logo
logo
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
1962 - 1980 DE TERUGVAL
EN DE WEG TERUG

Opening tweede veld

Vergeten zijn nu de vergeefse reizen en de afkeuringen. Nu is een normale afwerking van het competitieprogramma mogelijk, ook voor de lagere elftallen. Zo zal het waarachtig wel gaan'. Aldus oordeelde een vertegenwoordiger van de KNVB Afdeling Zwolle op de achtste september 1962 bij de opening van het tweede veld, vol vertrouwen in de toekomst blikkend.
Ook de plaatselijke pers zag het wel zitten met dit veld: 'Het nieuwe gemeentelijke voetbalterrein naast het reeds jaren in gebruik zijnde veld aan de Kamperzeedijk mag in gebruik worden genomen. Deze dagen is het goedgekeurd voor bespeling. Sportclub zal het met de nieuwe kompetitie in bezit nemen. De misère van terreinafkeuring zal daarmee voor een groot deel opgevangen zijn. Het oude veld was namelijk bij regenachtig weer veelal niet geschikt voor een partijtje voetbal '.
Het was geen wonder, dat de opening zeer feestelijk was.
Als je meer dan tien jaar een nieuw terrein gewenst hebt, dan wil je je blijdschap wel uiten via muziekgeroffel als je eindelijk je zin krijgt. Vandaar dan ook, dat Genemuiden die zaterdagmiddag 'opgeschrikt werd door de plaatselijke fanfare die met de drumband door Genemuiden trok', zoals De Stadskoerier schreef.
De officiële ingebruikname van het 'prima veld', zoals voorzitter Jan Eenkhoorn over het nieuwe veld oordeelde, werd met een kundige ( af) t rap verricht door burgemeester Soetendal. Echter niet voordat hij in zijn speech geconstateerd had: 'Als outsider en oud-voetballer meen ik te mogen zeggen, dat er een landskampioen in Sportclub Genemuiden steekt'.

Stapje terug

Het vertrouwen van Genemuidens eerste burger werd eigenlijk diezelfde middag al enigszins beschaamd. Enter Vooruit, een club die tot dan toe de groen-witten nauwelijks problemen had opgeleverd, slaagde er in een 1-1 gelijkspel te bevechten, na zelfs met 1-0 voorgestaan te hebben. Na 60 minuten voetballen slaagde Henk van Dalfzen er in als eerste Sportclubspeler op het nieuwe veld te doelpunten, daarmee een nederlaag van zijn club voorkomend.
Dit gelijke spel bleek geen schoonheidsfoutje te zijn. Hoewel Sportclub de eerste acht wedstrijden van dat seizoen, het seizoen 1962/63, ongeslagen bleef, bleek haar rol van primus inter pares overgenomen te zijn door het Kamper DOS.
De andere verhouding tussen de geel-zwarten en Sportclub kreeg op 10 november 1962 gestalte, toen DOSK, voor het eerst in de geschiedenis, Genemuiden terugwees met 4-1.
Door die nederlaag waren de kampioenskansen voor Sportclub eigenlijk verkeken en zonder verder nog potten te kunnen breken beëindigde de ploeg de kompetitie op een derde plaats, met ruime achterstand op de zeer overtuigende Kamper kampioen. Met deze derde plaats was overigens de conclusie van de ledenvergadering na het seizoen 1961/62 -De Stadskoerier: 'Het bleek dat onze vereniging er nog niet zo slecht voor staat op het ogenblik. Zo werden bijv. alle seniorenelftallen (Red.: het waren er drie) kampioen in hun afdeling en bovendien werd het eerste elftal nog goede tweede in de landscompetitie' -nog niet weerlegd. Een onderstreping van de geciteerde constatering was het echter allerminst en ook de prestaties van het tweede ( tweede plaats achter Owios) en het derde ( vierde) waren veel minder overtuigend dan het jaar daarvoor.

Einde van een tijdperk

Na de laatste wedstrijd van dat seizoen stopte de laatste der Mohikanen, de 40-jarige Henk van Dijk, 25 jaar nadat hij als jong broekje in het eerste elftal verschenen was. Vele jaren nadat leeftijdsgenoten als Dirk de Lange, Teun van Unen, Marten van Dijk en Dirk jan Beens de voetbalschoenen aan de wilgen gehangen hadden sloot Henk van jan van Annechien daarmee het tijdperk van de vooroorlogse jeugd definitief af. Enige maanden daarvoor had j os van der Haar al afgehaakt. N a als linksbuiten bedankt te hebben werd hij door de T.C. niet meer opgesteld. Om toch weer aan de bak te komen, veranderde de man met de 'Moulijn neigingen' -ook die verkoos enige tijd linksbinnen te spelen -van club. Mede door tussenkomst van trainer Spijkerman kwam hij bij PEC terecht.
Een flinke aderlating voor Sportclub was ook het stoppen van Reind Breman na de winter van 1963/64. De blonde linkshalf had bij het schaatsenrijden, een andere sport waarin hij uitblonk, door een val een knieblessure opgelopen, die hem noopte zijn voetbalcarrière te beëindigen.

Interregionale indeling

Dit alles kwam de kracht van Sportclub niet ten goede en de ploeg had het het seizoen 1963/64 erg moeilijk. Te meer omdat voor het eerst de districten doorbroken waren bij de indeling van de tweede klassers, waardoor Sportclub met meer sterke tegenstanders geconfronteerd werd; Zwart-Wit, Huizen, DOVO, Spakenburg om er maar een paar te noemen, waren allemaal potentiële kampioenen.
Niet bevorderlijk voor de prestaties waren natuurlijk ook de verre uitreizen die de groen-witten moesten maken. In een artikel in de Zwolse Courant werd uit de doeken gedaan, dat Sportclub wat reizen betreft van alle tweede klassers het meest ongunstig was ingedeeld: men moest niet minder dan 3500 km afleggen; bij twaalf uitwedstrijden een gemiddelde van 290 km! Al dat reizen was natuurlijk geen prettige opgave. Bovendien moesten de 1750 km terug naar huis veelal in mineur worden afgelegd, omdat alleen de tweede en derde uitwedstrijd, resp. een 2-1 zege op Huizen en een 0-0 gelijkspel tegen SHO, punten opleverden.
Mede door dié successen begon Genemuiden niet slecht en leek het zich in deze interregionale afdeling volledig waar te gaan maken. N a de zesde wedstrijd van dat seizoen kwam er echter de klad in en de volgende negen wedstrijden leverden slechts één punt op. 'Genemuiden nadert steeds meer de fatale laatste plaats', stelde de Zwolse Courant met grote letters, toen Sportclub met 4-0 van de latere kampioen ZwartWit verloren had.

Herstel

Misschien wakker geschud door die krantenkop herstelde Sportclub zich. De volgende vijf thuiswedstrijden leverden niet minder dan negen punten op. Ondanks het feit, dat uit geen punt meer gepakt werd, werd daardoor de dans met 17 punten uit 24 wedstrijden nog net ontsprongen.
Die uitwedstrijden waren de groen-witte spelers hoe langer hoe zwaarder op de maag gaan liggen, omdat er na de immer weer teleurstellende resultaten steeds minder supporters zich verwaardigden mee te reizen naar het verre westen om hun favorieten aan te moedigen. Eigenlijk de enige die daarmee onversaagd doorging, was Ben Visscher, het latere T.C.-lid.
Opvallend is overigens, dat de supporters bij de thuiswedstrijden niet wegbleven. Integendeel, veel meer toeschouwers dan het seizoen er voor vonden hun weg naar de Kamperzeedijk. Dit althans is te concluderen uit het feit, dat de ontvangen entreegelden bijna verdubbelden tot 4.900, -.
Die extra beuring kon trouwens bijna helemaal ingeleverd worden bij de Noord west hoek, want ook de reiskosten ondergingen een forse stijging in vergelijking tot het seizoen 1962/63.

Velden misère

Ondertussen zat Sportclub al weer volop in de moeilijkheden wat de velden betreft. Bij de officiële opening van het tweede veld wist Sportclubs bestuur al wel, dat de situatie minder rooskleurig was dan door de vertegenwoordiger van de KNVB verondersteld werd. Immers werd in het jaarverslag van 1961/62 al geconstateerd: 'Voor de aanstaande kompetitie ligt het nieuwe veld gereed, doch dit houdt niet in, dat wij de eerste jaren al uit de moeilijkheden zijn, want straks wordt het eerste veld aangepakt en voordat wij dan de beschikking hebben over twee goede velden, dan schrijven wij vermoedelijk wel een paar jaartjes verder'.
Dat 'straks' hoefde niet bepaald letterlijk te worden opgevat, want pas anderhalf jaar later was het zover. Beide velden waren een jaar lang nog volop beschikbaar en aan het eind van het seizoen 1962/63 liet de terrein kommissie dan ook weten: 'De ontwikkeling van het nieuwe terrein is zodanig, dat wij kunnen zeggen, dat een dergelijke grasmat op een Genemuider terrein nog niet geweest is'.
Midden in het daarop volgende seizoen legde de gemeente beslag op het eerste veld om het onder handen te nemen voor verbetering van drainage en grasmat. Dit werk werd uitgevoerd in DACW-verband door werkelozen en moest bij gebrek aan mankracht op een gegeven moment stilgelegd worden. Dit had tot gevolg, dat men pas in het najaar van '64, ongeveer anderhalf jaar nadat men het veld aangepakt had, tot inzaaien kon overgaan.
Aan het eind van het seizoen 1964/65 'lag het veld er prachtig bij', volgens het jaarverslag over dat seizoen, maar met veel realiteitszin werd er ook geconstateerd: 'nu zitten we nog één jaar in de moeilijkheden, want op het eerste veld mag niet eerder gespeeld worden dan in 1966/67'.
In dat seizoen -het veld mocht vanaf l oktober 1966 één uur in de veertien dagen bespeeld worden -bleek al snel, dat de aan het eind van het seizoen 1965/66 door de terrein kommissie uitgesproken hoop -'Wij zullen hopen dat de drainage zijn toekomstige functie goed zal uitoefenen, zodat in de toekomst dit terrein even droog zal blijven als het nieuwe terrein' -een ijdele was. Het veld bleek na wat regen drassiger dan ooit en ondanks het minimale gebruik ervan werd het aan het eind van dat seizoen afgekeurd.
Sinds de gemeente beslag op het veld gelegd had, waren er drie en een half jaar verlopen en men was nog geen stap verder! Integendeel, het gehannes zou pas echt beginnen.

