet onze zegsman Cor van Dijk niet meer.

Over diezelfde Bondsdag schreef Jaap Siebert bij het 25-jarig jubileum van Sportclub het volgende: 'Die dag gingen we voor het eerst met een juniorenelftal naar de Bondsdag in Almelo. Ze wonnen daar vlotweg de eerste prijs en kwamen met een mooie beker thuis. Ik ben daar als bestuurslid mee naar toe geweest en daar heb ik nog een aardige herinnering aan.
Thijs Brouwer, de slager, ging ook mee. Hij wilde dat tegenover vrienden en kennissen niet weten en hij stapte daarom apart in met een grote kartonnen doos bij zich. Daar had hij allemaal darmleverworsten in om die in Almelo op het voetbalveld te verkopen, om zodoende de reiskosten terug te verdienen. Ik had er dadelijk al een zwaar hoofd in. Het werd die dag erg warm en de worsten werden zo zacht als boter, terwijl er helemaal geen gelegenheid was om ze te verkopen. Het zag er dan ook slecht uit voor Thijs: reisgeld betalen en een strop met de worsten!
Toen echter klom Roelf (de doorn) van Dijk, die ook in het elftal zat, boven op de autobus en ontpopte zich als een eerste klas standwerker. In een minimum van tijd had hij een partij volk om de bus staan. Vervolgens prees hij de worst van Thijs met zoveel gloed aan, dat deze binnen een kwartier alle worsten verkocht had.
Maar het mooiste komt nog. Toen namelijk de volgende vrijdag het Bondsblad kwam, stonden daar ook foto's in van de Bondsdag. En wie stond daar in volle lengte, maar vooral ook in volle breedte… Thijs Brouwer, de man die niet had willen weten, dat hij als supporter met 'de voetbal' meeging!''Scheve' Hendrik Jan Siebert was keeper en aanvoerder van het tweede elftal, dat in 1935 voor het eerste kampioenschap van een Sportclubteam zorgde. Eén van zijn sterkste punten was een ferme uittrap, waarmee hij gemakkelijk het strafschopgebied van de tegenstander bereikte.
In een thuiswedstrijd -volgens onze zegsman tegen ZSV, al durft die daar geen eed op te doen -probeerde Hendrik Jan het evenwel met tactisch verantwoorde, korte trappen en zelfs met supermoderne uitworpen. Dit alles zeer tot ongenoegen van de supporters, die hun onvrede niet onder stoelen of banken staken. Het gemor en gekanker zat, joeg de Sportclubdoelman op slag van rust de bal met een ware krachtsexplosie hoog over het doel van de tegenstander, richting Veer. Met de handen in de zij keek hij het projectiel na en draaide zich toen om met de laconieke woorden: 'Was dat ver genoeg?'Tegenwoordig laten 'voetbalfans' op weg naar de wedstrijd van hun club veelal een spoor van vernielingen achter zich. Treinen, trams, bussen, toevallige voorbijgangers, alles en iedereen moet het ontgelden. Echter ook in het Sportclubverleden kwamen we een kiem van dit vandalisme tegen.
Toen nog geen overvolle trein of bus, zelfs nog geen veewagen, waarmee de spelers en supporters van Sportclub reisden, maar wel een peloton wielrenners van zo'n 50 a 60 man op weg naar Hattem. Breed uitwaaierend (ook wij luisteren naar Theo Koomen) nam deze groep bezit van de Mastenbroeker wegen. Voor een tegenligger, een man die zijn ongetwijfeld karige boterham als boekhouder in Genemuiden verdiende, was er alleen nog maar ruimte in de Wetering. De ongelukkige werd door de groep zonder meer in het water geveegd. Een ooggetuige hierover: 'Ik zal nooit het moment vergeten waarop de man 'bezopen' boven kwam'.
Het voorval maakte blijkbaar meer indruk dan de wedstrijd die volgde: de uitslag daarvan kwam niet meer boven water.

