logo
logo
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
 KATER IN KATWIJK
Kater in Katwijk

Na het kampioenschap in 1962, het tiende (!) Na de oorlog, dat nog meer glans kreeg doordat ook het tweede en derde de titel in hun afdeling opeisten, hield Sportclub geen receptie. Op de jaarvergadering deed het bestuur desgevraagd uit de doeken waarom.
Het had, aldus voorzitter Jan Eenkhoorn, grootse plannen gehad om dit zo succesvolle jaar feestelijk te vieren met een huldiging van alle spelers. Toen het tornooi om het landskampioenschap zo goed voor Sportclub leek te gaan verlopen besloot het bestuur nog even te wachten. De groen-witten -toen geheel in het wit gestoken -grepen echter naast de titel door de laatste wedstrijd tegen Quick Boys in Katwijk te verliezen. De kater was zo groot, dat het feest niet doorging.
Gezien het uitvoerige en zeer optimistisch c jaarverslag van secretaris Jan van Dalfsen dacht het bestuur ongetwijfeld 'volgende keer beter'. Op die volgende keer hebben we dan wel achttien jaar moeten wachten.
Al in het Kerstnummer 1962 van Sportclub Nieuws ( dat daarna niet meer verscheen tot 1966) voorspelde Jan van Rees: 'Sportclubs !eerste, dat een tiental jaren de lakens in de Oostelijke zaterdagvoetbalwereld heeft uitgedeeld schijnt nu aan het 'verzinken' toe te zijn.'
Het duurde daarna ook bijna 18 jaar voor Van Rees, die inmiddels naar Meppel verhuisde, weer een artikel schreef in Sportclub Nieuws, oorspronkelijk zijn geesteskind.
Hemelvaartsdag 1962 organiseerde de Afdeling Zwolle een groot pupillentoernooi ten bate van het Prinses Beatrix Polio Fonds, onder het motto 'De gezonde maatjes spelen voor hun gebrekkige maatjes'. Het inleggeld was 5, tot 10, per elftal, en dat geld werd overgemaakt naar het genoemde fonds. Ook Sportclub nam deel met een pupillenelftal. De Sportclub afvaardiging stond uiteraard onder leiding van Berend Herssenberg. Ze kwam goed voor de dag op dit monstertornooi, hoewel ze de finale niet bereikte.
Sportclubtrainer Jan de Roos vertrok in 1961. Zijn opvolger werd H.J. Spijkerman die vijf jaar in Genemuiden bleef en toen op zijn beurt opgevolgd werd door De Roos. Spijkerman werd toen hoofdtrainer van ZAK, al kon hij daar niet dadelijk aan de slag.
Aan het eind van het seizoen brak hij namelijk bij een training bij Steenwijk, de club die hij naast Sportclub en MJV onder zijn hoede had, zijn bovenbeen.

Overigens woonde Spijkerman in het seizoen 1965/66 al niet meer de uitwedstrijden van Sportclub bij. Het bestuur stemde maar al te graag in met een verzoek van Spijkerman. 's Mans capaciteiten waren hierbij helemaal niet in het geding. Maar het scheelde de clubkas 600 harde guldens en die stak het bestuur liever in de afbouw van de accommodatie dan in een constante technische begeleiding.
Dat Sportclub inderdaad wel vertrouwen had in Spijkerman bleek nog eens jaren later. Toen trainer H. Barneveld in 1971 zijn contract opzegde, was een van de meest serieuze kandidaten voor de post van oefenmeester Spijkerman. Hij kwam toen niet naar Genemuiden omdat beide partijen het niet eens konden worden over de financiële condities.

Uit de verhalen over vroeger en ook uit de anekdotes in dit boek zou je gemakkelijk de indruk krijgen dat er vroeger alleen bijzondere wedstrijden werden gespeeld. We kunnen echter verzekeren dat de meeste duels een normaal verloop hadden. Maar juist het ongewone blijft in herinnering en is natuurlijk ook het vermelden waard. Hier nog enkele voorbeelden.
Een merkwaardig voorvalleek beslissend in de wedstrijd DETO-Sportclub op 27 oktober 1962. Sportclub liep in Vriezenveen vrij gemakkelijk naar 1-3, onder meer door een goal van Dirk Beens, een typisch 'Deiedoelpunt': schieten van afstand en al juichen voor de bal in het doel verdween. Naar onze herinnering ging dat maar een keer fout. De keeper verstoorde toen Dirks privé-feestje wreed door de bal nog juist op de paal te duwen. In welke wedstrijd dat gebeurde hebben we niet kunnen achterhalen.
Terug nu naar de wedstrijd tegen DETO. De Vriezenveners kwamen halverwege de tweede helft op 2-3 en het leek niet gemakkelijk te worden voor de groen-witten. Leek, want DETO wisselde kort daarop een geblesseerde speler en de ploeg sloeg aan het bekvechten wie nu binnen de lijnen moest komen. Het meningsverschil liep zo hoog op dat een spijer uit eigen beweging het veld verliet. Met het DETO-tiental had Sportclub weinig moeite meer. Het won met 2-4.

Mist bepaalde bijna een jaar later (26-10-63) de wedstrijd tegen Zwart-Wit. Toen de ploeg van Nederlands grootste Christelijke voetbalvereniging in Genemuiden arriveerde was het zich al slecht, maar de mist werd steeds dichter. Aan het begin van de tweede helft was vanaf de middellijn het doel niet meer te zien en had de wedstrijd dus moeten worden gestaakt. De scheidsrechter besloot toch door te gaan 'omdat de mensen uit Rotterdam niet voor niets zover hadden gereisd', daarbij vergetend dat die mensen in een steeds dichtere mist ook weer naar huis zouden moeten. Zwart-Wit won met 1-0, via een doelpunt dat beslist niet iedereen gezien kan hebben en stootte zo Sportclub uit de kopgroep. Door deze nederlaag zakten de groenwitten maar liefst vier plaatsen op de ranglijst! O ja, de scheidsrechter en Zwart-Wit zijn gelukkig zonder ongelukken thuisgekomen.

Jaren later, in 1967, waren de weergoden het voetbal ook niet gunstig gestemd. Sportclub speelde thuis toen tegen Blauw-Wit Leeuwarden in de stromende regen, die vanwege de kou veel op ijzelleek. De meeste supporters hadden duidelijk voor de warme kachel gekozen. Hoe bar het was bleek wel uit het feit dat Sportclubrechtsbuiten Jaap Snippe vlak voor de rust bevangen werd door de kou en het veld moest verlaten. De andere spelers strompelden door, al zal het eindsignaal (bij een stand van 4-2 voor Sportclub) niet vaak met zoveel instemming zijn begroet!