Jeugd de dupe

Van dit alles was in de allereerste plaats de jeugd de dupe. Om te beginnen hing de jonge Sportclubleden iedere keer weer de dreiging boven het hoofd niet ingeschreven te kunnen worden voor de kompetitie.
Gelukkig is het nooit zo ver gekomen, maar wel moesten de groen-witte junioren weer geregeld hun thuiswedstrijden op een ander veld spelen. Zo speelde het A-elftal bijvoorbeeld een keer de thuiswedstrijd tegen Rohda in Hasselt en ook het IJVVterrein fungeerde wel eens als 'Sportclubveld'. Soms ook werden de thuiswedstrijden op het terrein van de tegenstander gespeeld.
Al die oplossingen deden wel weer een aanslag op de financiën en daar zat het toch al niet zo geweldig mee, zoals u elders in dit boek kunt lezen.
Bovendien was het de jeugdcommissie bijna onmogelijk om toernooien te organiseren. Meer nog dan op het ogenblik werden zulke toernooien in de zestiger jaren vaak uitgeschreven, omdat er toen minder wedstrijden voor de kompetitie gespeeld hoefden te worden. Het was ( een voor Sportclubs jeugdcommissie 'verboden') middel om het voetballoze tijdperk tussen de seizoenen enigszins te korten.
Dan hebben wij het alleen nog maar gehad over de jeugd die al lid was van Sportclub. Maar we moeten niet vergeten dat een toestand als boven omschreven een soort natuurlijke ledenstop veroorzaakt. Meer dan de zeven elftallen die in het seizoen 1962/63 waren ingeschreven konden ook in de volgende seizoenen niet bij de KNVB terecht, met andere woorden een nieuw lid had nauwelijks kans om aan de bak te komen. Het hoeft dan ook nauwelijks verwondering te wekken, dat in 1966/67, toen het eerste veld weer wat bespeeld mocht worden, het aantal aan de kompetitie deelnemende elftallen met twee tot negen vermeerderde.
Het aantalleden steeg in dat ene jaar van ongeveer 300 tot 340. In de vier seizoenen daarvoor had Sportclub een ledenwinst van ongeveer 50 in totaal gemaakt. Deze cijfers spreken duidelijke taal.

Veelbelovend jeugdteam

Overigens weerhield dit alles bepaalde jeugdteams niet in de kompetitie te schitteren. Hierbij denken we dan in de eerste plaats aan het A-elftal, dat in het seizoen 1963/64 met zeer veelovermacht de titel greep.
Dit elftal moest daarna in een volledige kompetitie met Flevo Boys, PEC en Heerde strijden om één plaats in de hoofdklasse. Dit leverde enkel zenuwslopende duels op, die vele supporters zich ongetwijfeld zullen herinneren.
Wij denken aan de westrijd in Zwolle tegen PEC met het befaamde Geert Siebert doelpunt: Geert nam een uittrap van de Zwolse goalie ineens op de wreef. Onvergetelijk is ook de beslissingswedstrijd in Hasselt dat tegen datzelfde PEC, welke titanenstrijd in de laatste minuut met 3-2 verloren ging.
Een jaar later werd Sportclub A weer kampioen. De daarop volgende promotiewedstrijden tegen Zwolse Boys, ESC, Staphorst, Heino en D KB leverden wel het gewenste resultaat, promotie naar de hoofdklasse, op.
In vergelijking tot het kampioensteam van 1963/64 was dat kampioenselftal op vier plaatsen gewijzigd: Geert Siebert en Johannes van de Berg waren ondertussen senioren geworden en speelden af en toe in het eerste; 1 an van der Haar en Fokko Wielink hadden zich, ondanks hun juniorenleeftijd, een vaste plaats in de hoofdmacht van Sportclub verworven.
Hoofdrollen waren er in dat laatste A-team vooral voor Joop van Dijk en Alle Merkus, die in het seizoen 1963/64 al enkele wedstrijden in het eerste gespeeld had, en voor Piet van Dijk Czn.
In 1963/64 meldde zich overigens nog een kampioen: het C-elftal. Dit team, waarin onder meer Wim van Olst, Henk Beens en Piet van Dijk speelden, veroverde uit 16 wedstrijden 27 punten en bleef DOSK daarmee twee punten voor.
Talentvolle jeugd had Sportclub dus wel degelijk en het leek een kwestie van bouwen om weer op het eerste plan te komen.

Verbeteringen accommodatie

Ondertussen deed het bestuur wat het kon om de accommodatie te verbeteren. Voor wat betreft de velden stond het machteloos, maar rondom die velden kwam er toch nog vrij veel tot stand in de jaren 1962 tot en met 1966, de jaren waarin het dagelijks bestuur steeds uitkwam in de volgende 'opstelling': Jan Eenkhoorn voorzitter, Jan van Dalfsen secretaris en Jan van Dalfzen penningmeester.
Te denken valt daarbij aan twee lichtmasten op het trainingsveld, aan douches in de kleedkamer (bij het eerste veld) en vooral aan de bouw van de kantine.

Met dit laatste object verdwenen wel de allerlaatste penningen uit de kas van Jan van Dalfzen, ook de 1.700, die de pas gehouden verloting opgebracht had.
Behalve dat de kas leeg geschud moest worden -ruim 11.000, moest er tevoorschijn komen -moesten de armen uit de mouwen gestoken worden. Om de aansluiting op het water en lichtnet mogelijk te maken groeven ijverige Sportclubleden in hun vrije tijd ettelijke tientallen meters sleuven. Ook de tegelvloer rondom de kantine werd door 'eigen personeel' gelegd.

Bestuurskamer/Kleedkamers 1964

Met deze kantine reikte men verder dan de regionale pers: 'zaterdag 4 april (Red. 1964) was voor Sportclub Genemuiden een blijde dag, want voorafgaande aan de thuiswedstrijd tegen de 's-Gravenzandse S.V. opende deze club haar nieuwe kantine annex clubhuis. Onze West Il-medewerker, die als neutraal grensrechter aan de blauw-gele club uit 's-Gravenzande is verbonden, was gelukkig van deze opening getuige, anders hadden wij van dit gebeuren misschien nooit iets geweten.
Nadat beide elftallen, voorafgegaan door de scheidsrechter in tenue de nieuwe clubtent waren binnengemarcheerd nam de voorzitter van Sportclub Genemuiden het woord. Hij zei verheugd te zijn over de totstandkoming van dit clubhuis, waardoor Genemuiden nu ook haar gasten kon ontvangen. Na alle medewerkers bedankt te hebben die aan de bouw hadden meegewerkt, sprak hij de hoop uit, dat velen gebruik zouden maken van de gelegenheid om honger te stillen en dorst te lessen middels een bezoek aan deze kantine, want eventuele winst zal Genemuiden niet ongelegen komen, temeer daar men ook plannen heeft om nieuwe kleedlokalen te bouwen'.
Met die winst zat het vanaf het begin wel redelijk goed en secretaris Jan van Dalfsen schreef in het overzicht van dat seizoen dan ook: 'alhoewel wij al onze kasmiddelen aan moesten spreken om de kantine te kunnen bouwen, is het besluit van het bestuur een zeer goed besluit geweest, want vanaf de opening in april 1964 is door het publiek een druk gebruik gemaakt van dit gebouw'.

Geldgebrek

Hoe prettig het ook zat op het door de supportersvereniging geschonken meubilair, de winsten waren toch niet zodanig, dat men tot een snelle realisatie van de kleedkamers kon komen, tot welke bouw in november 1964 besloten was. Integendeel, het werd een slepende kwestie en daarom besloot de supportersvereniging niet te wachten met het aanbieden van een geluidsinstallatie -een al jaren op het verlanglijstje staande bestuurswens -hoewel dat cadeau beter bij de opening van de bestuurskamer gepast zou hebben.
In januari 1965 werd de vergunning tot de bouw van de kleedkamers ingediend en veertien maanden later, we schrijven dan maart 1966, kwam deze 'al' af.
Hoe traag ook, toch had de gemeente deze keer sneller gewerkt dan Sportclub zelf, want de financiering was op dat moment nog steeds niet rond; het bedrag van 8.000, waarover men de beschikking had -5.000, subsidie van de provincie en 3.000, renteloos voorschot van de gemeente -moest met nog ongeveer 20.000, aangevuld worden.
Ondertussen werd op 18 juni 1966 's morgens vroeg begonnen met de bouw. Twaalf Uur 's middags lag de vloer, dankzij een twintigtal actieve leden.
De voltooiing van de werkzaamheden ging door de benarde financiële positie van Sportclub zeer, zeer langzaam. Pas na de winter van 1967/68 waren de kleedkamers zo ver afgewerkt, dat ze in gebruik genomen konden worden, overigens zonder dat er douches in zaten!!!
Aan deze 'uit hygiënisch oogpunt minder gewenste situatie' (Sportclub Nieuws) kwam gelukkig nog voor de kompetitie 1968/69 een einde, vooral dankzij de supportersvereniging die 1.700, neerlegde voor de broodnodige douches.

Prestaties op de mat

Het seizoen 1964/ 65 leek voor Sportclub catastrofaal te worden: na vijf wedstrijden stonden de groen-witten hopeloos onderaan met nul punten en 1-12 als doelcijfers. Spijkerman en zijn T.C. wisten duidelijk niet wat ze er mee aan moesten, want in de eerste drie thuiswedstrijden hadden er al tien verschillende spelers in de voorhoede gestaan. Tenslotte werd er een elftal geformeerd dat wel tot successen kwam, vooral ook omdat het doelpunten maken ineens veel minder problemen opleverde. Niet onbelangrijk in dit elftal waren Herman Jansen als schotvaardige spits en Walther van der Haar als spelmaker.
Twintig punten uit vijftien wedstrijden brachten Sportclub op de zesde plaats met de doelcijfers 34-32.
Daarna kwam er echter weer een beetje de klad in en toen bleek, dat Jansen ondanks zijn dertien goals de T.C. niet had kunnen overtuigen: hij moest wijken voor Henk van Dalfzen, die na lange tijd geblesseerd te zijn geweest eerst enkele weken rechtsbuiten had gespeeld en vervolgens als midvoor werd opgesteld. Ook Walther van der Haar verloor zijn spelbepalende plaats in het elftal; hij werd 'gedegradeerd' tot rechtsbuiten.
Sportclub verloor als gevolg van deze ingrepen (?) zijn subtoppositie en beëindigde de kompetitie als tiende met 23 punten uit 26 wedstrijden.
Interessant in dit verband is misschien, dat Walther van der Haar ruim vijf jaar later als speler van het derde elftal bij een enquête van Sportclub Nieuws door de lezers goed genoeg bevonden werd om... de linksbinnenplaats in het eerste te bezetten! Opnieuw slechte start
Het volgende seizoen, toen Sportclub weer ingedeeld was in de noordoostelijke afdeling, startten de groen-witten weer zwak met nederlagen tegen Excelsior en Workum. Daarna volgde echter een opmerkelijk herstel door twee forse overwinningen op resp. ONS (6-1) en ON Groningen (6-0).
Toch was er aan het einde van het seizoen 1965/66, het laatste seizoen van trainer Spijkerman, slechts een vijfde plaats weggelegd voor Sportclub Genemuiden. In 20 duels veroverde men 21 punten.