Vraag je Jan (krullechien) Eenkhoorn een voetbalploeg te noemen die vroeger keihard speelde, dan zal zijn antwoord ongetwijfeld zijn: Stormvogels uit Nunspeet. Uit zijn mond noteerden we:
'In 1936 eindigden we gelijk met Stormvogels uit Nunspeet op de bovenste plaats. We moesten dus tegen deze ploeg, die bekend stond als zeer hard, een beslissingswedstrijd spelen. De Nunspeters maakten hun faam wat betreft die hardheid volledig waar. Bas Roeten ondervond dit aan den lijve en moest met een lelijke blessure voortijdig het veld verlaten. We wonnen de wedstrijd met 4-1. Wat me echter veel meer bijgebleven is, is de scheidsrechter, die na afloop van de wedstrijd moest rennen voor z'n leven.

De spelers van Stormvogels bekogelden hem met alles wat ze maar vinden konden, zelfs met voetbalschoenen. Een aantal Nunspeter supporters kwam op het veld en hielp driftig mee'.

Later won Sportclub van datzelfde Stormvogels in een uitwedstrijd met 8-0. Scheidsrechter was toen de heer Lensink, in het dagelijks leven portier in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle, een man die voor niets en niemand bang was. Verschillende malen moest hij het duel stilleggen om oververhitte supporters uit het veld te laten halen.
De spelers lieten zich ook niet onbetuigd: drie Nunspeters werden naar de kleedkamer verwezen. Wie gedacht mocht hebben, dat Lensink voor al het oponthoud geen tijd bij zou trekken, kwam bedrogen uit. Schijnbaar onbewogen liet de Zwollenaar doorspelen, tot hij vond, dat het lang genoeg geweest was.

In 1936 had een Sportclublid financieel zo weinig armslag, dat hij niet in staat was zijn contributie over dat jaar te betalen. Voor hem gold: armoe troef. Dat dit de betreffende speler erg dwars gezeten heeft, moge blijken uit het feit, dat hij bijna tien jaar later alsnog zijn contributie over het crisisjaar betaalde.

Elders kunt u lezen, dat Marten Visscher 38 cent in de kas vond toen hij penningmeester werd. Dat dit niet een gulden meer was, was zijn eigen schuld. Als felle linksbuiten was hij in oktober 1936 tijdens de wedstrijd Go-Ahead -Genemuiden, een wedstrijd die op het scherpst van de snede werd uitgevochten, uit het veld gestuurd.
Dit werd door Sportclub niet op het wedstrijdformulier vermeld. Het gevolg hiervan was, dat Sportclub geheel volgens de reglementen van de Bond een boete kreeg van f 1,-. Dat niet vermelden op het wedstrijdformulier had niet als reden, dat Sportclubs bestuur vond, dat Marten geen blaam trof. Dit valt af te leiden uit het feit, dat Marten door het bestuur een voorlopige schorsing van één wedstrijd kreeg opgelegd, als gevolg waarvan hij niet opgesteld stond in de wedstrijd Be-Quick -Genemuiden.
We veronderstellen, dat Marten pas berouw van zijn 'misdaden' gekregen zal hebben, toen hij penningmeester werd.

Zijn onmiddellijke omgeving, omdat iedereen zijn benen lief had! Eén keer had Marten post gevat bij een paaltje. Gevolg: na de wedstrijd keerde hij met kapotte klompen en een gekneusde teen huiswaarts; het paaltje heeft nadien altijd enigszins scheef gestaan.
Een andere supporter, die als fel meelevend bekend stond, is jochem Oostwoud, schoonvader van (lange) Marten van Dijk. Wat een spanning was er altijd op 's mans gezicht te lezen, wat een verbetenheid en wat een onvrede als Sportclub te veel ging tikken. Hij trachtte zulk kort spel altijd te corrigeren door om lange ballen te vragen. Eén keer werd hij wat dat betreft op zijn wenken bediend. Harm Schuurman (later maakte hij furore in Zwartsluis) had zijn kreet 'geef 'm een loei..: niet nodig, want voordat Jochem uitgesproken was, had hij het leder al in z'n gezicht!