In 1961 nam Sportclub voor het eerst deel aan de Jeugdsport kampen van de KNVB. Dat werd daarna een vast onderdeel van het seizoen. Alleen dit jaar (1980) ging de jeugd niet. Er was namelijk geen plaats vrij in de door Sportclub geplande weken.
In 1961 ging de groep junioren naar het kamp in Otterlo. Het jaar daarop ging men naar Hoek van Holland en dit kamp met wat minder strenge regels en dicht bij zee beviel erg goed. Dat mag men wel concluderen uit het feit dat Sportclub hiervoor elk jaar inschreef.
In het begin konden alle junioren mee, maar vanaf 1967 beperkte Sportclub zelf de mogelijkheden. Vanaf dat jaar konden alleen de jongste B en C-junioren mee. De KNVB adviseerde ook in die zin en schreef dat later bindend voor.
Aan die beperking lag een slechte ervaring ten grondslag. In 1966, het enige jaar dat Sportclub Hoek van Holland ontrouw was en naar Valkenheide bij Maarsbergen ging, misdroeg de oudere jeugd zich, vooral in woord, maar ook in gedrag. Zo presteerde een groep het 's nachts rond drie uur thuis te komen! De betrokkenen werden door de strafcommissie ter verantwoording geroepen en er vielen forse schorsingen. Een jongen kreeg zelfs tien wedstrijden en elf voorwaardelijk. De kommissie van beroep deed daar later enkele weken vanaf.
Tegenover deze en nog andere negatieve punten stonden natuurlijk ook veel goede en leuke ervaringen. Deze vormden uiteraard de hoofdmoot, anders was het 'Jeugdreisje' allang van Sportclubs programma afgevoerd.
Een van de mooiste verhalen is wel, dat men op de morgen van het vertrek de jongste en kleinste deelnemer miste. De zoekacties werden steeds intensiever, naarmate succes uitbleef. Ten einde raad begon men alvast maar de bagage in de bus te pakken en toen vond men het verloren schaap: hij lag achter de bagage, diep in slaap. De hele week had hij dapper 's avonds mee gefeest zonder een krimp te geven, maar het halve uur wachten op de bus was hem fataal geworden.
Daarnaast won Sportclub ook veel prijzen in de kamptoernooien. De leiding van de Sportclubdelegatie was, zoals zoveel zaken binnen de voetbal, geheel een zaak van vrijwilligers. Uiteraard was daarin nogal wat verloop.
Wie echter bleef was Berend Herssenberg, die vrijwel alle kampen meemaakte en mede door zijn grote ervaring meestal hoofdleider was en als zodanig ook zitting had in de kamp raad, het overlegorgaan tussen kampleiding en deelnemende groepen. Buitendien bleek Berend een gewaardeerd scheidsrechter tijdens de kamptoernooien.
De wedstrijd tegen SVWZ op 12 november 1966 heeft Sportclub lang onthouden. Niet alleen omdat de groen-witten door een 2-1 nederlaag in Wierden de aansluiting met de top verloren, maar ook omdat twee spelers in het ziekenhuis belandden en voor lange tijd uitgeschakeld waren.
De wedstrijd begon veelbelovend: Joop van Dijk bracht Sportclub op 0-1 na een soloactie van Dick Driessen. SVWZ antwoordde met een fel offensief, dat zijn bekroning dreigde te krijgen toen spits Gerry van den Broeke doorbrak. Keeper Harm ter Horst redde echter door Letterlijk op de schoen van Van den Broeke te duiken.
Gevolg: Ter Horst moest op een brancard van het veld worden gedragen met een forse hoofdwond en een hersenschudding. Sportclub had geen reservekeeper bij zich. Gelukkig stond de keeper van het tweede, Johannes (de zwerte) Bakker licht geblesseerd langs de lijn. Deze doelman, met een beperkt gezichtsvermogen maar met een fabelachtige reactie, haastte zich naar de kleedkamer om zich in tenue te steken.
In tussentijd nam rechtsback Albert Bosman in trainingsshirt en wit weggetrokken van de zenuwen de plaats onder de lat in. Hij hield het doel schoon, want toen SVWZ vlak voor rust gelijk maakte stond Bakker al in het doel. De mannen uit Wierden kwamen na rust zelfs voor met 2-1.

Een kwartier voor tijd maakte Sportclub zich op voor een slotoffensief. Grote inspirator was jan ( de klep) Beens, die onvoorstelbaar joeg om balverlies te corrigeren. Bij een wilde poging een bal, die hem dreigde te passeren, alsnog te koppen botste jan tegen (alweer) Van den Broeke. Beens viel zo ongelukkig, dat hij een zware hersenschudding opliep. Ook hij werd van het veld gedragen. Begrijpelijk na zo'n voorgeschiedenis was de rest van de wedstrijd niet meer dan een plichtmatige vertoning.

In de periode dat Sportclub tweedeklasser was, scoorden twee spelers vijftig doelpunten. Onbetwist topscorer was Henk van Dalfzen met 55 doelpunten, maar hij was dan ook van 1960 tot '67 vaste keus.
De tweede Sportclubspeler, die de vijftig volmaakte, wasjaap Hoekman. Hij deed dat op 15 oktober 1966 in de wedstrijd tegen VVT. Een goede prestatie, vooral als men weet dat Hoekman slechts iets langer dan drie seizoenen meespeelde!

In 1967/68 was Sportclub ingedeeld bij SSVU. Behalve in haar naam (volledig: Spoorwegen Sportvereniging Utrecht) demonstreerde deze club haar verbodenheid met de NS in haar accommodatie. De kleedkamers waren namelijk gemaakt van vrachtcontainers.
De groen-witten wonnen de uitwedstrijd in Utrecht met 1-2. Na afloop was de stemming in het Utrechter kamp koel, op het grimmige af. Sportclub veronderstelde dat de latere degradant slecht tegen zijn verlies kon en vertrok spoorslags. En dat was nu net de bedoeling niet, want de consternatie bij SSVU was niet veroorzaakt door de nederlaag, maar wel omdat tijdens de wedstrijd was ingebroken in een kleedkamer. De daders hadden nogal wat vernield en ook behoorlijk wat geld ontvreemd.
Sportclub vernam dit pas op de terugweg. Spelers en supporters staken eerst naar gewoonte uitgebreid op in Nijkerk, maar daarna werd de bus aan de Kamperzeedijk opgevangen door het gehele Genemuider politiekorps, dat toen overigens minder mensen telde dan nu. Onder geleide ging de bus naar het bureau en Ia dan niet morrend moesten de inzittenden in groepen naar binnen om gefouilleerd en kort ondervraagd te worden. Natuurlijk vond de politie niets. Een Genemuider supporter mag dan aan de tap graag iets achterover slaan, achterover drukken doet hij niets.
Alhoewel... toen de laatste groep de bus verliet zag men op de vierde bank twee borrelglaasjes staan, onmiskenbaar afkomstig uit een Nijkerks horecabedrijf!