Terug op oude nest

Zeer optimistisch begon men in Genemuiden aan het seizoen 1966/67. Reden voor dit optimisme was de terugkeer van Harm van Dalfzen op het oude nest na zeven jaar PEC, Veendam en KHC.
Harm bracht bovendien van KHC trainerjan de Roos mee, de man die Sportclub in het verleden zes keer kampioen had gemaakt in zeven seizoenen.
En werkelijk, na vier competitiedagen kon De Stadskoerier melden: 'sportclub nu aanvoerder van ranglijst'. Nederlagen tegen ON Groningen en VTT deden Sportclub en haar supporters weer met beide benen op de grond staan.
Het uiteindelijke resultaat was evenwel beter dan sinds vele jaren en de vierde plaats achter respectievelijk WHC ( onbedreigd kampioen met 37 uit 22), SVWZ en ON gaf zeker hoop voor de zo belangrijke naaste toekomst; Belangrijk in verband met de in te stellen eerste klasse.
Na dat seizoen moest Sportclub echter verder zonder twee erkende vedetten: Henk van Dalfzen en Willem van Dijk speelden tegen SVZW hun laatste wedstrijd in het eerste. Net als veel 'groten' konden ze bij hun afscheidswedstrijd niet het zoet der overwinning smaken; Sportclub verloor thuis met 2-1.
Kritische begeleiding
Ondertussen werden de verenigings activiteiten sinds het voorjaar van 1966 kritisch begeleid door Sportclub Nieuws.
Wolter Eenkhoorn, jaap Klasen en Willem Terink besloten in maart van dat jaar, ruim drie jaar nadat de laatste Sportclub Nieuws verschenen was, het belangrijke werk van het redigeren van het clubblad op zich te nemen. Hun doelstelling bij dat werk was 'minder onschuldig' dan die van de redactie uit de vijftiger jaren: 'Onze lezers op de hoogte houden van het wel en wee inzake Sportclub Genemuiden en van de voetbalsport in zijn totaliteit. M.a.w. de redactiecommissie is voornemens zowel de negatieve als de positieve zaken van de voetbalsport en haar nevenverschijnselen te belichten.
We hopen door deze werkwijze een vruchtbare bijdrage te mogen en te kunnen leveren aan de bloei van de voetbalsport met al haar facetten en uiteraard -zonder nu van chauvinisme beticht te kunnen worden -aan de meerdere glorie van onze eigen vereniging. In een vergadering met de nieuwe redactieleden keurde het bestuur deze doelstelling met algemene stemmen goed en werd besloten dat uitsluitend de redactie verantwoordelijk was voor de inhoud, voor zover het niet ging om ingezonden stukken.
Hieruit mag duidelijk blijken, dat de redactie een grote mate van zelfstandigheid verkreeg.
Vergelijken we dit met de situatie van 'de periode-jan van Rees', dan was er een zeer groot verschil. Toen een versmelting tussen redactie en bestuur in de persoon van Van Rees.
De 'nieuwe' situatie bracht met zich mee, dat kritiek op het beleid van het bestuur en op de TC een wezenlijk onderdeel van Sportclub Nieuws werd.
Zo werd na een zware 5-1 nederlaag in Wezep tegen WHC de TC verweten een doelman opgesteld te hebben die nooit opgesteld had mogen worden. Overigens kwamen bij die kritiek op de TC niet alleen incidenten aan de orde. Het wijzen op het feit, dat binnenkort een eerste klasse ingesteld zou worden en dat het daarom noodzakelijk was, dat de TC een beleid uitstippelde, dat Sportclub kans op promotie bood, werd in de jaren voorafgaande aan die instelling van de eerste klasse een stokpaardje van de redactie. Steeds weer vroeg de redactie om verjonging van de selectie, steeds weer werden plannen geopperd om jongeren ervaring op te laten doen in het tweede elftal, of in vriendschappelijke wedstrijden van het eerste.
Het bestuur, dat ondertussen geleid werd door Henk Klaver (voorzitter), jan Fuite ( secretaris) en jan van Dalfzen (penningmeester) werd onder meer verweten geld over de balk te gooien -de stand van boetes in verband met een onnauwkeurige ledenadministratie I werd nauwgezet bijgehouden en ook de trage kleedkamerbouw werd beschouwd als een weinig accuraat bestuursbeleid.
Voorzitter Klaver reageerde in het januarinummer van 1967 zeer fel op deze 'beschuldigingen'. Wel erkende hij dat er fouten gemaakt waren, maar hij schreefverder: 'Het bestuur ontving veel kritiek. Het is goed dat men het bestuursbeleid van het voorbije jaar kritisch overziet, maar de kritiek van Sportclub Nieuws moet schijnbaar de lezer overtuigen dat men alleen stil moet staan bij de beleidsfouten en voorbij moet gaan aan de behaalde resultaten'.
De opmerking van de redactie, dat de onderhandelingspositie van het bestuur tegenover de gemeente over een eventuele huurverhoging ondermijnd zou kunnen wor den door een minder accuraat financieel beleid, ontlokte Klaver de volgende tekst: 'Minder geschikt voor publicatie vond ik evenwel de opmerking van de redactie, dat de onderhandelingspositie door deze gang van zaken uiterst zwak zou worden.
Het is lang niet denkbeeldig dat, nu de huurverhoging is voorkomen, deze publicatie een zware na dreun kan geven in de toekomstige onderhandelingen.
Waar gehakt wordt vallen spaanders, wil de redactie er voor zorgen dat er na bedoeld artikel geen bomen vallen???'
Ter verklaring van de kritische begeleiding van het financiële beleid is het noodzakelijk te weten, dat tweederde deel van de redactie tevens lid was van de reclame kommissie, die allerlei acties op touw zette om geld in de Sportclub-la te brengen. Overigens was er ook zeer veel 'wel' in ons clubblad te lezen: voetbaltechnisch verantwoorde artikelen, veel wetenswaardigheden over het eerste en haar tegenstanders, iets over het jeugdleiderschap, enquêtes onder spelers en lezers, enz. enz. Optimisme
Uit een van die enquêtes bleek, dat spelers en begeleiding het seizoen 1967/68 optimistisch tegemoet zagen: 'Dirk Beens twijfelt er niet aan of Sportclub wordt kampioen. Dit zal voornamelijk te danken zijn aan de goede mentale instelling en de goede training die men momenteel krijgt.'
Dat laatste sloeg op de training van speler-trainer Dick van Ekeren en vooral op het feit, dat Sportclub er eindelijk toe overgegaan was twee keer in de week te trainen.
Ondanks drie ex-PEC'ers (Dick van Ekeren, Harm van Dalfzen, Jos van der Haar) konden de groen-witten de voorspelling van de latere Sportclub preses niet waar maken. Een voortreffelijk begin -overwinningen op VVOG (2-0) en DOSK (2-1), een gelijkspel tegen WVF (1-1) en weer winst op GVVV (1-0) -werd gevolgd door twee nederlagen, tegen SVZW (3-4) en DES (0-1). Daarmee was Genemuiden het contact met de kopgroep kwijt en in de eindstand reikte men niet verder dan een gedeelde vijfde plaats, o.a. achter VVOG en GVVV.
Langzamerhand begon men het geloof in de onmiddellijke toekomst van Sportclub te verliezen door steeds weer matige prestaties van het eerste elftal, door de moeilijkheden in verband met de velden en door de immer zorgelijke financiële omstandigheden.

Onveranderd

Aan het einde van het seizoen 1967/68 kon men 'vieren' dat het eerste terrein één jaar
geleden was afgekeurd, zonder dat er ook nog maar iets aan verbetering gedaan was. Hieruit moet men niet concluderen, dat er in dat laatste seizoen helemaal niet op dat veld gevoetbald was. Als Pluvius zich een tijdje koest gehouden had, werd er nog wel eens een wedstrijdje op gespeeld.
Overigens was in het vroege voorjaar van 1967 al getracht Sportclub wat soelaas te bieden door te trachten het trainingsveld tot een noodterrein te maken. Daartoe hadden leden de beplanting rondom het oefenterrein verwijderd. In het julinummer van Sportclub Nieuws van dat jaar moest voorzitter Klaver helaas constateren, dat 'het trainingsveld als voetbalveld onbruikbaar was gebleken'.
Verder verweet hij de gemeente, dat zij haar toezegging het eerste veld en het trapveldje in goede staat te brengen niet was nagekomen: 'Er is niets, maar dan ook n i e t s gedaan, en dat terwijl van bestuurszijde keer op keer -tot vervelens toe -is aangedrongen op beschikbaarstelling van meer speelruimte, verbetering van het hoofdterrein, verruiming en verbetering van het trainingsveld en. ..beschikbaarstelling van een derde veld.'
Uit de manier waarop Sportclubs eerste man een en ander naar voren bracht kan men constateren, dat hij nauwelijks durfde hopen op een snelle realisatie van een derde terrein, hoewel B. en Wal vanaf 1964 die zaak 'bestudeerden' en hoewel zij diverse malen in de raad toegezegd hadden plannen te maken voor de aanleg van een derde sportveld, zodat men die plannen op elk gewenst tijdstip uit de 'ijskast' zou kunnen halen.

Keer ten goede

Langzamerhand ging er daarna iets veranderen. In de eerstvolgende raadsvergadering werd besloten een trapveld aan te leggen naast het voetbalveld, ongeveer op de plaats van de huidige tennisbaan. Dat veldje kreeg een drieledige taak: het moest een opvang zijn voor de 'ongeorganiseerde' jeugd, het zou als trainingsveld kunnen dienen -enige maanden later werden er door de gemeente dan ook lichtmasten geplaatst -en het zou als juniorenveld gebruikt kunnen worden.
Doelend op de eerstgenoemde taak sprak voorzitter Klaver later over 'gedeelde vreugde is halve vreugde', maar toch was men in Sportclubkringen niet ontevreden over het bereikte.
Ronduit enthousiast was men toen burgemeester Lieuwen in zijn nieuwjaarsrede van 1968 stelde: 'De plannen voor verbetering van het oudste veld, door de Heidemij opgesteld, wachten op rijkssubsidie en uitvoering in DACW-verband.Gezien de aan deze verbetering verbonden kosten moet uitvoering buiten dit verband, dus alleen op gemeentekosten, een niet haalbare zaak worden geacht. Nu wellicht met ingang van deze maand nieuwe rijksgelden voor doeleinden als deze beschikbaar komen, zal tot het uiterste moeten worden getracht onderhavige verbetering ten uitvoer te brengen: Hoewel een en ander toch nog anders uitpakte -de Heidemij verklaarde zich bereid het werk uit te voeren voor een prijs die overeenkwam met de kosten bij uitvoering in DACW-verband omdat voorgaande verbetering slecht was uitgevoerd.
Maandag 17 juli 1968 kwam er in de 'continuing story' van het eerste veld weer echte actie: nadat twee (!) zendingen draineerbuisjes waren afgekeurd door gemeentewerken werd met de werkzaamheden begonnen.
Gevolg was natuurlijk wel dat de negen Sportclubteams voor het volgende seizoen slechts de beschikking hadden over één normaal veld en een noodveld, dat slechts goedgekeurd zou worden voor de B en C-junioren en voor de wewelpen en pupillen.
Voor het seizoen 1968/ 69 lagen er voor het bestuur nog genoeg problemen dus; problemen die in aantal en omvang alleen maar zouden toenemen tijdens dat seizoen. Conflicten
Overigens was in het seizoen daarvoor al gebleken, dat het enigszins rommelde binnen de vereniging.
Allereerst waren er de uitlatingen van eerste elftalspeler Dick Driessen die de eenheid binnen de hoofdmacht van Sportclub ter discussie stelden. N a een uitgebreid onderzoek door het bestuur en strafcommissie werd Driessen tenslotte geschorst tot het einde van het seizoen 1967/68.
Ook binnen het bestuur en zelfs binnen het dagelijks bestuur waren er allerlei tegenstellingen te constateren. Zo kon het gebeuren, dat bepaalde besluiten niet uitgevoerd werden, doordat ze getraineerd werden, of soms zelfs geheel genegeerd door de met de uitvoering belaste man.
De onenigheid binnen het bestuur kreeg een triest hoogtepunt toen penningmeester Jan van Dalfzen bedankte naar aanleiding van een conflict, dat nooit een conflict had mogen (en onder normale omstandigheden had kunnen) worden. Na vele jaren totowerk ten huize van de penningmeester mocht de kommissie aan mevrouw van Dalfzen geen plant aanbieden op kosten van de vereniging.
Toen Van Dalfzen enige tijd later de rekening van een aan alle bestuursleden aangeboden Kerstpresentje thuisbezorgd kreeg -een zaak die niet in het bestuur besproken was -was dit voor hem de druppel die de emmer deed overlopen en besloot hij zijn termijn ( tot en met 1968/69) niet vol te maken.