Grote nederlagen waren in het eerste jaar dat Sportclub aan de kompetitie dcelnam geen uitzonderingen. Soms bereikte de tegenstander zelfs de dubbele cijfers. We noemden al dc 10-1 nederlaag tegen M J V; CSV deed cr nog een schepje bovenop en deed de groenwitten zclfs met 17-1 in het zand bijten.
Wellicht kreeg het bestuur na de monsternederlaag de behoefte zich op de groene mat te begeven. Hoe dan ook, op een gegeven moment vond er een wedstrijd plaats tussen bestuursleden en commissieleden van Sportclub en die van Olympia. Wijze bestuurders als Harm rost, Harm Klasen cn Jaap Hammer zouden het in Hasselt wel even gaan maken. Helaas verliep alles niet volgens plan en aan het eind van de match stond er een droevige 0-13 stand genoteerd voor Sportclub.
Vanaf die tijd sta je als oud-voetballer hoog genoteerd voor een plaats in het bestuur. Althans, tenminste 'Dan weten wij dat ook want wij zijn allen in verwachting', is niet het einde van een brief van één of andere vereniging van huisvrouwen, maar wel een citaat uit een brief waarin het bestuur van de Urker voetbalvereniging SDO Sportclub vraagt deel te nemen aan seriewedstrijden aldaar. Of Sportclub heeft deelgenomen aan die wedstrijden weten wc niet.
Wel weten we, dat de groen-witten in de oorlog een keer op Koninginnedag een vriendschappelijke wedstrijd gespeeld hebben. Cor van Dijk vertelde ons hierover het volgende: 'Wc zouden eerst een vriendschappelijke wedstrijd in Zwartsluis spelen. Die wedstrijd ging niet door, omdat ze in Zwartsluis bang waren, dat dit moeilijkheden zou geven: de Duitsers hadden namelijk nadrukkelijk verboden op 31 augustus, de verjaardag van Koningin Wilhelmina, oranje te dragen en Heracles Zwartsluis had een oranje shirt.
Eén en ander was voor de Urkers een uitdaging. De club Wilhelmina droeg ook een oranje shirt en wilde wel spelen op die dag.

Prompt werd Sportclub dan ook uitgenodigd op Koninginnedag te komen spelen'. De wedstrijd zelf heeft op onze zegsman weinig indruk gemaakt, hij is de uitslag vergeten. Niet vergeten is hij het geweldige feest dat er op volgde en waar hij en zijn medespelers zich volledig instortten.
Zo zeer zelfs, dat Cor en Harm van Dijk, Willem Brouwer, Jaap (van Miene van pad) van Dijk en .Johannes (proeme) van Dalfsen de boot misten.
Laatstgenoemde bleef op Urk slapen; de ander vijf begaven zich, niet helemaal topfit, lopend op weg naar huis via Dd Lemmer en Blokzijl.
Volgens Cor moet het een barre tocht geweest zijn; 'De dijk van Urk naar De Lemmer was nog niet klaar en vaak moesten we klauterend over hopen zand zien vooruit te komen. Ook omdat we een lift van een melkwagen kregen, waren we de volgende morgen nog net voor de middag thuis'.
Aardig is misschien ook wat de vrouw van Cor er nog aan toe kan voegen: 'Henk (de kuper) van Dalfsen kwam die avond even zeggen, dat Cor niet thuis kwam. En weg was hij...'