Wedstrijden om de KNVB-beker eindigen altijd in een beslissing.
Op deze ijzeren voetbalregel moest natuurlijk de uitzondering komen die haar bevestigt. Sportclub zorgde daarvoor, samen en in vereniging met SKV. Beide ploegen ontmoetten elkaar op het oude SKV-veld in Wageningen Laag (nu speelt SKV op de flank van de berg.
In de normale speeltijd eindigde de wedstrijd gelijk: 2-2 en in de verlenging werd niet meer gescoord. Strafschoppen moesten dus de beslissing brengen. Maar ook daarin gaven beide ploegen elkaar niets toe, elke serie eindigde gelijk. In de tweede serie miste Sportclub de eerste twee strafschoppen; het kwam toch weer gelijk, omdat SKV nummer vier en vijf van de serie miste. In de derde serie was de situatie precies omgekeerd.
Inmiddels was het al aardig gaan schemeren. De scheidsrechter wilde wat extra licht en kreeg dat doordat de lichten in de kantine aangingen en de deur werd opengezet. Maar ook dat hielp maar even en de vierde en vijfde serie penalty's werden een -Letterlijk -duistere zaak.
Nog steeds was er geen beslissing, maar de scheidsrechter besloot in arren moede er een punt achter te zetten.
Enkele weken later werd de wedstrijd overgespeeld. Veel supporters, die de eerste maal wel present waren, durfden ten tweede male het noodlot niet te tarten: ze bleven voor alle zekerheid thuis.
Die bezorgdheid bleek niet terecht: Sportclub verloor in de normale anderhalf uur met 2-1.
De KNVB trok echter lering uit deze zaak. Sindsdien is de aanvangstijd voor bekerwedstrijden een half uur vervroegd. Sportclub besloot het seizoen 1966/67 op 1 april af met een wedstrijd tegen het Wierdense SVWZ. Voor de wedstrijd nam Sportclub afscheid van twee vaste eerste elftalspelers: Henk van Dalfzen en Willem van Dijk. Sportclubvoorzitter Henk Klaver huldigde beide spelers met bloemen en ook de voorzitter van de Wierdense gasten sprak prijzende woorden.
Voetbal en supporters toonden later met een gezellige avond aan dat het niet om een aprilmop ging. Zowel Henk Klaver als Wolter Eenkhoorn spraken de wens uit dat beide spelers hun ervaring in dienst zouden blijven stellen van Sportclub: 'Er is genoeg te doen!' Van Willem van Dijk was al bekend, dat hij de kleuren van Sportclub zou blijven verdedigen, zij het in een lager elftal. Willem debuteerde in 1954. Hij werd eerste elftalspeler toen Henk Stukje vlak voor de landskampioenschap competitie in 1954 om studieredenen moest afhaken. Willem werd rechtsbuiten, maar toen zijn haargrens naar achteren schoof, ging hij ook zelf naar de achterhoede: hij speelde eerst rechtsback en stond tenslotte stopper.
Na 1967 trad hij toe tot 'de club van het vierde'. Daar werd hij een erkend steunpilaar, die vooral opviel door zijn gave koptechniek. Sportclub Nieuws onthulde later het geheim: het veronderstelde dat Willem zijn voorhoofd net als een biljartkeu krijtte.
Henk van Dalfzen kwam uit hetzelfde A elftal als Van Dijk. Dat zeer sterke jeugdteam zorgde voor de eerste keer dat een sportclubteam in de hoofdklasse kwam. Henk debuteerde al in 1952, en dat was het begin van een van de mooiste carrières binnen Sportclub, zoals we elders al hebben toegelicht. Henk stopte radicaal met de actieve sport, hij trad alleen toe tot de veteranen en toonde op het VVOG-toernooi jaarlijks dat zijn sprintsnelheid maar weinig afnam.
Maar ook in de jaren daarna betekende Henk veel voor Sportclub: tien jaar liet hij de jeugd en/of de selectie profiteren van zijn in zijn lange loopbaan zo rijkelijk opgedane ervaring.