Veel minder verborgen bleef de tweedracht tussen het moeizaam draaiende eerste elftal en haar T.C. en de T.C.2 met het groots presterende tweede team in het seizoen 1968/69.
.De hunkering van de T.C.1 naar verjonging en inzet had bijv. Harm van Dalfzen en jos van der Haar naar het tweede plan verdrongen. Hoewel van veel kanten instemming met deze handelwijze werd betoond (Sportclub Nieuws: 'Sportclub deed het lang niet slecht in de oefenwedstrijden, al is het nog lang niet zodat we nu de vlag in de top gaan hangen. Met name de wedstrijd tegen WHC was er een van goede kwaliteit, met van beide zijden een hartverwarmende inzet') bleek in de kompetitie al snel, dat de weg naar de eerste klasse nog niet gevonden was. Gevolg van dit alles was, dat dan weer deze en dan weer die speler mocht komen opdraven.
Verder leverde het in Sportclub Nieuws een artikel op, waarin voorzitter Klaver openlijk de T.C. bekritiseerde. Daarbij ging het hem vooral om de manier waarop met mensen omgesprongen werd: 'Denk daarbij ook eens in het mentale vlak, een speler kan gevoelig zijn voor al te veelvuldig voorkomende 'promotie' of 'degradatie'. Dit heeft een remmende invloed op het prestatievermogen. Een speler kan zich voelen als een 'boemerang', onbegrijpelijk weggegooid en even later op dezelfde plaats terugkomend'.
Mogelijk ook als gevolg van de door Klaver verfoeide handelwijze kon T.C.-Iid Cor van Dijk op 2 februari 1969 slechts met de allergrootste moeite iemand vinden, die bereid was een opengevallen plaats in het eerste elftal op te vullen in de uitwedstrijd tegen Urk: na twee uur nijver bezig zijn had hij eindelijk iemand! Hij kreeg overigens welloon naar werken, want het leverde de eerste uit-overwinning van dat seizoen op ( 1-0).

Verplicht twee keer trainen

De matige prestaties van het eerste elftal hadden ook tot gevolg, dat midden in het seizoen besloten werd, dat de onder de T.C.1 vallende spelers twee keer in de week moesten trainen, dit na een bijeenkomst met die spelers.
jan van der Haar besloot daarop uit de boot te stappen, teneinde zijn tweede hartstocht, de volleybalsport te kunnen blijven beoefenen. Dankbaar lijfde de T.C.2 de voetballer-volleyballer in.
Hiermee was weer nieuwe conflictstofgeschapen. De T.C.1 eiste van het bestuur dat 'janneman' buitenspel gezet zou worden. Pogingen van het bestuur om dit van de T.C.2 gedaan te krijgen faalden. Vandaar dat deze kommissie aan het eind van het seizoen laconiek en tevreden kon melden: 'Het voetbaljaar 1968/69 is voor de lagere elftallen van Sportclub suksesvol geweest. Niet alleen het tweede werd kampioen, doch ook het vierde elftal was voor de eerste keer in haar geschiedenis kampioen van haar afdeling. Bovendien werd het tweede bekerwinnaar van de Afdeling Zwolle der KNVB.
Een enkele keer kreeg onze kommissie het aan de stok met het bestuur en de eerste Elftal kommissie over het al dan niet opstellen van spelers die uit het eerste gezet waren (wegens niet trainen e.d.), doch ook deze moeilijkheden behoren tot de verleden tijd'.

Eenheid hersteld

Nog voordat op 21 juni 1969 het tweede de 'double' via een 2-0 overwinning op Dedemsvaart tot een feit maakte, was de eenheid hersteld. Dit was vooral de verdienste van de per 1 juni als trainer benoemde Helmut Barneveld
Vrijwel meteen na zijn benoeming riep hij alle eerste en tweede elftalspelers, alsmede de talentvolle jongeren bijeen in de kantine om hen te vragen privé-belangetjes opzij te zetten voor het grote Sportclubdoel voor het seizoen 1970/71: promotie naar de nieuw te vormen eerste klasse.


Dit appèl had tot gevolg, dat reeds in de laatste wedstrijden van het nog lopende seizoen enkele tweede elftalspelers ingezet konden worden in het eerste, ondermeer in de na strafschoppen verloren bekerwedstrijd tegen Lunteren.

Laat

Deze bundeling van krachten kwam natuurlijk juist in verband met de instelling van de eerste klasse veel te laat. Sportclub Nieuws was een roepende in de woestijn gebleken; een verantwoord technisch beleid was niet tot stand gekomen en Barnevelds taak was wel een zeer ondankbare: in enkele vriendschappelijke wedstrijden een elftal formeren, dat in de (interregionale) kompetitie tenminste vierde zou moeten worden. De eerste vier plaatsen gaven nl. recht op promotie.
Daartoe nam Barneveld de taak van trainer-coach op zich. Dat wil zeggen, dat de T.C.1 alleen nog maar een adviserende taak had; de opstelling van het eerste elftal was uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de Kamper oefenmeester.
Door het feit, dat sommige spelers een stapje terug moesten -verschillende spelers van het succesvolle tweede kregen een vaste plaats in het eerste -kreeg hij meteen zijn eerste 'vijanden'. Overigens had de tot adviescommissie gedegradeerde T.C., bestaande uit Dirk Beens en Cor van Dijk, een vrij grote stem, vooral toen de resultaten bleven tegenvallen.

Naar derde klas

In twee fasen voltrok zich daarna de afgang van Sportclub Genemuiden. De groenwitten openden het seizoen 1969/70 met vier nederlagen. Daarna volgde met vijf punten uit drie wedstrijden een kleine opleving, maar vijf nederlagen op rij brachten Sportclub vervolgens gevaarlijk dicht in de buurt van de rode lantaarn
Pas na de achttiende wedstrijd, de thuiswedstrijd tegen Urk die een 1-0 zege opleverde, kon De Stadskoerier melden, dat het degradatiegevaar geweken was. Aan het eind van het seizoen had men slechts twaalf punten vergaard en had men geen moment ook maar hoop kunnen koesteren op promotie.
De critici hielden zich dat jaar trouwens opvallend rustig en onder het motto 'uithuilen en opnieuw beginnen' werd dat seizoen beëindigd. De enige verandering in de technische begeleiding was misschien, dat de adviescommissie een wat grotere stem in de opstelling van het elftal kreeg.
De storm van kritiek stak wel op, toen Sportclub in het volgende seizoen voor de tweede keer in haar bestaan degradeerde. De eerste keer was na het seizoen 1931/32 overigens op vrijwillige basis. Op 26 februari 1971, wrang genoeg in het seizoen, waarin Sportclub zijn 40-jarig jubileum had gevierd viel voor Sportclub het doek. Toen werd de al vanaf het begin van de kompetitie dreigende degradatie een feit door een 3-0 nederlaag in de uitwedstrijd tegen het Barneveldse SDVB.
Sportclub kon in dat seizoen slechts acht keer een nederlaag ontlopen en er werd maar één overwinning geboekt, nl. in Amersfoort tegen CJVV.
Opvallend bij die steeds slechter wordende prestaties was, dat de terugval zich vooral voltrok in de thuiswedstrijden. Leverden die wedstrijden in het seizoen 1968/69 nog zestien punten op, in de twee seizoenen daarna werden thuis slechts resp. zes en drie punten geïncasseerd. Een gevolg van de mate waarin de ploeg nog gesteund werd door het eigen publiek?

Buitengewone algemene ledenvergadering

Verontruste leden vonden dat er iets moest gebeuren. Vooral omdat volgens hen de ploeg niet vechtend ten onder was gegaan. Als voorbeeld voor die stelling moge dienen, dat de trainingen van Barneveld meermalen nog slechts door drie man bezocht werden en dat de keren dat er meer dan tien spelers trainden op een hand te houden waren. Daarom vroegen zij onder leiding van Jaap Klaassen, Wolter Eenkhoorn en Marten van der Haar Jzn. aan het bestuur een algemene ledenvergadering uit te schrijven, 'teneinde te bereiken, dat de bakens verzet worden en althans een poging gedaan wordt het verloren gegane terrein te herwinnen'.
De vergadering werd uitgeschreven en het werd een zeer constructieve vergadering. Besloten werd o.a. dat in het vervolg elk jaar een voorjaarsvergadering gehouden zou worden, waarop dan het voetbaltechnische gedeelte aan de orde zou komen. Op die manier kon dan vanaf de eerste oefenwedstrijd tot en met de nieuwe kompetitie één lijn in de technische begeleiding getrokken worden.

Uittocht

Ondanks alle begrip en goede wil volgde er wel een uittocht van kader; een uittocht die eigenlijk al ingezet was aan het einde van het voorgaande seizoen. Toen hadden H. Klaver, K. de Lange en B. Hoekman zich al teruggetrokken en op de ledenvergadering van 21 augustus 1971 volgden Jan van Dalfsen, Jan Fuite en Aart Visscher hun voorbeeld.
Trainer Barneveld had ondertussen zijn ontslag ingediend. 'Sportclub Genemuiden kan zijn geld beter aan andere dingen uitgeven dan aan een trainer. Geld daar aan besteed is weggegooid geld gezien de geringe trainingsopkomst.'
Wel werd door het bestuur naarstig naar een opvolger voor de heer Barneveld gezocht, maar een voor een vielen enkele kandidaten af. De geringe financiële armslag had hier alles mee te maken.
Eind van het liedje was, dat Henk van Dalfzen de training ging leiden. De oud-eerste elftalspeler maakte zich de twee jaar dat hij dat deed overigens volledig waar.