De voorhoede anno 1941/1942

De schotvaardige voorhoede van het seizoen 1941/1942, die ook na de Tweede Wereldoorlog nog furore maakte; vlnr: Willem Groothuis, Siem Siebert, Henk (de kuper) van Dalfsen, Jan Willem Groothuis, Willem Brouwer:
 

Uit de prijzenkast in de hal van de kleedkameraccommodatie blijkt, dat Sportclub in de goede oude tijd bijzonder succesvol in seriewedstrijden geweest moet zijn. In deze kast, waarin overigens slechts een klein gedeelte van alle prijzen ooit door Sportclubteam, gewonnen prijkt, bevinden zich diverse bekers, die gewonnen zijn in de jaren dertig. Zelfs in het hol van de leeuw, in Zwartsluis werden tal van successen geboekt. Berend Beens hierover: 'De Sluzigers gunden ons dat natuurlijk niet. In de periode, dat Stormvogels nog bestond, regelden ze het zelfs zo, dat Sportclub en Stormvogels in de eerste ronde tegen elkaar lootten.
Speciale herinneringen heeft Cor van Dijk aan een beker, gewonnen op een toernooi van Heracles uit Zwartsluis. 'Nadat we de finale gewonnen hadden en de beker in ontvangst genomen, gingen we in ons vreugdevertoon zo ver, dat we de beker lieten vullen met klare jenever door enkele supporters. Berend (de panne) en ik, nog in het groenwit, dronken driftig mee met de supporters. Het bestuur en vooral Harm Bonthuis vond dat we met die daad te ver gegaan waren. We werden dan ook beiden diezelfde avond nog uitgenodigd voor een gesprek. Slechts door onze excuses aan te bieden en te beloven zoiets niet weer te zullen doen, konden we een schorsing ontlopen!
In 1942, nadat Sportclub het algemeen kampioenschap van de Afdeling Zwolle veroverd had, werd het Bondsvoetbal stil gelegd. Veel clubs konden geen elftal meer op de been brengen, omdat er heel wat jongens in Duitsland te werk gesteld werden en omdat anderen zich verscholen voor de bezetters. Dat voetballoze tijdperk duurde tot het eind van de oorlog.
Toch is in die tijd via straatvoetbal en eindeloze partijtjes op het veld aan de Veerweg de kiem gelegd voor de nieuwe glorie van Sportclub.
Henk (de bun) van Dalfzen hierover: 'Als we wilden voetballen op het veld konden we altijd een bal een veterbal, met een binnenbal -ophalen bij Gaitien Roeten. Dat deden we vaak meteen na schooltijd en we voetbalden door tot je geen hand voor ogen meer kon zien. Tijd om te eten hadden we nauwelijks. Voetbalden we niet op het veld, dan deden we het wel op straat. De ballen die we daarbij gebruikten waren soms van papier, soms ook waren het van die balletjes waar meisjes mee balden. We konden er alles mee.

In die tijd voetbalde ook vaak een zekere Gerard Fischer met ons mee. Dat was een jongen die uit Utrecht kwam en die, juist in verband met de oorlog, door zijn ouders hier ondergebracht was bij Klaas (van Fenne)van Dijk. Hij was wat ouder dan wij en kon behoorlijk voetballen. Als echte 'Westerling' had hij natuurlijk een diepe minachting voor ons 'boerenvoetbal'. Steeds weer showde hij ons zijn schijnbewegingen. Ook weet ik nog, dat hij vaak voor een bal zorgde. Stiekem nam hij dan een bal van één van de dochters van Klaas weg. Vaak raakten deze ballen lek natuurlijk, maar dat was voor Gerard geen enkel probleem: met het lek onder legde hij de ba1 weer op z'n plaats terug. De dochters van Klaas hebben waarschijnlijk nooit begrepen waarom ballen zo vaak lek waren'.

Op het veld aan de Veerweg, in de Dijkstraat (thans de Klaas Benninkstraat), in de Achterstraat bij de melkfabriek, waar eigenlijk niet. werden op deze manier kleine jongens als Henk van Dalfzen, Johan Driessen, Walther Bekendam, Albert en Johan Bakker, Harm Beens, Jochem Pleysier en vele anderen groot. Jongens die er na de oorlog voor gezorgd hebben, dat Sportclub in de omgeving en daarbuiten een steeds betere naam kreeg.

 


Zaterdag 5 augustus 2017
Oefenwedstrijd
DVS '33 - SC Genemuiden
 
 
Sportpark "DVS '33"
Ermelo

Aanvang 14.30 uur