Vrijwel direct nadat de nieuwe redactie in 1966 was aangetreden, hield Sportclub Nieuws een enquête onder de verenigingen van district Oost. Onderwerp was de wenselijkheid van het instellen van reserveklassen binnen de 'Grote KNVB'. In district West II waren die al, maar gewoontegetrouw moesten de andere streken van Nederland wachten op een dergelijk nieuwtje. Juist dat betreurde Sportclub Nieuws, omdat ze graag de afstand tussen het eerste en het tweede -in haar filosofie het team om de talentvolle jeugd op te vangen -zo klein mogelijk wilde zien.
Het initiatief kreeg nogal wat publiciteit, onder andere Voetbal Internationals zaterdagmedewerker Piet Wolffenbuttel (scheidsrechter in de westelijke districten) haakte er op in en wenste de initiatiefnemers veel sekses. De medewerking was goed. 35 Verenigingen reageerden, slechts één in negatieve zin.
Sportclubs bestuur hikte aanvankelijk nogal tegen de hoge kosten aan die een en ander met zich mee zou brengen, maar stelde zich toch in meerderheid achter het initiatief van Sportclub Nieuws. Voorzitter Henk Klaver slingerde deze zaak aan bij de KNVB. Samen met twee redactieleden ging hij eerst naar de jaarvergadering van de Vereniging van Zaterdag clubs (VZC.) De belangenvereniging vergaderde in hotel Terminus in Utrecht, op een nogal zomerse zaterdag. Klaver begon te transpireren zodra hij de vergaderzaal binnenkwam en aan het eind van de vergadering lekte het zweet hem nog van het gezicht. In tussentijd had hij echter voorzitter Molenmaker van het nut van reserveklassen kunnen overtuigen.
Dezelfde afvaardiging probeerde het ook via een rechtstreekse confrontatie met het sectiebestuur zaterdagvoetbal in Zeist, op een vergadering van alle tweede klassers. Voorzitter Fokke Remmers stelde in zijn openingswoord, dat alles aan de orde kon komen; alleen moest de vergaderzaal om kwart over twaalf ontruimd zijn. Vervolgens sprak hij (vanaf halftien) tot vijf over twaalf over de eerste klasse, die steeds dichterbij kwam. Discussie was daarna natuurlijk nauwelijks meer mogelijk.
Via de VZC kwam de zaak uiteraard wel in het sectiebestuur. Dat besloot, zo schreef de VZC aan Sportclub, om niet af te wijken van de oorspronkelijke plannen die inhielden, dat oost pas na 1970/71 zijn reserveklasse zou krijgen. Het werd uiteindelijk 1972/73. Sportclubs tweede kon zich niet dadelijk voor deze klasse kwalificeren. Een van de oorzaken was desinteresse bij de spelers, als we Sportclub Nieuws mogen geloven. Naarmate het competitie-eind in 1972 dichterbij kwam, zakte Sportclub 2 verder op de ranglijst. 'Sommige spelers vinden dat niet zo erg: 'Anders moeten we volgend jaar veel te ver reizen', aldus het clubblad.
Het duurde tot 1978(!) voor het tweede elftal promoveerde naar de 'grote KNVB', naar de reserveklasse, waarvoor de vereniging zich al elf jaar eerder erg druk had gemaakt. In de loop van 1963 boorde Sportclub een nieuwe bron van inkomsten aan: de reclame. Rond het veld verschenen de eerste borden. Er was een speciale reclame kommissie met Berend Eekhoorn, Arend van Dijk en Bertus Tuinman. In 1968 volgde er een actie om deze inkomsten te verhogen. Vooral bestuurslid Aart Visscher onderscheidde zich in het aantrekken van gegadigden. Het geld werd onder meer gebruikt voor het aflossen van renteloze aandelen, die waren uitgezet in de tijd van de kleedkamerbouw.
Visscher trok zich echter al gauw terug. Met veel moeite had hij een bedrijf geïnteresseerd, maar dat haakte af toen het bestuur een extra hoge prijs berekende.

Men ontwikkelde ook nieuwe initiatieven. Zo schonk Sportclub een scorebord en gaf een tijdje programma's uit bij thuiswedstrijden van het eerste. De programma's bevatten de opstelling van beide ploegen en er was een verloting aan verbonden.
De voorbereiding en verkoop van programma's werd al spoedig overgenomen door de groep van Sportclub Nieuws onder de naam van Reclame kommissie II; Reclamekommissie I was de oorspronkelijke groep en die bleef de veldreclame behartigen.
jacob Klasen vervaardigde meestal de programma's, als lid van de -toen nog steeds onderbezette -jeugdcommissie moest hij de verkoop 's zaterdagsmiddags aan anderen overlaten. Daarnaast beheerde de RC II het doelpuntenfonds, waarin een groep supporters een dubbeltje stortte bij elk doelpunt van Sportclub I.
Bestuur en kommissie hadden afgesproken dat de opbrengsten zouden worden aangewend voor een aankoop. Het bestuur eiste het geld echter op voor de normale exploitatie en legde zo weer de kiem voor een conflict dat eigenlijk nooit een conflict had mogen zijn. Voorzitter Klaver: 'Hoewel kommissies binnen Sportclub onontbeerlijk zijn, zou je bijna beginnen te zingen: Commissie hier, commissie daar, conflicten overal'. Klaver behoefde trouwens niet op te treden als heldentenor. Want na wat hatelijkheden kwamen de partijen wel tot elkaar.
De kommissie maakte de 975, die ze in kas had over op de lopende rekening van Sportclub. De kommissie ging gewoon door, al moest ze een jaar later stoppen door gebrek aan mankracht bij de verkoop. Het doelpuntenfonds werd in gewijzigde vorm, nog enige tijd beheerd door de supportersvereniging. Het jeugdbestuur vulde het gat, ontstaan door het wegvallen van de programmaverkoop, op met een verloting ten bate van de jeugdkas.

De keuring van de spelers was in het seizoen 1966/67 maar matig geregeld. Maar liefst 77 maal kreeg Sportclub Nieuws door de Afdeling Zwolle een boete opgelegd omdat een niet gekeurde speler deelnam aan een wedstrijd. De boetes varieerden in hoogte van 50 cent tot 25,-. In totaal 'scoorde' Sportclub een totaalbedrag van 419 ,-.
Na een onderhoud op het Afdelings bureau werden 49 van de opgelegde boetes verminderd. Dat betekende dat de Afdeling de vereniging 259, kwijtschold, waardoor het netto boetebedrag op 160, bleef steken.
En dat in een tijd dat Sportclub steeds weer de bouw van haar accommodatie moest vertragen, omdat het geld niet toereikend was.

14 oktober 1967 was Sportclub weer eens te gast bij IJsselmeervogels De supporters van de Vogels verwachtten een gemakkelijke overwinning, maar Sportclub dacht daar anders over. Het nam zelfs een 0-1 voorsprong, doordat jan van der Haar een penalty benutte en het duurde lang voor de Vogels via A. de Graaf langszij kwamen. Het bleef 1-1, ondanks een slotoffensief van de Spakenburgers.

Twee minuten voor tijd begon Sportclubrechtsbuiten Walther van der Haar echter een indrukwekkende solo, passeerde ook de keeper en schoot in. De rechtsback sloeg de bal nog weg, volgens de mensen achter het doel, nadat het leder al ruimschoots het doelvlak had gepasseerd.
Scheidsrechter Schmidt had het gebeuren echter alleen maar van verre gezien en gaf de verdedigende partij (terecht) het voordeel van de twijfel: resoluut deponeerde hij de bal op de stip. Specialist jan van der Haar kwam naar voren om keeper De Graaf weer van elf meter te testen. Toen greep de grensrechter van IJsselmeervogels in. Het al morrende publiek stuurde hem het veld in om de scheidsrechter te vertellen dat hij eigenlijk voor buitenspel had willen vlaggen.
Schmidt zou de man volgens de regels van het veld hebben moeten sturen, maar deed dat niet. De man met de vlag vertelde zijn boodschap zo indringend en met zulke grootse gebaren dat de scheidsrechter begon te weifelen en uiteindelijk zijn beslissing veranderde. Hij pakte de bal op, legde hem op een plek waar Walther niet eens langs was gekomen op weg naar het doel en... gaf IJsselmeervogels een vrije trap.
Daarmee had hij de kat goed in de gordijnen. Heel Sportclub protesteerde en er kwamen al wat supporters binnen de afrastering. Toen Schmidt dat zag, griste hij de bal weg en verdween zonder een eindsignaal te geven als een haas in de kleedkamer, weigerde daar vooreerst uit te komen en hield de wedstrijd voor gezien.
Door dit onbevredigende slot laaiden de emoties hoog op. Twee Spakenburgers raakten onderling in de middencirkel in gevecht. Een van hen moest met een gebroken kaak richting ziekenhuis.
Sportclubvoorzitter Henk Klaver en supportersvoorzitter Wolter Eenkhoorn roerden ook geducht hun mond. Hen werd daar rekenschap van gevraagd op weg naar het parkeerterrein. Oom en neef verdedigden zich met hulp van meerdere supporters bekwaam, ook al werd Klavers gezicht de dagen daarna gesierd door een prachtig verkleurend oog.