Jubileum

Tussen al deze zaken door was ondertussen het 40-jarig bestaan gevierd. De festiviteiten werden geopend met een receptie in bar De Nachtweg. De verschillende sprekers, waaronder de voorzitter van de VZC (Vereniging van Zaterdag Clubs), konden alleen maar memoreren aan het grote verleden van Sportclub Genemuiden en de vereniging succes toewensen bij de pogingen de weg terug in te slaan.
Meest optimistische spreker was ongetwijfeld voorzitter Beens die zei onvoorwaardelijk te geloven in handhaving in de tweede klasse. Bovendien wees hij op de kwaliteiten van het A-team, dat tal van veelbelovende jongeren bevatte.
Leuke bijzonderheid in de zaken rondom het jubileum was, dat Sportclub de dag volgende op deze receptie haar enige overwinning van dat seizoen behaalde ( 3-1 winst op CJVV).
In eigen kring werd het 40-jarig bestaan gevierd met een feestavond voor de leden tot zestien jaar en zo'n avond voor de senioren. Beide avonden waren een groot succes. Betere begeleiding junioren
Bij alles wat er in de zestiger jaren niet gelukt was, moet niet vergeten worden, dat de
begeleiding van de jeugd veel volwassener geworden was.
Het pionierswerk van onder andere Berend Herssenberg had geleid tot een een jeugdafdeling die in 1971/72 zelfstandig zeven elftallen runde.
Elke uitbreiding van het aantal elftallen werd iedere keer weer opgevangen; telkens weer verliepen toernooien georganiseerd door de jeugdcommissies gladjes en elke keer weer kon men een groot aantal jeugdleden mee laten doen aan een jeugdkamp. Ook was men er in geslaagd enkele oud-voetballers voor langere tijd te betrekken bij de training van welpen, pupillen en junioren: Willem Terink en Dick Driessen trainden drie jaar lang de pupillen, Henk van Dalfzen net zo lang resp. B en A, Arend Driessen ruim twee jaar het A-team. Daarnaast fungeerden als trainer Jan Bonthuis, Johannes Visscher en natuurlijk Berend Herssenberg.
Door al deze bemoeienissen bleven kampioenschappen natuurlijk niet uit. Vooral de lichting van Jan Verhoek, Bep Visscher, Jan van den Berg, Henk Bakker en anderen grossierden in titels: respektievelijk bij de pupillen, bij de C-jeugd en bij de B's, terwijl dit team bij de A's er in slaagde de sprong naar de hoofdklasse te maken.

Subtopper

Henk van Dalfzen, begeleid door een uit vier man bestaande T.C., kreeg als opdracht mee te zorgen voor handhaving in de derde klasse. Vooral het eerste seizoen, het seizoen 1971/72, lukte dat moeiteloos en zelfs kon enige tijd hoop op een kampioenschap gekoesterd worden, ook al omdat de concurrentie veel punten verspeelde. N a achttien wedstrijden had men 21 punten verzameld en was de achterstand op leider Bennekom niet meer dan twee punten.
In de slotfase van de kompetitie konden de groen-witten echter geen vuist meer maken en verder dan de vierde plaats kwam men dan ook niet.
In het tweede seizoen van zijn trainerschap kreeg Van Dalfzen de beschikking over enkele jonge spelers. Deze spelers, onder andere Jan Verhoek en Henk Bakker, kregen een plaatsje in de hoofdmacht van de groen-witten, maar de resultaten van Sportclub 1 waren zo teleurstellend, dat snel weer op oudere krachten werd terug gegrepen. De dreiging van degradatie werd bezworen, maar er zat nauwelijks een middenmootpositie voor de groen-witten in.
Aan het eind van het seizoen 1972/73 trok Henk van Dalfzen, die zichzelf alleen maar als interim-trainer had gezien, zich als trainer van Sportclubs selectie terug en nam de A-junioren weer onder zijn hoede.

Nieuw bloed

In diezelfde tijd vond de aflossing van de wacht plaats voor wat betreft de redactie van Sportclub Nieuws. Van het drietal dat zeven jaar daarvoor het clubblad weer tot leven gebracht had, zat toen alleen Wolter Eenkhoorn nog. Wolter had in die periode achtereenvolgens Willem Terink en Jaap Klasen uit het team zien stappen, maar had als nieuwkomers kunnen begroeten Harmke van Rees-Altena, Ina Fuite, Aart Visscher en Willem Kiers.
Willem Kiers vormde de schakel tussen het oude en het nieuwe team; een team dat volledig bestond uit voetballende leden: Willem Kiers, Albert Kok, 1 os van der Haar, Jan van der Haar enJos van Dijk.
Beide laatstgenoemden leerden zich kennen als echte 'money-makers'. Ze wisten het door Aart Visscher al op behoorlijk peil gebrachte aantal adverteerders ( 47 in getal) nog spectaculair te verhogen.
Samen met 1 os van der Haar wisten ze verder een honderdtal nieuwe abonnees te werven, daarmee het aantallezers op zo'n 300 brengend.
De redactie verloochende haar voetballer-zijn niet. Zij keek in de eerste plaats naar wat er door de voetballers gepresteerd werd, naar de opofferingen, die de spelers zich moesten getroosten. 'Kritiek hoor je overal, zelfs van mensen die in geen jaren op het voetbalveld geweest zijn. Laten wij onze waardering uitspreken'.
Onder dit motto werd de rubriek 'Strijd om' een van de vaste rubrieken. Deze rubriek leverde zes keer een voetballer van het seizoen op (resp. Piet van Dijk Czn., Jan van der Haar, Jan Verhoek, weer Jan Verhoek, Joop van Dijk en Piet van Dijk) en zeven keer een topscorer van het seizoen, achtereenvolgens Gerrit van Someren, Henk Post, Helmich Visscher, Hendrik Jan van Dijk, Henk Winters, Karst Kolk en Piet van Dijk Czn.
De verbondenheid, die deze redactie door het lidmaatschap van Willem Kiers en 1 os van der Haar met het bestuur had, werd na vier jaar gecontinueerd door het redactieschap van penningmeester Potters. Hij slaagde er verder in voor afvallers steeds ande re vrijwilligers te krijgen, zodat Sportclub Nieuws nu al weer veertien jaar lang onafgebroken ongeveer maandelijks verschijnt.
Nu telt het blad meer dan 440 lezers, waarvan zo'n 100 adverteerders. De laatste hand aan die stand is vooral gelegd door Adrie Potters en Hendrik jan van den Berg. Wat langer zittende redactieleden zijn (waren) Gert van Rees, Annemieke jansen-van Dalfsen, Bart van Steen, Reinier van de Pol en Peter van Dalfsen.

Evenementen

Vanaf 1974 was drie jaar lang een nevenfunctie van de redactie het organiseren van een grote feestavond 'voor en door de leden'.
Op deze avonden werden de voetballer van het seizoen en de topscorer gekroond en waren er altijd bloemen voor de spelers die zeer trouw getraind hadden. Na dit officiële gedeelte toonden de elftallen wat ze op de 'Bühne' vermochten, waarna tenslotte de beentjes van de vloer gingen.
Helaas werden de feestavonden hoe langer hoe minder groot en in 1976 werd er een punt achter gezet.
Andere evenementen werden door het bestuur op touw gezet. Zo vond er vier jaar lang, van 1973 tot en met 1976, een uitwisseling plaats met een Duitse amateur voetbalvereniging, TSC Ahlten. Beurtelings kwamen bestuursleden en voetballers van beide verengingen bij elkaar op bezoek.
Vermeldenswaard zijn ook de twee 'familiedagen' die in de laatste jaren georganiseerd zijn. In 1976 werden alle seniorleden van Sportclub opgeroepen voor een zeskamp, een gebeuren dat veel volledige gezinnen naar het voetbalveld lokte.
De tweede dag vond plaats in het kader van het 50-jarig jubileum. Op 10 mei 1980 werden alle spelers van Sportclub op een hoop gegooid en vervolgens over acht elftallen verdeeld. Door deze teams werd vervolgens recreatie voetbal van het eerste soort afgeleverd.
Traditioneel is vanaf 1975 het aan het eind van de kompetitie georganiseerde A toernooi. Organisator Potters is er vijf keer in geslaagd een zeer aantrekkelijk deelnemersveld naar Genemuiden te halen,vaak met teams die in de geselecteerde jeugdklasse uitkwamen. Eén keer, in 1975, leverde Sportclub A een winnende prestatie.
Doel van deze evenementen ~as vooral het kweken van saamhorigheid binnen de vereniging en binnen de verschillende elftalgroepen. Veel elftalgroepen organiseerden ook hun eigen avondjes.
Belangrijke bijkomstigheid was, dat de kantine op sommige van deze gezelligheidsdagen optimaal draaide.

Damesafdeling

Op 23 oktober 1971,41 jaar en een dag na haar oprichting, ging Sportclub Genemuiden officieel van start met een damesafdeling.
Deze afdeling kreeg een eigen dagelijks bestuur met een zekere zelfstandigheid. Wat betreft de prestaties op de groene mat, in de eerste maanden werden uitsluitend vriendschappelijke wedstrijden gespeeld. De eerste van die serie op 4 december 1971 tegen Blokzijl eindigde met een 3-3 stand, de tweede tegen Olympia werd met 3-0 verloren.
Lang heeft het avontuur niet geduurd. Tweeëneenhalf jaar later -de dames hadden slechts één kompetitie afgemaakt -hield de damesafdeling op te bestaan door gebrek aan speelsters. In die korte tijd had men wel twee trainers 'versleten', te weten jaap van Dijk en Dick Driessen.
De enige die het voetballen niet voor gezien hield was uitblinkster Marietje Meuleman -een andere vedette was jopie van Dorsten -die, na enkele jaren in verband met een 'damesblessure' op non-actief te zijn geweest, (zeer succesvol) lid van Be-Quick Zwolle werd.

Het dames elftal van Sportclub 1971
De bestuurskamer en vier kleedkamers waaraan Sportclub zolang bouwde.
Het dameselftal van Sportclub; vlnr staand: trainer Jaap van Dijk, Anny Dekker; Femmy Driessen, Jentje Oostwold, Henny Kuilart, Marietje Meuleman, Willy van Dijk; gehurkt: Ina Fuite, Ria Visscher; Janny Schaapman, Jany Jansen (Sdr), Jany Jansen (Jdr), Gerry van Dijk.


Volledig onbespeelbaar

De veldenkwestie speelde in 1974 misschien meer dan ooit. Het dieptepunt hierin was misschien wel de afkeuring van het 'hoofdveld' op een zonnige meidag in 1974. De scheidsrechter achtte het te gevaarlijk er junioren op te laten spelen!
De abominabele toestand toen van de twee velden -het terrein voor de kantine was er nauwelijks beter aan toe -was natuurlijk vooral een gevolg van het te intensieve gebruik. Terwijl het aantal elftallen dat aan de kompetitie deelnam steeds toenam -in 1973/74 waren dat er vijftien -was het eigenlijk maar zelden voorgekomen, dat beide velden volop gebruikt konden worden.
In 1969, na de tweede grote opknapbeurt door de Heidemij, schreef consul Gijsen bijvoorbeeld: 'Het eerste veld ziet er momenteel nog niet al te rooskleurig uit, maar wij zullen hopen dat er zich spoedig een goede graszode zalontwikkelen die het komende seizoen goed kan zijn voor enkele wedstrijden'.
Een jaar later was het andere terrein aan rust toe: 'Het veld bij de kantine was na de winter voor een derde stuk. Dit veld is opnieuw omgefreesd en ingezaaid. N a de droge periode heeft het zich weer vrij aardig hersteld, maar in het begin van de kompetitie zullen we er erg zuinig op moeten zijn. Het zal tot en met september niet bespeeld mogen worden'.
Om en om kregen beide velden de volle laag, waardoor Sportclubs veldenmisère eerder groter dan kleiner werd.