Het vierde elftal nam geruime tijd een bijzondere plaats in Sportclubs gemeenschap in. Net als het derde met mannen als jan Fuite en de broers Walther en Marten van der Haar mengde het jeugdig enthousiasme zich met het inzicht van veteranen.
Zo besloot Willem (van Eurnte) van Dijk er zijn loopbaan. Een andere bekende speler van het vierde was Arend (de rolie) van Dijk. Die bleef supporter, ook toen hij als baggeraar in Abu Dhabi oliedollars verdiende,

waarin hij ook Sportclub liet meedelen: Hij schonk het eerste bijvoorbeeld nieuwe shirts. Tijdens zijn verlof ontving Arend de uitnodiging een gastwedstrijd te spelen met het vierde. Hij stelde dit zo op prijs, dat hij voor deze ene wedstrijd een geheel nieuw tenue aanschafte.

Gezelligheid stond voor het vierde voorop. Boze tongen beweerden dan ook dat het vierde evenveel tijd nodig had om na een uitwedstrijd uit Zwartsluis thuis te komen als het eerste uit Oud-Beijerland. Bij het opsteken fungeerde de 'grote kleine' leider Jannes (de mien) van Dijk veelal als conferencier, en zijn lied over Blonde Johnny werd vanwege succes steeds opnieuw geprolongeerd.
In het veld deed ongetwijfeld Willem Terink het meeste van zich horen met aanwijzingen voor zijn medespelers, maar vooral voor de leiding. Het ongeluk was dat hoofdonderwijzer Willem door de week vrijwel altijd gelijk kreeg van zijn leerlingen; de scheidsrechter was aanmerkelijk kritischer.
Terink -naast vierde elftalspeler ook nog redacteur van Sportclub Nieuws en pupillentrainer -werd in 1971 door verhuizing naar Enschede Willem in den vreemde. Hij werd hoofd van de school waar hij zelf zijn eerste opleiding had genoten. Hij ging over naar Rigtersbleek, maar niet voordat hij zijn medespelers een afscheidswedstrijd aanbood, die uitmondde in een fuif. Een ander groot babbelaar was Aart Visscher. Allang voor hij zelf de fluit ging hanteren wist hij blijkbaar precies hoe ver een speler kon gaan bij een man in het zwart. Hij liep tenminste zelf nooit een waarschuwing op, hoe ongelofelijk dat het bestuur ook voorkwam.

De meest enthousiaste speler kende het vierde in Toon van den Berg (Torres, naar de naam die hij koos toen het vierde een kampioenswedstrijd speelde). Bij uitwedstrijden was hij altijd het eerst op de Kaai om vooral de auto niet te missen. Groot was dan ook de consternatie toen Anton ontbrak, toen de ploeg eens vroeg, dadelijk na het middaguur moest vertrekken. De wijziging in het aanvangsuur was hem ontgaan. Er werd een zoekactie op touw gezet. Anton werd tenslotte gevonden in de paskamer van een plaatselijke kledingzaak. Getuige het grote aantal pakken dat er rondslingerde was hij nogal kieskeurig. Maar toen hij hoorde dat hij voetballen moest schoot hij onmiddellijk in zijn oude plunje, gaf zijn vrouw Annie volmacht de zaak verder af te wikkelen en dook de auto in.
Opvallend was, dat Toon nadien één donker pak in de kast had, dat hij vrijwel nooit heeft gedragen.

Sterke uitspraken hebben soms heel wat gevolgen. Piet van der Sluis en Henk Leusink, indertijd vurige Sportclubaanhangers, kunnen dat beamen. Piet liet zich in een gesprek met vrienden ontvallen dat hij zich de wedstrijd CJVVSportclub niet wilde laten ontgaan, ook al zou hij op de autoped naar Amersfoort moeten. Een weddenschap is in zo'n geval snel gemaakt en dan kun je niet meer terug.
Net na het middernachtelijk uur, aan de Kamperzeedijk meestal een uiterst rustige tijd, was het zaterdagmorgen 4 november 1967 dan ook een drukte van belang bij het Buurthuis. Velen wilden Piet en Henk uitzwaaien die op versterkte steps met verhoogd stuur aan de 90 kilometer lange tocht begonnen.
Er viel een druilerige regen, die beide volgers Eibert Leusink en Jan Willem van Riessen op de brommers al gauw deed klappertanden van de kou. Beide steppers zorgden wel dat ze warm bleven. Ze hielden er een stevig tempo in en lasten maar enkele korte stops in om te eten en te drinken. Om halfvijf waren ze al in Harderwijk, en lagen toen twee en een half uur voor op het schema. Die voorsprong hielden ze vast en voor het middaguur zagen ze Amersfoort al liggen. Daarom viel het besluit in Hoevelaken een extra lange stop te maken in een bekend café om het welslagen van het avontuur te vieren.
Dat bleek niet erg verstandig: de spieren werden stijf en de benen van beide jongens begonnen op te zetten. Daardoor werden de laatste zes kilometers naar het veld van CJVV een ware marteltocht.
Piet van der Sluis moest het laatste eind zelfs lopen omdat zijn autoped een klapband kreeg. Toch slaagden ze erin aan te komen op het moment dat de spelersbus het parkeerterrein opdraaide.
Aanvoerder Dirk Beens zette beide 'kampioensupporters' in de bloemen. Beide puntjes kon hij ze niet mee naar huis laten nemen. Die bleven in Amersfoort. CJVV won namelijk met 3-0.