Derde en vierde veld

Ondertussen kwam -in slow motion -de oplossing toch naderbij.
Reeds vanaf 1964 waren B. en W de mogelijkheid van een derde voetbalveld aan het bestuderen. Dit althans was te concluderen uit antwoorden, die Dirk de Lange (CHU) en PvdA steeds weer kregen op vragen over deze kwestie. Na vier lange jaren was men tot de conclusie gekomen, dat dat terrein het beste in de buurt van de andere twee velden aangelegd zou kunnen worden, daarmee afstappend van de gedachte het totale sportcomplex te doen verhuizen.
Aan die plannen kon eerst nog geen vorm gegeven worden, omdat nog niet bekend was hoe de loop van de sloten in de buurt van de sportvelden veranderd zou moeten worden, in verband met de ruilverkaveling.
N a een aantal jaren, waarin B. en W. niet repten over het derde veld, was er een ander probleem: de verwerving van de benodigde gronden kon niet gerealiseerd worden, omdat de eigenares niet wilde verkopen. B. en W. berustten hierin, maar het bestuur van Sportclub niet. Van het kollege werd toestemming verkregen zelf de onderhandelingen te openen met deze eigenares. En zie, waar B. en W. gefaald hadden, kreeg het ondertussen door Dirk Beens geleide bestuur haar zin. De grond werd verworven, het contract getekend, de realisatie van de plannen zou kunnen beginnen.
Ondertussen was er echter iets gebeurd, waardoor de plannen weer in de gemeentelijke 'ijskast' moesten. Enkele weken voordat het contract tot verkoop getekend werd, verdween de zuiger uit het gat achter het voetbalveld. Dit had zoveel invloed op de zandprijs, en daarmee op de totaalprijs, dat financiering door de gemeente alleen door B. en W niet meer verantwoord geacht werd. Om maximale subsidie te krijgen werd besloten een en ander in DACW-verband uit te laten voeren.
Het wachten beu -we schrijven dan 1972 opperden voorzitter Beens en zijn mannen de plannen in eigen beheer uit te voeren. De materialen zouden wel door de gemeente geleverd moeten worden.
B. en W wilden niet op deze suggestie ingaan, maar wel stelden ze, als reactie er op, aan de raad voor een krediet beschikbaar te stellen voor dat derde veld. Vervolgens werd dit voorstel van B. en W door de raad goedgekeurd en er werd zelfs een bepaalde ...
prioriteit aangegeven.
Voor men echt tot aanleg overging, kon Sportclub gelukkig nog de suggestie van Aart Visscher aan B. en W. doorspelen: met een beetje passen en meten moest het mogelijk zijn in plaats van één veld twee velden aan te leggen. En op vrijdag 11 oktober 1974 was het zover: de gemeenteraad trok een krediet uit voor de uitbreiding van het sportcomplex met twee velden!
Toen was het nog slechts een kwestie van doorbijten. Met behulp van het voortreffelijke noodveld in het bosplan kwam men tamelijk goed de seizoenen 1974/75 en 1975/76 door, ondanks het feit, dat het oude veld nog een keer enkele maanden uit gebruik genomen werd. En met het seizoen 1976/77 had men de beschikking over vier velden!

Niet onbelangrijk was, dat Sportclubs bestuur in de 'long hot summer' van 1976 een beregeningsinstallatie aangeschaft had; een installatie die sindsdien in tijden van droogte van de vroege ochtend tot de late avond ingezet wordt.
De periode van 1976 tot nu is vooral benut om de toestand van het eerste en tweede veld te verbeteren door extra inzaai-ing en lange rustperioden. Bovendien wordt het eerste veld, vanaf het seizoen 1973/74 officieel hoofdterrein, zo weinig mogelijk gebruikt. Slechts het eerste en, afhankelijk van het programma, het tweede of het A-elftal mogen er gebruik van maken. Hoe gunstig zo'n gelimiteerd gebruik werkt, wordt bewezen door de kwaliteit van de huidige grasmat. Deze is beter dan ooit; beter dan wie dan ook verwacht had dat hij ooit zou worden.

15 jaar na dato

Het is alweer zo'n vijftien jaar geleden dat Sportclub de toon aangaf in het Nederlandse zaterdagvoetbal. Sportclub leverde toen prestaties waarover nog steeds gesproken wordt.
Tien keer achter elkaar werd het eerste districtskampioen van de derde klasse, de hoogste klasse in het zaterdagvoetbal uit die dagen.
Het werd nooit kampioen van Nederland maar wel enkele keren tweede. Twee maal bereikte het de finale in het toernooi om de zaterdagbeker, één keer veroverde het die beker.
Het eerste draait nog steeds mee in de derde klasse, maar tegenwoordig kent de zaterdag kompetitie ook een eerste en tweede klasse. Sportclub heeft nog deel uitgemaakt van de tweede klasse, maar wist zich hierin niet te handhaven. Ondertussen bouwt de club zorgvuldig maar energiek aan een comeback. Het bestuur zelf is geleidelijk vernieuwd en verjongd. Maar ook het eerste elftal heeft onder de deskundige leiding van Harmen Breman een opvallende verjonging doorgemaakt. De gemiddelde leeftijd is ca. 21 jaar. De doelman (Dick Eenkhoorn), is nog maar vijftien. Breman zal het volgende seizoen de scepter overdragen aan Willy Kruisweg, een oud-amateurinternational. Niet alleen veranderde de samenstelling van het bestuur, van het eerste en van het trainersteam, de accommodatie krijgt ook een nieuw gezicht. Mede dankzij de inspanningen van wethouder R. Breman is Sportclub intussen twee velden rijker. De wethouder heeft er ook belangrijk toe bijgedragen, dat dit jaar vier nieuwe kleedkamers, een bestuurskamer, een EHBO-kamer en een scheidsrechterskamer worden gerealiseerd in het kader van de aanvullende werkgelegenheid.
Het bestuur, aldus de heer A. Potters, is dolblij met deze vernieuwing en uitbreiding van de accommodatie. Het bestaande is immers ronduit gebrekkig. Zij is grotendeels van hout. Twee velden voor vijftien elftallen is eenvoudig te weinig.
Trots vertelt de heer A. Potters dat het sportterrein is omzoomd door 250 meter reclameborden. De middenstand stopt de Sportclub jaarlijks niet minder dan 15.000 gulden toe.

Gedurfd beleid

De verwezenlijking van de lichtinstallatie is een van de bewijzen, dat Sportclubs bestuur in de jaren zeventig een beleid ging voeren, waarbij men niet voor grote zaken terug deinsde. Een beleid dat begon met de gezondmaking van de financiën. Om te beginnen werd de contributie langzaam maar zeker opgetrokken en min of meer op het peil gebracht van de contributie van de verenigingen uit de omgeving. De inning ervan werd ook professioneler. Via bankmachtigingen bereikte men, dat het geld 'als vanzelf' maandelijks binnenstroomt in huize Potters. Hiermee was tevens het euvel verholpen, dat om wat voor reden dan ook, verschillende leden grote contributieachterstand opliepen. Aanvankelijke bezwaren tegen deze manier van innen verdwenen als sneeuw voor de zon.
In de jaren 1971 tot en met 1978 werd er jaarlijks een grote verloting georganiseerd, een gebeuren waarbij vaak niet tevergeefs een beroep op de leden werd gedaan. Vaak werden alle loten -soms waren het er 7500 verkocht en kon een niet onaanzienlijk bedrag bijgeschreven worden op Sportclubs bankrekening.
Aantrekkelijke bedragen vloeiden ook binnen, doordat de vereniging enkele jaren betrokken was bij de organisatie van de Biestemerkbazar, het loon van een behoorlijk aantal hardwerkende vrijwilligers.
De totokomissie leverde altijd al aanzienlijke bedragen. Sinds 1974/75 zochten enkele 'lopers' de goklustigen op, hetgeen meer dan een verdubbeling van de inkomsten betekende. Thans is het zo, dat deze kommissie een niet meer te missen gedeelte van Sportclubs inkomsten levert.
Hetzelfde kan gezegd worden van de opbrengsten als gevolg van reclame. De advertenties in Sportclub Nieuws en de reclameborden langs het veld brengen een kleine 20.000, in het laatje van Sportclub.
Een verder bewijs van de medewerking van onze middenstand wordt geleverd door allerlei giften in natura; giften die de penningmeester duizenden guldens besparen. Te denken valt aan trainingspakken, shirts, ballen, prijzen bij toernooien enz.
Niet onbelangrijk is ook, dat wegen gezocht en gevonden werden om subsidies binnen te halen. Zonder deze hadden bepaalde zaken zeker niet gerealiseerd kunnen worden.

Lagere reiskosten

Wezenlijk bij het verkrijgen van greep op de financiën was zeker ook de beïnvloeding van de reiskosten.
Een grote inbreng heeft hierbij de jeugdcommissie gehad. Het reeds stijgende aantal elftallen deed deze onkosten op een gegeven moment de pan uit rijzen. Daardoor kwam men op het idee om te profiteren van de belangstelling, die veel vaders ( ouders ) gelukkig toch wel hebben voor de prestaties van hun zoon(s). Men stelde een vervoerscommissie in, die er in slaagde steeds weer chauffeurs te vinden, die geen reiskosten declareren.
Bovendien zorgden bedrijven als Breman, Van der Sluis en Beens (van Dirk Beens) wekelijks voor een gratis busje.
De organisatie bij de lagere elftallen, zoals die vanaf het seizoen 1972/73 is, bespaart het bestuur eveneens veel reiskosten. De elftallen, die min of meer als zelfstandige groepen fungeren, doppen hun eigen (reisgeld) bonen. De chauffeurs worden min of meer schadeloos gesteld door de overige inzittenden, waardoor er niet meer gedeclareerd wordt bij penningmeester Potters.
Tenslotte leverde ook het eerste zijn bijdrage aan de beperking van de reiskosten. In plaats van met dure (vaak lege) bussen werd met particuliere auto's gereisd.

Andere onkosten hoger

Deze verhoging van de inkomsten en het omlaag schroeven van de reiskosten zorgden er in de eerste plaats voor, dat andere, stijgende onkosten vrij soepel konden worden opgevangen.
Daarbij moeten we allereerst denken aan de kosten die de technische begeleiding met zich meebrachten. Het aanstellen van een gediplomeerde trainer, die twee avonden en een zaterdagmiddag beschikbaar is, vroeg en vraagt een behoorlijke som geld. Bovendien werd er vanaf 1976 een bevoegde trainer bij de junioren aangesteld.
Daarnaast was er de huur van de velden. Een post die niet alleen meer geld ging vragen door de vermeerdering van het aantal velden, maar ook omdat de huur per veld aanzienlijk opgetrokken werd.
Gesteld kan worden, dat de huur hoger is dan waar ook in de omgeving.

Nieuwe kleedaccommodatie

De gezondmaking van de financiën had ook tot gevolg, dat men plannen ging maken
om de accommodatie te verbeteren. Genoemd is al de lichtinstallatie. Al eerder was men echter gaan denken over een nieuwe kleedaccommodatie. Die plannen stammen namelijk al uit 1973. Op de najaarsvergadering van dat jaar verklaarde penningmeester Potters al, dat de houten kleedkamers slechts provisorisch hersteld zouden worden in verband met de bestaande plannen tot nieuwbouw van kleedkamers.

Ambitieus plan

In het voorjaar van 1974 presenteerde het bestuur aan de algemene ledenvergadering een ambitieus plan voor deze nieuwbouw, door de leden zelf uit te voeren in verschillende fasen. Het omvatte niet minder dan acht kleedgelegenheden, een bestuurskamer, twee scheidsrechterskleedkamers, twee berghokken, een bestuurskamer en een kantine, die aanzienlijk ruimer zou zijn dan de bestaande.
Met de toestemming van de leden om over te gaan tot de realisatie van de plannen was er natuurlijk nog lang niet het laatste woord over gesproken. Diverse bijeenkomsten, besprekingen en vergaderingen volgden om uit te zoeken wat haalbaar was. Al snel zag men af van uitvoering door de leden zelf. In plaats daarvan mikte men op uitvoering in DACW-verband. Uit de bus, liever gezegd uit de subsidiepot van de DACW, kwam tenslotte de vergunning voor de eerste fase: vier kleedkamers, een bestuurskamer, een scheidsrechterskleedkamer, een EHBO-ruimte, gegroepeerd om een centrale hal.
Het tekort aan kleedgelegenheid werd enigszins opgevangen, doordat de oude stenen kleedkamers volledig gerenoveerd werden. Hierdoor kwam Sportclub toch aan zes kleedgelegenheden, die volledig naar de eisen destijds zijn ingericht.

Niet subsidiabel

Slechts zeer node had het bestuur (voorlopig) afgezien van de bouw van een nieuwe kantine. Reden daarvoor was het feit, dat een dergelijk gebouw door de DACW niet gesubsidieerd kon worden.
Over de hoogte van de subsidie van hetgeen wel gebouwd zou worden, kon men niet klagen: 95 procent van de bouwkosten.
Een al te grote aanslag op de kas van penningmeester Potters was de nieuwbouw dan ook niet, al moest Sportclub achteraf een tegenvaller verwerken van zo'n 25.000, aan aansluitkosten. Dit bedrag werd renteloos voorgeschoten door de eigenaar van de nieuwe accommodatie, de gemeente Genemuiden.

Onmisbaar

Een goed draaiende kantine is onmisbaar voor een vereniging als Sportclub Genemuiden. Toen in de jaren zestig de winsten van de (oude) kantine tegenvielen, ging men dan ook zoeken naar manieren om meer rendement te krijgen.
De uitkomst was, dat men er toe overging mensen aan te trekken voor de exploitatie. Dit belangrijke werk werd vier jaar lang door Henk en Jaap van Dijk gedaan en sinds 1978 is de familie Rozeboom belast met de zorg voor de kantine.
Door de veranderingen aan de accommodatie dreigde het houten gebouw zijn gunstige ligging te verliezen. Op weg naar huis zou de supporter er in de toekomst niet meerlangskomen.
Dit was voor het bestuur de stok achter de deur zo snel mogelijk toch een nieuwe kantine te laten bouwen. Een en ander werd resoluut aangepakt -veelleden lieten zich van hun zeer goede kant zien -en zeer waarschijnlijk zal de officiële opening van het clubgebouw plaatsvinden op 22 oktober 1980. Dan zal er, als alles meezit, de receptie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Sportclub Genemuiden plaats vinden. De vereniging heeft zichzelf wel een zeer aantrekkelijk geschenk gegeven.

Bevoegde trainer

Het bestuur, waarin sinds een achttal jaren Bertus Tuinman, Adrie Potters en Helmich van Dijk de vaste krachten zijn, had ook de ambitie om wat het voetballen betreft weer op een hoger plan te komen.
Van een leien dakje ging dit niet. Ook niet toen in 1973 weer een bevoegde trainer aangesteld werd. Joop de Vries uit Westenholte kon de groen-witten in het eerste jaar, ondanks verplicht twee keer trainen in de week, niet verder brengen dan een middenmootplaats. Overigens had hij dat jaar niet hoger gemikt, omdat tal van jonge spelers (Henk Bakker, Cor van Dijk, Jan Verhoek en Jan van den Berg) in het elftal ingepast moesten worden.
Het jaar daarop, het seizoen 1974/75, bleek het elftal niet gegroeid. Integendeel, langzaam maar zeker nam het gevaar voor degradatie steeds grotere vormen aan en op 18 januari 1975 nam het bestuur het veel bekritiseerde besluit Joop de Vries op non-actief te stellen. Nog diezelfde dag werd de nieuwe trainer aan de selectie voorgesteld: Harman Breman, oud-eerste-elftalspeler van Sportclub, leraar gymnastiek en in het bezit van de B-licentie.
Ondanks het feit, dat enkele spelers veel moeite hadden met het wegzenden van De Vries wist Breman 'alle hens aan dek te krijgen'. N a enkele spannende weken werd het derdeklasserschap tenslotte veilig gesteld door een 1-0 overwinning op IJVV.

Minder tijd besteden

Breman, die een functie als trainer bij eerste klasser Go-Ahead geweigerd had, wilde eigenlijk niet te veel tijd in zijn hobby steken. Dat was ook de reden, dat hij na het eerste nog een jaar begeleid te hebben, de junioren ging trainen.
Hij werd begeleider van het A-elftal met onder andere Harm van Dijk, Henk Buitink, Gert Eenkhoom, Egbert Beuzenberg en Henk Bruintjes. Dit elftal had als C en B-team onder respectievelijk Berend Herssenberg en Richard Ruyg al grote successen geboekt. Onder leiding van de Kamper gymnastiekleraar rukte Sportclubs oudste jeugd de hoofdklasse binnen en het jaar daarop was het team meteen een topper in die afdeling. Als Harm van Dijk en Gert Eenkhoorn tegen het eind van de kompetitie niet opgeroepen waren voor het eerste elftal zou men waarschijnlijk nog hoger geëindigd zijn dan de derde plaats die nu veroverd werd.

Degradatie

Jammer genoeg moest het A-team een jaar later onder trainer Heldoorn uit Wilsum de hoofdklasse weer verlaten. De gewijzigde selectie faalde volledig, vooral door een groot gebrek aan mentaliteit en discipline.
Het afgelopen seizoen herstelden de A-junioren zich niet onverdienstelijk onder leiding van de nieuwe trainer, Dick Kroon uit Kampen; een lage plaats in de middenmoot was hun deel in de overgangsklasse.
In deze klasse kwam de afgelopen jaren ook het B-elftal uit, steeds als middenmoter, weinig spectaculair dus.
Voor de vereniging is het van belang, dat het A en B-elftal in de toekomst de weg zullen ( terug)vinden naar de hoofdklasse, een klasse waarin het C-team, van oudsher begeleid door Berend Herssenberg, al weer drie jaar speelt.
Beter dan in een lagere afdeling kunnen jeugdige spelers zich in zo'n hoofdklasse ontwikkelen. En een gezonde vereniging zal eerder vertrouwen op zijn jeugd dan op nieuwkomers, spelers die van tijd tot tijd van club veranderen. Overigens, waarom zouden ze dat toch doen?

Gerechtigheid

Een nieuw dieptepunt beleefden we met ons eerste in het seizoen 1976/77, het jaar dat Willy Kruisweg aan het roer stond. Na negentien wedstrijden had men zeventien punten veroverd, terwijl Opheusden als voornaamste degradatiekandidaat -DESZ was ondertussen al gedegradeerd -vijftien punten had.
De wedstrijden AVW-Sportclub en Opheusden-ESA zouden moeten bepalen welke ploeg terug zou moeten naar de vierde klasse. Tevergeefs trachtten de groen-witten het punt te veroveren, dat hen in veiligheid zou brengen. Maar ESA versloeg Opheusden met 4-1 en daardoor konden spelers, bestuur en supporters,een feestje gaan bouwen in zaal Loreley bij Epe. Daar werd men namelijk telefonisch op de hoogte gesteld van het feit, dat de Arnhemmers meer gevoel voor gerechtigheid gehad hadden dan de scheidsrechter, die Sportclub in 97 minuten naar de nederlaag en AVW naar het kampioenschap had geleid.

Periode Fiechter

Toen trainer Kruisweg begin januari 1977 onverwachts te kennen gaf Genemuiden aan het einde van het seizoen 1976/77 te gaan verlaten, trok men enige tijd later de toen 31-jarige Evert Fiechter uit Wijhe aan voor de training van de A en B-selektie. Hij mocht bewijzen, dat Kruiswegs besluit Sportclub te verwisselen voor Berkurn sportief gezien onverstandig was.
Het seizoen 1977/78 lukte hem dat met een sterk verjongde selectie niet erg. Geen wonder als we de namen van de spelers bekijken, die aan het begin van dat seizoen afhaakten: Siern en Piet van Dijk, Jan van der Haar, RoeI van Dijk, Henk Bakker, Koen Last, Henk Kompanje en Jan Siebert.

Nieuw melden zich Henk van den Berg, Henk Bruintjes, Bert en Kees van Dijk, Wout van der Haar, Roelof Rietman (allemaal A-junioren) en Harm van de Belt, overgekomen van DESZ.
Rondom deze laatste speler formeerde Fiechter zijn nieuwe elftal, maar de successen waren in het begin niet overweldigend. Daarom ook werden op de helft van de kompetitie Harm van Dijk en Gert Eenkhoorn van de A-junioren naar de hoofdmacht overgeheveld. Hun eerste wedstrijd speelden ze tegen Hatto Heim (2-0 winst), daarna volgde de thuiswedstrijd tegen Berkurn, de ploeg van de snel vertrokken Kruisweg. Voelde de jeugd van Genemuiden zich miskend door het snelle vertrek van Kruisweg? Hoe dan ook, de semi-Zwollenaren werden kansloos met 3-0 aan de kant gezet. Door zeven punten uit vijfwedstrijden te veroveren kreeg het team van Fiechter aansluiting bij de middenmoot. Dat gaf de Wijhese 'vleesboer' de kans rustig aan zijn ploeg voor het volgende seizoen te bouwen.
Dat volgende seizoen, het seizoen 1978/79, dienden zich nog meer jonge spelers aan bij de selectie, o.a. Henk Buitink, Sijmen Last en Eimi van Rees. Een strop was het vertrek van doelman Beuzenberg naar Go-Ahead Eagles.
Het eerste startte de kompetitie voortreffelijk, maar zakte toch vrij snel terug naar de middenmoot. Belangrijk was echter, dat het vertoonde spel van goede kwaliteit bleef. In dat verband willen wij de wedstrijd IJVV-Genernuiden noemen; een wedstrijd die met 4-1 verloren ging, maar waarin van voortreffelijk spel te genieten viel.
Het eerste tastbare resultaat kwam in dat seizoen van het tweede. Matig begonnen met twaalf punten uit tien wedstrijden, sloeg het team van leider Henk Kompanje in de tweede competitiehelft keihard toe. Twaalfwedstrijden brachten 21 punten. Aan de finish was de concurrentie met zeven punten verschil geklopt!