Een van de pijlers waarop het succes van het tweede elftal in het seizoen 1968/69 gebaseerd was, was ongetwijfeld de goede sfeer binnen het elftal. Veel spelers troffen elkaar veelvuldig buiten het voetballen om en bereidden dan vaak allerlei 'acties' voor.
Toen het elftal door een nederlaag van concurrent Owios 2 kampioen werd zonder zelf te spelen, werd besloten tot een ludieke actie tijdens de eerstvolgende wedstrijd tegen Nunspeet 2. Elke speler speelde met een letter op de rug. Pas na de rust werd het de toeschouwers duidelijk, wat de bedoeling van deze letters was. Toen namelijk stelde het team zich ruggelings aan het publiek voor en kwam de slagzin 'WIJ ZIJN DE KAMPIOEN' tevoorschijn. Alvorens scheidsrechter Wissink de partijen weer aan het voetballen zette, verschenen een vijftiental 'bloemenmeisjes', die de spelers, reserves en geblesseerden in de bloemen zetten.
Tegenstander Nunspeet profiteerde van de feeststemming der groen-witten door een 2-0 achterstand om te zetten in een 3-2 overwinning.
Toen enige tijd later in Staphorst, de Afdelingsbeker veroverd werd door een 2-0 overwinning op Dedemsvaart, waren de spelers andermaal in voor actie. In enkele auto's met open dak werd in een rondrit de beker en vooral ook het deksel daarvan aan de Genemuider bevolking getoond. Vervolgens werd het bordes van het gemeentehuis opgezocht om de op de Kaai verzamelde massa toe te zwaaien. Nou ja, massa... De pret was er echter niet minder om.

Zaterdag 28 maart 1970 boekte Sportclub in de race tegen degradatie een zeer belangrijk succes. ON Sneek, een van de ploegen die eveneens in de buurt van de onderste plaats vertoefde, werd in het Friese met 2-1 verslagen. De groen-witten aanvaardden dan ook in opperbeste stemming de thuisreis. Niets leek de stemming in de bus te kunnen bederven.
Het supportersleger van Sportclub was ondertussen in particuliere auto's al eerder de weg huiswaarts ingeslagen. Erg succesvol waren Siebren van der Steeg en zijn mannen daarbij niet geweest. Op nog geen vijf minuten rijden van het ON-veld stond Siebrens auto enigszins beschadigd midden op een kruispunt. Voor de inzittenden in de bus, die vervolgens op dat kruispunt arriveerde was het duidelijk, dat er een botsing had plaatsgevonden en dat Siebren en de {Friese) chauffeur van de andere bij het ongeval betrokken auto het niet eens waren over de schuldvraag. Ze bleven het zo oneens, dat passagier Dick Driessen op een gegeven moment tot actie overging. Ook aan de Friese kant was iemand in voor een partijtje boksen!
Voor deze match zijn hoogtepunt kon bereiken, beletten enige Genemuider armen Dick uit te halen. De Friese tegenstander profiteerde van deze toestand en wist met zijn lange 'reach' het enfant terrible van het Genemuider voetbal om de vredestichters heen nog enige plaagstootjes toe te brengen.
Dit deed bij sommigen in de Sportclubbus de stemmingsbarometer dalen tot grimmig. Vooral los van der Haar, de man die jarenlang met Dick Sportclubs linkerwing gevormd had, meende dat er ingegrepen moest worden. Razendsnel spoedde hij zich vanuit de bus naar de plaats van het incident om met zijn (sterke) linkerbeen vernietigend uit te halen. Dat was althans de bedoeling... Want voor het zo ver kon komen, gleed los' standbeen om thans nog niet opgehelderde redenen weg en belandde hij pardoes op de grond, zonder tot beslissende acties te zijn gekomen. Opvallend rustig zocht Sportclubs spelmaker daarna zijn plaats in de bus weer op. En nadat het kruispunt vrijgemaakt was, vervolgde de bus zijn weg naar huis. De stemming was alleen nog maar gestegen! Hoe de schade geregeld is weet schrijver dezes niet...

Wat je als voetbalvereniging niet moet doen om een penningmeester te krijgen! Sportclub had zo'n functionaris nodig toen Berend Eenkhoorn in 1972 terugtrad. Hij kreeg het namelijk te druk met het experiment met het werknemerszelfbestuur bij Breman Beheer, het bedrijf waar hij werkte en nog werkt.
De ledenvergadering slaagde er niet in een opvolger te benoemen, maar verborg dit slim door het bestuur op te dragen een nieuwe man aan te trekken. En dat viel beslist niet mee, omdat Sportclubs financiën nu eenmaal geen goede naam hadden.

Oud-voorzitter Henk Klaver wilde de in en uitgaven wel administreren, maar hij wilde beslist niet in het bestuur. Omdat dat statutair onmogelijk was, viel hij af. Daarna polste het bestuur onder meer J .B. Meiresonne, maar niemand wilde.
Sportclub Nieuws had het erover, dat het het 'leuren met de penningmeesterpost niet graag aan de statuten zou zien getoetst'. Die opmerking schoot voorzitter Dirk Beens in het verkeerde keelgat, ook al omdat hij inmiddels de zaak in kannen en kruiken had.
Hij schoot namelijk raak bij oud-buurjongen Adrie Potters, inmiddels tot boekhouder gegroeid.
Beens gooide er een visite tegenaan om de oude banden weer aan te halen. Aan het eind bracht hij zijn probleem naar voren met volle overtuigingskracht, en dat is heel walt. Potters kreeg geen kans om nee te zeggen, zelfs al zou hij met onwil hebben zitten luisteren. Vlak na middernacht had Sportclub onofficieel weer een nieuwe penningmeester, al vroeg die tot 13 december te wachten met het overdragen van de boeken omdat hij eerst zijn studie MBA wilde afronden. Er restte nog één formaliteit. Adrie had wel gevoetbald, maar kwam niet verder dan B-junior. Toen trok het hardlopen op de lange en middenlange afstand hem meer.
Hij verliet Sportclub en ging naar de atletiekafdeling van het Kamper DOSK en werd zelfs houder van een handvol Kamper records. Voor hij de kas kon overnemen moest hij dus opnieuw ingeschreven worden als lid. Overigens geen uitzondering in Sportclubs bestaan dat wel meer bestuursleden van buiten de vereniging aantrok. Voorbeelden: Harm Bonthuis en Siem Bakker.
Ook gebeurde dat wel met commissieleden. Toen Jaap Klasen, Wolter Eenkhoorn en Willem Terink in 1966 Sportclub Nieuws weer opstartten, stonden de laatste twee in het eerste nummer vermeld als nieuwe leden.