Promotie

Met dat kampioenschap werd eindelijk, zeven jaar nadat de KNVB in het oosten de reserveklassen had ingesteld, de promotie naar de KNVB een feit. Voor de verbreding van de selectie, voor het kweken van spelers die op een gegeven moment opengevallen plaatsen bij het eerste kunnen innemen een uiterst belangrijke zaak. Overigens is deze promotie van het tweede elftal nog slechts een stap op weg, want het doel is natuurlijk de hoogste reserveklasse, de tweede klasse.
In die klasse spelen teams als WHC 2, Owios 2, DOSK 2 en DETO 2. Allemaal teams, waarvan het eerste elftal in de eerste klasse KNVB uitkomt.

 

Kampioens elftal seizoen 78/79
1e elftal kampioen; vlnr staand: c. v. Dijk, E. Fiechter; A. Beens, E. Beuzenberg, H Buitink, R. v.d. Pol, S. Last, B. Bruintjes, H Bruintjes,
C. de Bruyn; zittend; J. Knuivers, P v. Dijk, P v. Dalfsen, J. v.d. Berg,
G. Eenkhoorn, H v. Dijk, H v.d. Belt, C. Roeten, B. Visscher:

Kampioenschap

Toen kwam dan het seizoen 1979/80, het derde seizoen van oefenmeester Fiechter. 'Genemuiden wil vlammen' konden we lezen in de voetbalkrant van de Zwolsche Courant, die voor dat seizoen werd uitgegeven. En vlammen deed het door de terugkeer van doelman Beuzenberg achterin veel sterker geworden team. Vanaf het begin van de kompetitie werd resoluut de eerste plaats bezet en week na week werd de voorsprong groter.
Aan het eind der kompetitie gaapte er een gigantisch gat van elf punten tussen de groen-witten en 'concurrent' IJVV.
Slechts één keer werd verloren -in Nijkerk tegen Sparta met 2-1 en drie keer moest men tevreden zijn met een puntendeling: thuis tegen Apeldoorn (0-0), in Zwolle tegen Be-Quick (1-1) en in Lunteren tegen de klub van die naam (2-2).

Op een na hoogste

Sportief gezien is Sportclub Genemuiden aan het begin van het seizoen 1980/81 een vereniging van het op een na hoogste plan: het eerste speelt in de tweede klasse, het tweede in de reserve derde klasse, het A en B-team spelen beide in de overgangsklasse en slechts het C-team speelt in de hoogste klasse, in de hoofdklasse.
Wil men echt mee gaan tellen, dan zal bij de senioren de stap hogerop, resp. naar de eerste klasse en naar de reserve tweede klasse, nog gemaakt moeten worden.
Voor het eerste kun je zeggen, dat de situatie nieuw is, maar ook dat we een jonge selectie hebben, die boordevol talent zit. Het tweede heeft in het afgelopen seizoen al kunnen ontdekken, dat er echt wel mogelijkheden zitten.
Voor een lange termijnplanning is de jeugd net zo belangrijk als de grote broers. In dat verband zal men voortdurend zorg aan de jongeren moeten (blijven) besteden. Het C-elftal zal zich moeten handhaven, de hoogste juniorenteams spelen eigenlijk te laag.
Sportclub Genemuiden en haar supporters kijken reikhalzend naar de top. Om er werkelijk toe te gaan behoren, zijn er nog heel wat doelen te bereiken. Voor de technische staf moet een en ander een uitdaging zijn!

Alert blijven

Ook het bestuur zal niet op haar lauweren kunnen rusten. Veel is er de laatste vijf, zes jaren bereikt. Vier velden, zes kleedkamers, een schitterende nieuwe kantine, een lichtinstallatie, twee bevoegde trainers, twee verzorgers. Het is heel wat en het kan allemaal. Maar de vereniging groeit en het aantal elftallen dat aan de kompetitie deelneemt -nu acht senioren-, vier junioren en acht welpen en pupillenteams -zal in de toekomst zeker nog toenemen. Om 'bij' te blijven met de accommodatie zal men de leden moeten blijven activeren, zoals men ook de heren politici zal moeten blijven activeren. Het verleden heeft al wel bewezen, dat een sportvereniging in Genemuiden weinig in de schoot geworpen krijgt van de overheid.

De kas bijna leeg

Uitbreiding kantine van de baan
Sportclub Genemuiden beraadde zich tijdens haar voorjaarsvergadering op 5 april 1978 voornamelijk over technische zaken en over de accommodatie. Een jaar eerder waren de twee nieuwe kleedkamers gereed gekomen. Dat was de eerste fase van een vernieuwingsplan. Het vervolg zou zijn uitbreiding van de kantine. Maar deze plannen werden in de ijskast gezet. Verwezenlijking zou, zelfs in de relatiefgoedkope uitvoering door de 'Wezo', ruim vier ton vergen. 'En dat is nu onhaalbaar', zo gaf penningmeester A. Potters te kennen.
Niemand in het bestuur peinst er in de verste verte ook maar over om zoiets voor zijn rekening te nemen. Het bestuur heeft deze zaak aanhangig gemaakt bij de gemeente. Het wacht nu op een onderhoud met E en W. 'Maar zeker is dat we op korte termijn geen zaken kunnen doen', meldt A. Potters.

Waarschuwing

Verder is onderhoud van kantine en kleedkamers actueel. Voor de oude, stenen kleedkamer aan het begin van het veld zal ook een renovatieplan worden gemaakt. Het is de bedoeling dat deze wordt hersteld met onder meer een plat dak. Ook hier stak A. Potters een waarschuwende vinger op. 'Het kan niet teveel kosten, want de kas is bijna leeg:
Nu de uitbreiding van de accommodatie en daarmee het toegangspad ten zuiden van de velden nog wel even op zich laat wachten, wordt ook de toestand van de entree actueler. Zelf heeft Sportclub het plan met puin de huidige 'moddertroep' enigszins te verbeteren. Er is al opdracht gegeven de lantaarns langs het pad te herstellen.
Tot grote spijt van het bestuur gaven de gebroeders van Dijk te kennen te gaan stoppen als kantinebeheerders, na dit werk drie jaar te hebben gedaan. Het bestuur bracht hun dank voor alles wat ze hadden gedaan.

Nieuwe kantine weer in beeld

Het bestuur van Sportclub stelde in een informele vergadering op 23 oktober 1979leden en supporters op de hoogte van de nieuwste plannen met betrekking tot een nieuwe kantine. Architect van der Haar heeft een plan opgesteld voor nieuwbouw in het verlengde van de beide kleedkamers. Dit plan voorziet in een kantine met een vloeroppervlak van tweehonderd dertig vierkante meter met een buffet van acht meter. Daarboven komen dan nog de hulpruimtes, zoals de provisiekamer, keuken en berging.
De begroting vermeldt een eindbedrag van 330.000 gulden. 'En dat is een veel te zware hap voor de vereniging', aldus het bestuur bij monde van voorzitter A. Tuinman. Daarom heeft het bestuur subsidie gevraagd aan de gemeente. Wordt die niet verleend, dan gaat het plan niet door, zo wordt duidelijk gesteld.

Zelfwerkzaamheid

Daarnaast mikt men duidelijk op de zelfwerkzaamheid van de leden. In de begroting zit een bedrag van 90.000 tot 100.000 gulden als arbeidsloon. 'Daarvan moeten we als leden een groot deel zelf terug kunnen verdienen', becijfert bestuurslid E. Eenkhoorn.
Het bestuur hield daarom een enquête onder de aanwezigen om de bereidheid tot medewerking te peilen. Het wil uit de aanmeldingen leden selecteren voor twee kommissies, die in het leven worden geroepen: een bouwcommissie a. Ereman, H. van Dijk, J. van Dijk en D. Eenkhoorn), die de leden die mee willen bouwen moet begeleiden en een financiële kommissie (A. Visscher en H. Arends), die tot taak krijgt het bedrijfsleven te benaderen. Daarbij gaat het er onder meer om materialen voor inkoopprijs te bemachtigen.

Genemuiden promoveert met vlag en wimpel

Voor de kampioenswedstrijd in april 1980 tegen Opheusden kwamen meer dan duizend toeschouwers naar De Wetering. Ze werden in hun geloof in Sportclub niet teleurgesteld, hoewel de zenuwen de voetballers zo nu en dan duidelijk parten speelde. Dat weerhield hen echter niet om de wedstrijd met 2-0 op hun naam te brengen. Genemuiden speelde die belangrijke wedstrijd in de volgende opstelling:
Doel: Egbert Beuzenberg
Achter: Jan Knuivers, Reinier van de Pol, Jan van de Berg, Henk Bruintjes Midden: Piet van Dijk, Harm van de Belt, Gert Eenkhoorn
Voor: Koen Roeten, Henk Buitink, Harm van Dijk
Wissels: Arend Beens, Bart Bruintjes, Sijmen Last.

Nadat het kampioenschap een feit geworden was, werden de heren voetballers bestormd door enthousiaste supporters die met bloemen voor een feeststemming op het veld zorgden. Hoog gezeten op de schouders van hun aanhangers werden de voetballers over het (overigens zonnige) veld gedragen. De trainer van Sportclub Evert Fiechter, was ook duidelijk in zijn sas met het behaalde succes.
Het heugelijke feit kon, toen de spanning weg was, dan ook worden gevierd met een broodmaaltijd voor de selectie in de hal van het sportcomplex, waarna de voetballers omstreeks zes uur werden opgehaald door de muziekvereniging 'Ons Genoegen', geflankeerd door de groen-witte jeugdelftallen van Sportclub.
Vele felicitaties werden er uitgebracht. Ook burgemeester Bossenbroek was samen met een wethouder gekomen om de jongens toe te spreken. Ze namen diverse cadeaus in ontvangst, onder meer een koffiezetapparaat van sponsor Van der Sluis.
 

Zaterdag 25 november 2017
Competitiewedstrijd
SC Genemuiden - CSV Apeldoorn

 
 
 
Sportpark "De Wetering"
Sportlaan 2B, Genemuiden
Aanvang 14.30 uur


Scheidsrechter Dhr. M. Oosting
Ass. scheidsrechter Dhr. J.M. van der Aa
Ass. scheidsrechter Dhr. P. Smeenk