De veteranen van Sportclub presteerden altijd goed op het toernooi dat het Harderwijker VVOG jaarlijks organiseerde. In 1970 en 1971 legden de Genemuider 'oudjes' beslag op de eerste plaats in dit toernooi op overtuigende wijze. De selectiegroep kon dan ook bogen op heel wat jaren ervaring, ook al besloot Harm van Dalfzen in Sportclub Nieuws zijn verslag met de volgende tip: 'Misschien is er een Sportclubdame die van twee stel shirts één stel kan maken. Voor sommige deelnemers is dit in verband met de buikomvang wel nodig'.

Ook begin zeventiger jaren had het jeugdbestuur het niet gemakkelijk. Secretaris A. Tuinman schreef tenminste in Sportclub Nieuws van apri11972: 'Voor de vijf senioren elftallen staan tien mensen ter beschikking voor begeleiding enz. Dat hoort ook zo, per elftal minstens twee man. Passen we deze rekensom toe bij de juniorenelftallen, dan komen we bedrogen uit.
Immers, Sportclub heeft momenteel zeven jeugdelftallen, straks waarschijnlijk acht. We zouden eigenlijk 16 jeugdleiders moeten hebben. Er zijn er maar... vijf.
Daarmee lijkt wel aangetoond, dat de zittende commissieleden bergen werk moeten verzetten om alles draaiende te houden'.
En: 'Het is nu al enige malen voorgekomen, dat de leden van de j.c. 's zaterdags niet naar huis konden om te eten'. Tuinman riep met name oud-spelers op om een jeugdelftal een jaar onder hun hoede te nemen, want 'voor Sportclub is het noodzakelijk dat de jeugd meer armslag krijgt'.
In overleg met het bestuur en jeugdbestuur startte Sportclub Nieuws in hetzelfde nummer een jeugdleiders actie. Daarbij vroeg het mensen, die drie a vier maal per jaar eenmaal een jeugdteam willen begeleiden. Deze duidelijke noodmaatregel zou het jeugdbestuur tenminste wat soelaas geven. Oud-voorzitter Henk Klaver wees in een volgend nummer dadelijk al op het gevaar van een dergelijke regeling: 'Jeugd heeft recht op maximale begeleiding en die krijg je op deze manier niet'.
De actie mislukte. Slechts één man, Jan Breman, gaf zich op.
De mensen van het jeugdbestuur vonden later andere wegen om het aantal jeugdleiders aanzienlijk uit te breiden.

Begin 1971 benadrukte het Jeugdbestuur toen nog door sommigen consequent jeugdcommissie genoemd -haar autonimiteit door een eigen home te betrekken.
Het was de bestuurskamer van de oude kleedkamer, die ze geheel in eigen beheer had opgeknapt en verbouwd. De supportersvereniging sprong bij in de kosten en stelde onder andere de tafels ter beschikking. De ruimte werd gebruikt voor de eigen vergaderingen, maar het jeugdbestuur ontving hier ook de leiders van bezoekende elftallen. Die kwamen hier op de koffie, en stelden dat ook nog erg op prijs.

41 Jaar na de oprichting van Sportclub pasten ook de dames de regel van het eerste bestuur op zichzelf toe: de vereniging staat open voor iedereen. Lang niet iedereen begroette de nieuwe afdeling juichend. Oud-secretaris Jan van Dalfsen omschreef haar als 'een goede truc om schoonmaaksters voor de kantine te krijgen'. Dat was het beslist niet, ook al gebruikte voorzitter Dirk Beens de dames wel om de laatste loten van de jaarlijkse verloting aan de man te brengen.
Willem Terink verklaarde zich in een brief vanuit den vreemde (Enschede) in Sportclub Nieuws ook tegen het damesvoetbal: 'Laten we eerlijk zijn: Voetbal is bij uitstek geen vrouwelijke sport. Dames zijn, behoren het althans te zijn, vaak te fragiel gebouwd voor deze sport die heet manlijk te zijn en het ongetwijfeld ook is (...) En Iaat ik, als dat tenminste nodig is, de dames verzekeren, dat ze zoiets als voetballen in het geheel niet nodig hebben om hun gelijkwaardigheid aan het 'sterke' geslacht te bewijzen'. Gert Dekker, naast gediplomeerd jeugdleider ook gade van dameslinksbuiten Annie Dekker, diende van repliek: 'Wat zijn dan wel vrouwelijke sporten? Handbal soms met het gesjor aan elkaars lichaam?'
Hoe het ook zij, het damesvoetbal kwam en het kwam snel. In oktober 1971 plaatste het bestuur een advertentie in De Stadskoerier en een week daarna waren veertien meisjes bijeen om hun afdeling op te richten. Al, ... gauw waren ze met z 'n twintigen, ruimschoots voldoende voor één elftal. En dat ging er dan ook volop tegenaan, geen man kon dat verhinderen. Nou ja, een enkele man had er wel wat mee te maken dat de damesafdeling ter ziele ging. Nogal wat dames liepen toen namelijk achter de kinderwagen, in plaats van achter de bal aan.

'En al wordt de veldensituatie nog moeilijker omdat er een elftal bijkomt, ze hebben de beste wensen van geheel Sportclub'. Met deze woorden begeleidde Sportclub Nieuws het damesteam naar de eerste kompetitie waar het aan deelnam, en naar later bleek ook de enige die het volledig zou uitspelen (1972/73, derde plaats). Het nieuwtje was er op dat moment al af. 'Een vrij groot aantal supporters volgt de dames zelfs al bij uitwedstrijden en van de wat dubieuze grappen blijven alleen de echt leuke over'.
Enkele van die minder leuke hadden betrekking op de vrijgezellenstatus van damestrainer en bestuurslid Jaap van Dijk. Jaap zelf had wel een goede: 'Op de sprinttraining werden alle records gebroken toen ik rondvertelde dat er muizen zaten in de hoek van het trainingsveld'.

De dames waren er trouwens maar matig over te spreken, dat ze op donderdagavond moesten trainen. Het eerste trainde op woensdag, maar was er die avond voetbal voor de TV, dan week het uit naar donderdag, en dan moesten de dames wijken. Enkele betrokkenen namen zelfs het woord discriminatie in de mond.

De dames gebruikten de speciaal voor hen van overgordijnen voorziene kleedkamer tot eind 1973. Toen werd het verloop zo groot dat Jaap van Dijk zijn functie neerlegde. Dick Driessen nam haar over, in de hoop dat Zwartsluizer dames de Genemuider groep zou komen versterken. Toen daar niets van kwam stopte Dick ook en tekende daarmee het doodvonnis van het damesavontuur bij Sportclub. De autonome afdeling -met een eigen bestuur -werd opgeheven. Pas zo'n vier jaar na die tijd kreeg Sportclub het eerste vrouwelijke bestuurslid in de persoon van Liesbeth van Dalfsen. Die bleef overigens maar anderhalf jaar zitten.

Eind 1971 renoveerde Sportclub de houten kantine, geheel in eigen beheer. Onder leiding van bestuurslid Jaap van Dijk voerden leden de werkzaamheden uit. Eerst werd het dak geheel vernieuwd en werd de verfkwast aan de buitenkant driftig gehanteerd. Een van de vrouwelijke leden hield de stemming erin door te zorgen voor koffie en andere verfrissingen.
In de vrije dagen tussen Kerst en Nieuwjaar kreeg de kantine een nieuwe betonvloer. De oude vloer werd uitgebroken en de nieuwe gestort in één dag, zij het dat de afwerking plaatsvond bij lamplicht. De vrijwilligers namen deze gelegenheid tevens te baat om de kantine uit te breiden met een berghok. Ook kreeg de kantine, die toen al bijna tien jaar oud was, eindelijk een WC.
Tot dat moment had men zich moeten behelpen met de WC's in de kleedkamers, maar voor toeschouwers -met name voor de vrouwelijke gaf dat natuurlijk problemen.

Voetbal zonder supporters is net zoiets als supporters zonder voetbal: Onbestaanbaar. En je hebt supporters in allerlei soorten: koele en opvliegende, trouwe en minder trouwe. Van Sportclubs meest trouwe aanhangers willen we er drie noemen. Daarmee is allerminst gezegd dat al die andere niet ook belangrijk zijn voor de voetbal, al was het alleen maar omdat ze in stilte vaak heel wat werk verzetten.
Misschien wel de trouwste supporter is Ben (van Weule) Visscher, die al meer dan 25 jaar het eerste volgt, ook op uitreizen.
Voor in de zestiger jaren, toen Sportclub reizen moest maken naar het verre Westen, was hij vaak de enige supporter in de reiswagen.

Buiten de anderhalf jaar dat hij begeleider was van het tweede, was Ben zaterdagmiddag of op het voetbalveld te vinden of hij was ziek. Buiten het leiderschap van het tweede demonstreerde Visscher zijn verbondenheid met de voetbal doordat hij enkele jaren lid was van de Technische Kommissie en doordat hij op zijn minst twaalf jaar de kas van de supporters beheerde.
Een ander markante supporter is B.T. Qean) van der Stelt. De man van de Mandjeswaard was eerst aanhanger van Go-Ahead Kampen, maar stapte eind vijftig over naar Sportclub, hoewel hij toen geen enkele binding had met Genemuiden. Later kreeg hij die wel door het huwelijk van zijn zoons. Naar Genemuiden kwam Van der Stelt meestal per fiets, bij uitwedstrijden maakte de bus of een auto vaak een stop bij de Mandjeswaard brug. Vanwege de afstand Mandjeswaar-Genemuiden wilde Van der Stelt nooit een plaats in een kommissie; wel stelde hij zo af en toe zijn vrije tijd ter beschikking. Samen met Dick Driessen zorgde hij bijvoorbeeld voor de afwerking van de houten kleedkamers. Zijn verbondenheid met Sportclub demonstreerde hij ook bij zijn 25-jarig huwelijksjubileum in 1969. Een groot deel van de Sportclubfamilie was toen in het Buurthuis genodigd.

Kamperzeedijker Dirk van der Sluis was Genemuidens fietsende supporter. Naar thuiswedstrijden en veel uitwedstrijden ging hij namelijk per tweewieler. Ook maakte hij veel gebruik van openbaar vervoer. Dirk was Sportclub enkele jaren ontrouw: hij wat toen druk voor de Kamperzeedijker voetbalclub Dijkvogels United, die uiteindelijk te weinig leden overhield voor een plaats in de KNVB. Drie gezichten dus uit het sportclubs supportersgilde, dat in grootte nogal varieerde: op een harde kern na is de aanhang erg prestatiegevoelig. Dat geldt voor elke vereniging, maar in Genemuiden wel erg sterk, omdat de supporters telkens terug konden dromen naar Sportclubs glansperiode.

En zoals dat nu eenmaal met dierbare herinneringen gaat, naarmate meer tijd verstreek, leek de glans steeds sterker te worden. Misschien is dat wel de reden dat we in Genemuiden een nogal lauw reagerend publiek langs de lijn hebben, dat zich pas begint te roeren als Genemuiden duidelijk afstand heeft genomen van de tegenstander.
Laten we het maar zo houden denk je, als je in de oude Sportclub Nieuws en verhalen tegenkomt over supporters met uitdrukkingen die zelfs in het Algemeen Beschaafd Nederlands nog onbeschaafd klinken.
De Nieuwsgier, het clubblad van DOSK, smukte -niet erg tactisch -in 1968 het verslag van DOSK-Genemuiden op met uitlatingen van een 'voetballiefhebber', die na afloop van de wedstrijd vast eerst zijn mond heeft moeten spoelen.
Maar het bestuur heeft liever sfeer langs de lijn. Daarom riep ze meerdere malen op Sportclub duidelijker aan te moedigen.
Voor de wedstrijd tegen DTS in 1976 vroeg het de jeugd zelfs op te komen draven met spandoeken, toeters en bellen. Dat was beslist niet aan dovemansoren gezegd getuige bijgaande foto. En het schijnt ook nog geholpen te hebben ook, Sportclub versloeg de altijd lastige tegenstanders uit Ede namelijk met 2-0.

Een bestuurslid van 't Harde werd een beetje kwaad toen hij in 1972 de vier begeleiders van het eerste van Sportclub ontving. Alle vier stelden ze zich namelijk voor als 'Van Dijk' en de goede man dacht dat hij bij de neus werd genomen.
Toch waren Cor, Jaap, Jannes en Helmich (niet eens familie van elkaar!) volkomen te goeder trouw, zoals drie spelers en een wisselspeler met dezelfde achternaam konden getuigen. In de bestuurskamer, onder het genot van een kopje koffie was het misverstand dan ook snel opgelost.

Zaterdag 25 november 2017
Competitiewedstrijd
SC Genemuiden - CSV Apeldoorn

 
 
 
Sportpark "De Wetering"
Sportlaan 2B, Genemuiden
Aanvang 14.30 uur


Scheidsrechter Dhr. M. Oosting
Ass. scheidsrechter Dhr. J.M. van der Aa
Ass. scheidsrechter Dhr. P. Smeenk